Met welke bril kijk jíj naar Rotterdam?

4-12-2013 11:57

Door Hans van Willigenburg

De 'battle for Rotterdam'... @Stadslog010 interviewt @gersmagazine

 

Terecht of onterecht: Stadslog Rotterdam wordt vaak gezien als ‘kritisch’, ‘cynisch’ en ‘negatief’. De Rotterdamse glossy Gers! streeft de exact omgekeerde mentaliteit na: altijd opbouwend en vrolijk! Ofwel…? Spannend vertrekpunt voor een confrontatie tussen Gers!-bedenker Edwin Veekens (@Veekens) en Stadslog Rotterdam (@stadslog010). Hoe goed of slecht is het nou eigenlijk met Rotterdam gesteld? En met welke bril wil je naar de stad kijken? Een opbouwend twistgesprek.

 

Je hebt diverse malen al verteld met Gers! het positieve verhaal over Rotterdam te willen brengen. Waar zit die ‘drive’ de zonnige kant van de stad te tonen?

 

'Dat is simpel. Ik ben zelf Rotterdammer. Geboren en getogen. Ik wil trots zijn op mijn stad. Net als een Nijmegenaar trots wil zijn op Nijmegen en een Groninger op Groningen. Maar dat is niet het enige. De kerngedachte is: als het goed gaat met Rotterdam gaat het ook goed met de Rotterdammers en het bedrijfsleven. Als het goed gaat met de lokale economie gaat het ook goed met Veenman+. Met andere woorden: als we cruiseschepen kunnen vasthouden in Rotterdam, toeristen stappen massaal en met plezier uit en ze gaan hier of in de ring rond Rotterdam hun geld uitgeven, dan geeft dat een goed gevoel. Een trots gevoel.'

 

Economische groei en de mate van trots gaan gelijk op?

 

'Dat is te sterk uitgedrukt. Maar economische groei is wel een voorwaarde om trots te zijn. Als er onvoldoende geld is, heb je te weinig middelen om de stad mooier en leefbaarder te maken. Ook voor mijn kinderen moet de stad over veertig jaar nog leuk en aantrekkelijk zijn. En banen aanbieden. Noem het naïef, maar als ik een nieuw nummer van Gers! uitbreng, lever ik mijns inziens een bijdrage aan dat welzijn van later. Wat voor Gers! goed is, is goed voor de stad. En vice versa. Nogmaals: je kunt het een simplistisch redenering vinden, maar ik geloof daar in.'

 

Levert het een boeiend blad op als alles wordt bewierookt? Waarom iets lezen als je op voorhand weet dat het-fantastisch-zal-zijn?

 

'Het is echt een misverstand dat wij alles bewieroken. Zeker, in de keuze van onderwerpen kiezen wij voor initiatieven en projecten die ons aanspreken. Maar binnen die onderwerpen laten we zeker wel een kritisch geluid horen. Het is echt niet zo dat we klakkeloos overnemen wat een geïnterviewde zegt. Wel is het zo dat in de bestaande media de negatieve verhalen domineren: de overvallen, de incidenten, de ongelukken, de missers, de fraudezaken… Daar willen wij iets tegenover zetten. Rotterdam is niet alleen maar het aanvoeren van de ‘verkeerde lijstjes’. Rotterdam is óók een kolkend vat vol nieuwe energie.'

 

Dan krijg je rimpelloze, voorspelbare kopij.

 

'Dat is jóuw mening. Met alle respect: rimpelloos en voorspelbaar kun je Gers! echt niet noemen. Er staan genoeg prikkelende, tegendraadse meningen in. Al ben ik het met je eens dat er afwisseling in een blad moet zijn. Daar zijn we mee bezig. Ook wij kunnen intussen kritisch zijn als we een gemiste kans zien. Precies vanuit diezelfde positieve motivatie: maak de stad zo mooi, groen, aantrekkelijk en welvarend mogelijk!'

 

Je gebruikt nu zelf het woord ‘kritisch’. Wat verstaat Gers! daar dan precies onder?

 

'In nummer drie hadden we column van Kees Vrijdag, over de overregulering in de stad. Of neem de kritische opmerkingen van Marcel Jongmans over het ontbreken van de 24-uurs economie. Geïnterviewden die vrij hun gal kunnen spuwen over de stad. Dat noem ik ‘kritisch’. Of laten we zeggen ‘positief-kritisch’. Niet op zoek gaan naar de schuldige. En die gaan onder zeiken. Maar wél signaleren als de stad zucht onder al te angstig beleid en een overload aan regels.'

 

Over ‘kritisch’ gesproken. Denk je niet dat het nuttig zou kunnen zijn om, bijvoorbeeld,  de geldsmijterij van de gemeente Rotterdam van de afgelopen 20 jaar onder de loep te nemen? Al die kostbare maakbaarheidsdromen en gesneefde ambities eens te analyseren, waaronder het compleet van tafel geveegde Hollywood aan de Maas? Júist met het oog op de door jullie bejubelde toekomst.

 

'Gers! is inderdaad primair gericht op de toekomst. Want aan het verleden kun je niks meer veranderen. Maar natuurlijk is het goed om lessen uit het verleden te trekken. Als zeg ik er meteen bij: blijf er niet in hangen. In dat verleden…'

 

Is dat een reëel gevaar, dan? Als iets de Rotterdamse cultuur kenmerkt, is het toch wel vergeetachtigheid en een obsessie met wat er nog komen gaat? Bouwen, bouwen, bouwen, tegen de klippen op?

 

'Ik herhaal: wij van Gers! zijn optimistisch. Dus met bouwen, zelfs veel bouwen, heb ik geen moeite. Als jij het vervolgens over ‘gevaar’ hebt, dan denk ik, wat Rotterdam betreft, aan een politieke partij die redeneert vanuit angst en een negatieve dynamiek in gang kan zetten. Die in ‘wij’ en ‘zij’ blijft denken. Die negatieve dynamiek ligt momenteel op de loer, en daar willen we met Gers! juist bij wegblijven.'

 

Maar de door jou geconstateerde regelzucht is toch niet afkomstig van die ‘gevaarlijke’ partij? Maar van de gevestigde politiek? Die timmert alles dicht.

 

'Het gaat er ons niet om een schuldige aan te wijzen. Maar om te zeggen ‘ho! tot hier! en niet verder!’. De gemeente zit nu eenmaal in een spagaat. Aan de ene kant zijn er waanzinnige ambities, onder meer op veiligheidsgebied. Die kosten geld. Aan de andere wordt het geldpotje kleiner. Dus? Méér doen, met minder geld…' 

 

Hoera. Daar is-ie… De ‘PAR-TI-CI-PA-TIE-MAAT-SCHAP-PIJ’!!!

 

'Precies. En ik vind dat de gemeente er goed aan doet nóg meer en nóg beter naar burgers en ondernemers te luisteren. En nieuwe initiatieven een kans te geven. Met Gers! proberen we die initiatieven te ontdekken en voor het voetlicht te brengen.'

 

Als je dan per se met een positieve bril naar Rotterdam wil kijken: wat springt er voor jou dan uit? Wat is zó goed en positief dat ook Stadslog in één klap een glimlach om de zuinige mond krijgt?

 

'Ik vind écht dat de stad weer tot leven komt. En dat de beeldspraak van ‘je kunt in de binnenstad een kanonskogel afschieten’ niet meer opgaat. Kijk naar de Meent, kijk naar de Witte de With, kijk naar de Oude Binnenweg. Dat begint weer te bruisen.'

 

Met alle respect: daar schiet Stadslog niet van in een eeuwigdurende grijns. De plekken die jij noemt zijn toch gewoon brave, aangeharkte enclaves van hipsters, die het goed voor elkaar hebben en zichzelf feliciteren met hun succes en ruimdenkendheid? Die plekken zijn toch juist een bevestiging van de tweedeling: ‘wij’ hebben het voor elkaar en ‘jullie’ niet? Of zie je ook vooruitgang in Zevenkamp,  Ommoord en IJsselmonde? Of – dat kan ook – is dat in jouw visie geen Rotterdam?

 

'Natuurlijk wel! Maar die mensen uit Ommoord en IJsselmonde genieten óók van al die leuke cafés, winkels en evenementen waar wij over schrijven. Uit alle reacties die we krijgen op onze Facebook, zien we echt dat we een breed publiek aanspreken. Los daarvan: zónder die ‘happy few’ ga je het helemaal niet redden. Dus geef ook hen erkenning en waardering. Zoveel mogelijk. Geslaagde mensen zijn idealiter een soort rolmodellen en trekken andere mensen mee. Wel is het zo dat we met Gers! nu wat vaker de wijken in zullen gaan.'

 

Als je spreekt over ‘gevaar’ en dreigend negativisme: is het gevaar dan niet vooral de toenemende grootschaligheid en  anonimiteit van Rotterdam? Neem Koolhaas’ “De Rotterdam”, “de Koopgoot” of straks weer “De Doos”. Dat zijn toch paleizen van zinledigheid? En dan die merkwaardige plannen om de Erasmus Universiteit te laten fuseren met Delft en Leiden? Is het mantra van ‘groot, groter, grootst’, kortom gebouwen en instituten waar mensen in verzuipen, niet bedreigender dan welke politieke partij ook?

 

'Ik snap de zorg. Maar ik zeg projectontwikkelaars na: “Het is niet of of, maar én én. Grote pleisterplaatsen, grote winkelcentra komen pas tot bloei als er interessante straatjes met kleinere winkels omheen zitten. Ze bevruchten elkaar.” Daar kan ik mij in vinden. En ja… als je bedoelt te zeggen dat Rotterdam zijn identiteit moet behouden en niet een verzameling KFC’s, McDonalds’, AppleStores en Subway’s moet worden, zeg ik: helemaal eens. Weg met de eenheidsworst! Alleen schat ik dat gevaar misschien wat lager in dan jij.'

 

Tot slot: de media zijn volgens Gers! overwegend negatief. Maar verwar je ‘nieuws’, wat nu eenmaal altijd een sensatie-element heeft,  niet heel erg met ‘kritisch’, waarbij je zaken structureel tegen het licht houdt? Dat eerste is er inderdaad in overvloed. Dat tweede staat in Rotterdam nog in de kinderschoenen met ontluikende collega-blogs als Vers Beton en Bogue.

 

'Ook hier zeg ik: eens.  De journalistieke blogs zijn een meerwaarde voor de stad. Dat jullie van Stadslog Gers! een gaapverwekkende Goed Nieuws Show vinden, jammer. Anderzijds: ik zou me juist zorgen gaan maken als jullie geen kritiek meer hebben, omdat Stadslog vanuit een heel ander idee gemaakt wordt dan Gers! Het is ook goed dat we, als tegenpolen, bij elkaar zitten. Laten we blijven doen wat we doen, elkaar helpen en verbindingen tot stand brengen om Rotterdam vooruit te helpen.'

 

‘Verbindingen’… Dat klinkt - heel anders dan het nog niet zo lang geleden gepropageerde 'Rotterdam dúrft!'- ineens weer lekker saai, vredelievend en positief.

 

'Ik zeg: dóen!'

 

Afbeeldingen / www.facebook.com, Veenman+ & @jantien010

    

 

Rubriek Slim bezig?

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel