Communistisch communiceren

26-6-2012 13:45

Door Hans van Willigenburg

Hoe het stadhuis de wereld buiten het stadhuis benadert

 

In een ver verleden ben ik wel eens uitgenodigd bij een gemeentelijke dienst om onder het mom van 'restyling' eens met een journalistiek oog naar hun 'interne' en 'externe' bladen te kijken. Zelden heb ik zo'n beleefd en vruchteloos gesprek gevoerd als met het toenmalige Hoofd Communicatie van de betreffende dienst. 'Dus u wilt weten wat ik er écht van vind?' verifieerde ik, terwijl het Hoofd mij een ontroerend vlekkerig, plastic bekertje thee toe schoof. 'Ja,' zei het Hoofd met een iel stemmetje. 'We zijn op zoek naar een "second opinion". Die moet toch wel anders luiden dan ons interne oordeel, anders biedt het geen stof tot nadenken.'

 

Gerustgesteld stak ik van wal. Ik zei dat de koppen amper urgentie uitstraalden, dat de intro's te lang waren, de citaten van ambtenaren te technisch en dat de opmaak nogal 'blokkerig' was, waardoor je soms de indruk had dat je een brochure van de Communistische Partij zat te lezen. Iets wat nog werd versterkt door de foto's, die zonder uitzondering lachende en ogenschijnlijk goed in hun vel stekende ambtenaren te zien gaven, alsof hun grootste droom eruit bestond hun tanden in het volgende Vijfjarenplan te zetten. 'Toen ik drie nummers had bekeken, was mijn nieuwsgierigheid gezakt naar nul. En het zou me niet verbazen als tachtig procent van deze magazines linea recta de prullenmand ingaat.' Om mijn - toegegeven - malse oordeel wat te verzachten, voegde ik onmiddellijk toe te begrijpen dat 'niet alles in één keer anders kon', maar dat een paar opfrissingen al een heel verschil zouden maken en dat ik die graag ter hand nam.

 

Het Hoofd Communicatie knikte onophoudelijk en vroeg, na mijn bondige uiteenzetting, of ik het misschien gezellig vond om samen een broodje te eten in de bedrijfskantine. Ik zag het als een toenaderingspoging en hapte samen met het Hoofd Communicatie vervolgens een modale lunch weg, waarbij hij op talloze manieren benadrukte dat het gemeentelijke universum met zijn vaste regels en gewoonten toch wel héél anders was dan, tja, 'de wereld' waar ik als zelfstandig journalist in rondzwierf. Naïef als ik was, poogde ik het Hoofd aan zijn verstand te peuteren dat uitgerekend die wereld van mij de echte was, de reële zeg maar, en dat de gemeente geacht werd met die wereld te communiceren. Het Hoofd schudde mismoedig zijn hoofd: 'Zo eenvoudig lijkt het te zijn, maar ligt het, helaas, niet. Loop een dagje met me mee, dan weet je wat ik bedoel.' Het was alsof hij op uitgebluste wijze zei: sorry dat ik vrijwillig in een gevangenis ben gaan werken, waar het de bedoeling is dat de voordeur dicht blijft, dat er geen ramen worden opengezet en dat de bewaarders via onze bladen niets anders dan moed krijgen ingesproken.

 

'Maar we nemen jouw kritische blik mee, hoor,' zei het Hoofd tijdens een laatste slokje soep, waarbij een linzensliert even aan zijn lip bleef hangen. Hij stond op en gaf me een zweterige hand. 'Binnenkort hoor je van ons.'

 

Hij zal mijn nummer wel zijn kwijtgeraakt.      

 

(Naschrift: inmiddels zal de gemeente ongetwijfeld een hoop hebben bijgeleerd. Zo niet: stort dan uw klacht in onze lekbak. Zie bovenaan de pagina.)

 

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel