Vangrails en Verleiding

14-10-2012 16:23

Door Marina Meeuwisse

Of het nou gaat over woningen, de ruimtelijke inrichting van de stad, de infrastructuur, het maakt niet uit. Of het de bewoners zijn, of sociaal-economische factoren, of andere sociale kwesties. Het maakt niet uit. Steeds is er de overheid die beleid ontwikkelt vanuit het idee van maakbaarheid. Het hele leven - dus ook de stad en haar inwoners – kun je door slim beleid een gewenste richting insturen: ‘maken’. Jammer genoeg laat de praktijk zien dat dit niet altijd zo is. Dit vraagt om andere manier van denken over beleid. Want beleid dat aansluit op de gedragstechnologie die door ons brein wordt geregisseerd, heeft wél een kans van slagen.

 

 

Maakbare stad

Het gevoerde ruimtelijk en sociaal beleid van de gemeente Rotterdam is traditiegetrouw sterk betrokken bij de ontwikkeling van de stad. Daarin voert het idee van ‘de maakbare stad’ sinds de Tweede Wereldoorlog de boventoon in Rotterdam. Processen van bouw en planning en processen van sociale interventies werden – en dat worden zij nog steeds - gepolitiseerd en ondergeschikt gemaakt aan nationale en lokale politiek. Vaak ontstaan de voorstellen voor dit beleid in Rotterdam. Rotterdam is - in veel gevallen - het laboratorium van het land. In Rotterdam ontstaan initiatieven waarbij er aandacht is voor de gebouwde omgeving, die langzaam aan verschuift naar scholing en versterking van sociale cohesie. De Wederopbouw uit de naoorlogse jaren is gebaseerd op een stedenbouwkundig proces dat is gericht op de economische dynamiek van de stad. De Lijnbaan - de eerste autovrije winkelstraat van Europa – het is inmiddels een Rijksmonument - is een mooi voorbeeld uit die tijd van de scheiding van functies. Stadsvernieuwing uit de jaren zeventig ….. Een Rotterdams model dat uiteindelijk overal in Nederland wordt nagevolgd; bewoners gaan deel uitmaken van projectgroepen en kunnen subsidies krijgen om adviseurs in te huren. Sociale Vernieuwing, gestart in Rotterdam en in 1989 genationaliseerd door het kabinet Lubbers-Kok. Opzoomeren, een initiatief van bewoners uit de Opzoomerstraat en als ‘good-practice’ gestald onder Sociale Vernieuwing. Opzoomeren, Sociale Vernieuwing  en Mensen Maken de Stad; het zijn Rotterdamse programma’s die uitgaan van een netwerkfilosofie en de sociale samenhang en het actieve burgerschap op straatniveau versterken. Het zijn allemaal voorbeelden van beleid vanuit de maakbaarheids-gedachte. En allemaal zijn het beleidsvisies die op de één of andere manier in de praktijk anders zijn uitgepakt. Dat is op zijn zachts gezegd vreemd …. Hoe zou dat toch komen?

 

 

Ons brein kan het beleid niet aan

Piet Vroon (1992) legt uit dat er in de moderne samenleving op het gebied van bestuur en beleid zoveel misgaat omdat een deel van de software van de mens – het brein – daar debet aan is. Vroon stelt zich de vraag op welke manier de samenleving dan wel verstandiger en op een betere leefbare manier is in te richten. Want, zegt hij: “Wegens burgerlijke ongehoorzaamheid of tegenvallende effecten wordt de ene maatregel na de andere ongedaan gemaakt en gevolgd door nieuwe regelgeving”. Dit komt omdat het beleid NIET aansluit bij de menselijke natuur, als dat wel zo is heeft het een grotere kans van slagen. En, beweert Vroon, omdat de mens zich bovenal laat leiden door snel bereikte resultaten, zal elk beleidsplan moeten steunen op een gedragstechnologie die in de eerste plaats gericht is op operant leren.

 

Dat heeft alles te maken met ons denken, dat een merkwaardigheid vertoont, een gelaagdheid die van instincten via operant gedrag verloopt naar intelligent gedrag. Operant leren - in vaktermen heet dit operante conditionering - is het gemakkelijkst te begrijpen als u denkt aan de manier waarop u uw hond opvoedt: zodra het beest gedrag laat zien dat u graag heeft, beloont u zijn gedrag. Ook wij mensen leren ‘operant’, zo leren we de taal spreken, lopen, fietsen, hoe ons te gedragen in de stedelijke ruimte, wat de rituelen van reizen met de tram inhouden, wat de mores zijn in restaurants … Het zijn allemaal gedragingen die we ‘spelenderwijs’ leren, zonder dat we er veel over hoeven na te denken. Het probleem is nu dat dit type gedrag, dat tot stand is gekomen door operant leren en een beloning op korte termijn. vaak botst met regels en aanbevelingen die op de lange termijn zijn gericht. In ons brein wordt een strijd tussen rationaliteiten gevoerd.

 

 

Het parlement in ons hoofd

Volgens Vroon hebben we een parlement in ons hoofd, verschillende neurale circuits die relatief autonoom functioneren, ze zijn verkaveld over verschillende structuren, en ze interacteren met elkaar. Het zijn als het ware persoonlijkheden – karakters – die in hetzelfde huis wonen maar niet met elkaar ‘on speaking terms’ zijn. Vroon legt uit dat dit te maken heeft  met ‘verziend denken’ en ‘bijziend denken’. Verziend denken is intelligent, bewust denken. Bijziend denken is gebaseerd op operante conditionering, een vorm van leren die grotendeels onbewust verloopt. Bij ‘verziend denken’ gaat het om de formatie van nieuwe associaties: het expliciet geheugen. Voor dit type geheugenopslag is gerichte aandacht nodig, dat is een voorwaarde voor de bewuste herinnering van een bepaalde gebeurtenis. Het andere systeem - Vroon noemt dit ‘bijziend denken’ - is dat van procedurele kennis - weten hoe iets werkt of gedaan moet worden, zoals een vaardigheid of skill. Het gaat om onbewuste opslag in het lange termijn geheugen met betrekking tot gebeurtenissen, hoe we dingen doen, hoe perceptuele, motorische vaardigheden en cognitieve vaardigheden worden toegepast en verworven. Het is een vorm van ‘operant leren’, waarbij gedrag wordt gevormd en gehandhaafd door de consequenties van dit gedrag. En deze vorm van leren is vooral gekoppeld aan het alledaags gedrag van mensen, vaak is dat gewoontegedrag. Juist op dat gewoontegedrag - zeg maar onze automatische piloot - doen we een beroep dat we als we naar het werk gaan, boodschappen gaan doen of erop uit trekken voor een boswandeling.

 

 

Vangrails

Verziend denken en bijziend denken zijn twee vormen van rationaliteit die regelmatig met elkaar botsten en dit kan, zegt Vroon, veel verklaren over het disfunctioneren van beleid: “Regels moeten aansluiten bij de wetten die voor het menselijk gedrag gelden en we moeten serieus rekening houden met de mogelijkheid dat veel gedragingen moeilijk door regels beïnvloed kunnen worden omdat de mens in menig opzicht chaotisch functioneert.” (1992: 137). Vroon: omdat het menselijk gesproken onmogelijk is om de hoeveelheid verkeersborden langs de snelweg waar te nemen, is het onmogelijk te verlangen dat mensen zich aan al de verkeersregels die op de borden staan te houden. Voorbeelden die laten zien hoe het WEL werkt zijn er ook te vinden: de vangrails langs de snelweg, een verhoogde trottoirband van de stoep of de ‘Amsterdammertjes’ langs de straten weerhouden ons ervan om daar te rijden of te parkeren waar dat niet is geoorloofd. Als verziend denken en bijziend denken met elkaar in conflict komen, wint het bijziend denken: de dierlijke wetten van behoeftebevrediging op korte termijn. Een chaotisch functionerend systeem als de stad neigt tot zelforganisatie en is flexibel. Chaos als vorm van hogere orde en creativiteit volgen geen regels na. Politiek en beleid onderschatten dit zelforganiserende vermogen en de algemene intelligentie van biologische systemen. Ook en vooral in de menselijk sociale context.

 

 

Verleiding

Het wachten is op beleid dat de aansluit op de gedragstechnologie van de mens, beleid dat de verleiding kan weerstaan om enkel uit te gaan van ‘verziend denken’. Beleid dat het aandurft om burgers te verleiden tot het veranderen van gedrag. Hoe dat kan? Voor minder vuil op straat is er het idee van Holle Bolle Gijs in de Efteling, een klassiek voorbeeld: als u papier in zijn mond stopt is het dankwoord de directe beloning. Een idee dat overigens in een andere variatie in de publieke ruimte ook is toegepast: kijkt u naar de prullenbak. Een andere manier om gedragsverandering direct en op een vrolijke manier te belonen kunt u zien bij de piano-trap Zo’n trap stimuleert mensen om eerder de trap te nemen en de roltrap te laten voor wat ie is. Ook mooi meegenomen: dankzij de technologie kun je direct zien wat het effect van de interventie is. Dat betekent dat we meetbare doelen, statistieken en cijfers even kunnen laten voor wat ze zijn. Het blijft natuurlijk wel de vraag of het in alle omstandigheden gewenst is direct te zien wat de effecten van gedrag zijn. Neem nu deze jas, die iedereen op straat laat zien hoe populair je bent op Feestboek.

 

Geraadpleegde bronnen

Piet Vroon (1992) Wolfsklem. De evolutie van het menselijk gedrag. Uitgeverij Ambo

Rubriek MM

Marina Meeuwisse

Marina Meeuwisse combineert wetenschap en kunst. Vanuit wetenschappelijk oogpunt houdt zij zich bezig met perceptie, emotie, geheugen en fundamenteel onderzoek. Haar onderzoek focu...

Bekijk profiel