De diepte in met Rotterdamse onlinestrateeg Jaap Stronks

3-10-2013 14:29

Door Hans van Willigenburg

‘Journalistiek is geen product meer, maar een proces’

 

Com-mu-ni-ce-ren…? Er zijn dagen dat je het woord niet meer kan of wilt horen. Toch is communiceren, en dan vooral digitaal communiceren, hét specialisme van ‘online strateeg’ @JaapStronks, die sinds 2008 kantoor houdt in Rotterdam (De Machinist) en overweegt zijn eenmanszaak binnenkort uit te bouwen tot een bureau. Stadslog interviewde hem over de kortstondige loyaliteiten van de hapsnapburger, de veranderende wereld van de instituties en de laatste landelijke verkiezingscampagne, waarin traditionele TV nog zó veel machtiger leek dan online. Om de boel op scherp te zetten gooit Stadslog wat vooroordelen tegen Jaap Stronks aan.

 

Vooroordeel 1: Organisaties doen net alsof ze online ‘cool’ en noodzakelijk vinden, maar als puntje bij paaltje komt investeren ze er weinig in. 

 

Klopt niet. Bij uitgevers en maatschappelijke organisaties staan oude verdienmodellen op de tocht. Dus is er noodzaak om te vernieuwen en relevant te blijven. Omdat online vaak ook nog goedkoper, kleinschaliger en slimmer kan worden ingezet dan bijvoorbeeld magazines of dure advertentiecampagnes, merk ik dat vernieuwing via online juist volle kracht doorgaat. Iets anders is dat veel organisaties soms inhoudelijk worstelen met online. Ze vinden het tóch dikwijls eng of lastig om de complexiteit van hun organisatie te vertalen naar bijvoorbeeld tweets, posts en nieuwsbrieven.

 

Vooroordeel 2:  Internet is, zoals voormalig advocaat Bram Moszkowicz onlangs zei, een open riool. Het wordt gedomineerd door gebabbel. Ruis.

 

Onzin. Het mooie van internet is niet alleen dat het een open platform is, maar vooral dat het mudjevol selectie- en filtermechanismen zit. Het grote verschil ten opzichte van traditionele media is de verantwoordelijkheid die gebruikers hebben om zelf te filteren, door te kiezen wie je volgt op sociale media, of op welke diensten en websites je een abonnement neemt. En dat is veel interessanter: de betrokkenheidsrelaties die op internet worden gecreëerd tussen organisaties en mensen, en ook tussen de journalistieke wereld en de politieke wereld waar Moszkowicz in verkeert.

 

Vooroordeel 3: De ‘powers that be’ beslissen in kleine kringetjes en de rest van de samenleving hobbelt en twittert er achteraan.

 

Als je geen serieus werk maakt van online communicatie, dan gaat dit inderdaad gebeuren. Of, zo je wilt: blijft deze situatie zo. Vandaar dat ik in mijn werk maatschappelijke organisaties help om via blogs, Twitter, Facebook, nieuwsbrieven en andere middelen de band met de achterban of gelijkgestemden te verstevigen. Zodat ze niet langer  kwetsbaar “in de lucht hangen” of, geheel zelfbenoemd, de autoriteit spelen, maar daadwerkelijk en zichtbaar gesteund worden door een gemotiveerde groep mensen waarmee ze digitaal in contact staan. In deftig vakjargon uitgedrukt, probeer ik op deze manier ‘het democratisch tekort’ te bestrijden.  

 

Vooroordeel 4: TV blijft ongelofelijk dominant, in de laatste verkiezingscampagne heeft Diederik Samsom aangetoond dat een paar sleutelmomenten op TV belangrijker zijn voor het kweken van sympathie en het beïnvloeden de publieke opinie dan welke online campagne ook.

 

Eens. In het Nederlandse medialandschap is TV nog ongelofelijk dominant. Hier is het percentage kiezers dat naar de TV-debatten kijkt vijf- of tienmaal zo hoog als in de Verenigde Staten, waar het kijkgedrag al veel meer versplinterd is. Ik vermoed overigens wel dat ook hier de macht van televisie langzaam zal afnemen ten opzichte van online. Bij de volgende verkiezingen zal het belang van TV tegenover online misschien niet meer 80/20 zijn maar, bijvoorbeeld, 60/40. En wat ik graag zou willen toevoegen: dat de PvdA in de peilingen nu weer zo laag staat, heeft wellicht te maken met die enorme focus op TV, op die paar vluchtige piekmomenten waarvan je de winst daarna weer kwijtraakt.

 

Vooroordeel 5: De grote meerderheid wil een gemaksproduct, ook als het om journalistiek gaat. Er is geen wérkelijke honger naar vernieuwing.

 

Toch ben ik er van overtuigd dat door internet de essentie van journalistiek gaat veranderen. Oudere journalisten denken nog steeds dat journalistiek een product is dat je in een bepaalde frequentie aflevert. Jongeren als Alexander Klöpping en Rob Wijnberg zien dat die productgedachte op zijn einde loopt en beschouwen journalistiek als een proces. Niet alleen een proces tussen verschillende journalisten in een redactieteam, maar ook tussen journalisten, lezers, wetenschappers en andere geïnteresseerden.  Deze ‘online only’-generatie begrijpt veel beter dat een verhaal, simpel gezegd, nooit af is. En dat iets als betrouwbaarheid geen natuurwet is, maar een sociaal constructie die je telkens opnieuw moet zien te verdienen. En of die procesgedachte moeilijk is? Vanuit de oudere generatie geredeneerd wel. Die willen dingen afronden. Maar de ‘online only’-generatie vindt het, denk ik, juist gemakkelijk dat er altijd verhalen zijn en je altijd kunt reageren.

 

Vooroordeel 6: Maatschappelijk engagement is in de ‘clickable world’ vooral lifestyle geworden. ‘Is het goed voor mijn imago om te klikken en dit goede doel te steunen?’. Als dat zo is, zou jij als online strateeg grotendeels met het masseren van ego’s bezig zijn in plaats van het oplossen van belangrijke vraagstukken. 

 

Op dit punt ben ik, geloof ik, vrij nuchter. Natuurlijk speelt eigen belang een rol bij het aangaan van een lidmaatschap of het doneren voor een bepaald doel. Daar is niks mis mee. Integendeel. Als veel mensen een voordeel voor zichzelf zien door een bepaald doel te steunen, is de kans groot dat er maatschappelijk succes wordt geboekt! Maar voor mij gaat het wel om de volgorde: dus het oplossen van een bepaald vraagstuk is voor mij het hoofddoel en als eigen belang daarin als middel kan helpen, graag. Voorbeeld: ik ben actief voor ‘Bits of Freedom’. Dat ik daar veel jonge, hippe, aardige mensen tegen het lijf loop, die ter zake kundig zijn en interessante verhalen vertellen is een mooie bonus. Maar de belangrijkste reden om betrokken te zijn is toch dat ik me wil inzetten voor digitale burgerrechten.   

 

Tot slot: wat is je belangrijkste tip voor bedrijven of organisaties die online hun relevantie willen vergroten?

 

Simpel. Breng je meest interessante en relevante content en verhalen in stelling om mensen op een laagdrempelige manier aan je te binden via e-mail en sociale media. De winst zit uiteindelijk niet in de verhalen en de content zelf, maar in de betrokkenheidsrelaties die je ermee kunt organiseren.

 

Afbeelding / www.jaapstronks.nl

Rubriek Slim bezig?

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel