Naar een 'gedachteloos' Rotterdam .....

7-10-2012 10:17

Door Marina Meeuwisse

Rotterdam is een bijzondere stad. Sinds de jaren vijftig is het een proeftuin voor architecten en beleidsmakers en experimenteert het naar hartenlust met stedenbouwkundige en sociale arrangementen, die nationaal en internationaal gekopieerd worden. Tegelijk – en dat mag algemeen bekend zijn - voert Rotterdam vaak verkeerde lijstjes aan. Als we uit die spagaat willen komen kunnen we het primaat van het ‘nadenken’ beter vandaag nog dan morgen afschaffen.

 

Nadenken gaat uit van rationaliteit. Het is veel spannender en misschien zelfs beter voor het ‘slagen’ van Rotterdam om de rationele schil van het denken zoveel mogelijk los te laten. Dan komt er ruimte voor een meer associatieve, gevarieerde stad, die we – net als de vormgeving van Apple-computers - intuïtief begrijpen. Een stad waarvan de karakteristieken, de stedelijke ruimte en de structuur voor zich spreken. Een stad die we als een jas kunnen aantrekken. Laten we inzoomen op de achtergrond van deze drastische stellingname…

 

Mentale activiteiten

In zijn boek The Age of Insight zet Nobelprijswinnaar Kandel (2012) uiteen hoe wetenschap en kunst elkaar over en weer beïnvloed hebben. Hij vertelt hoe pioniers als Freud en de kunstenaars Schnitzler, Klimt, Kokoschka en Schiele aan de wortel hebben gestaan van een nieuwe wetenschap van de geest.

Het leidde tot Freudiaanse inzichten die, zo verklaart Kandel, nog steeds centraal staan in de moderne neurowetenschappen. En hij kan dat weten. Het gaat om drie ideeën. Eén: het idee dat ons mentale leven voor het overgrote deel onbewust is; slechts een bescheiden component is bewust. Het tweede idee is dat instinctieve drijfveren (het Es) onlosmakelijk zijn ingebouwd in de menselijke psyché. En drie: dat het normale geestelijk leven en het abnormale geestelijk leven tezamen een continuüm vormen, waarbij een mentale afwijking vaak een overdreven vorm van mentale processen representeert. Freud heeft met zijn theorie een monumentale contributie aan het moderne denken geleverd; het is misschien wel de meest invloedrijke en coherente kijk op de mentale activiteiten die de mens erop na houdt (Kandel, 2012).

 

Van driften naar culturele hoogtepunten

In Kandel’s Freudiaanse visie hebben kunstenars als Schnitzler, Klimt, Kokoschka en Schiele gebruik gemaakt van sublimatie, van esthetische verheffing, van het verfraaien van vroege fantasieën. Ze hebben het omgezet in kunst, muziek, literatuur… Hoewel kunst in de clichématige visie een daad van wilskracht en creativiteit is, ziet Kandel het, in de Freudiaanse traditie, als een vorm van sublimatie, van pacificatie, als een afweermechanisme dat voorkomt dat de driften van het Es de kop op steken. Vandaar dat Freud een donkerder (maar eerlijker) visie heeft op de relatie tussen driften en cultuur. De plasticiteit van driften, het vermogen om object en doel te scheiden, biedt de mogelijkheid om seksuele driften om te zetten naar maatschappelijk in aanzien staande doelen. Driften willen bevredigd worden, cultuur is verworven door het afzien van bevrediging (Freud, 2006). Driften en cultuur zijn elkaars ogenschijnlijke tegenpolen. Maar sublimatie is nadrukkelijk verbonden met de narcistische dimensie van het Ego. Narcistische trekken van de stad zijn te zien op plekken die vertellen over ambitie, zoals de havens. Plekken die vertellen over roem, zoals de Kuip. En plekken die vertellen over fortuin, zoals de monumentale panden die Mees en Jamin in het Scheepvaartkwartier lieten bouwen. De sublimatie van seksuele driften is terug te vinden in de schouwburg, koffiehuizen, café chantants, jazz clubs, of op de kermis: cultuurconsumptie als compensatie van de dagelijkse ellende. Het overgrote deel van dat wat we beschaving noemen, berust, kortom op sublimatie. Als cultuur voortkomt uit het driftleven … dan zijn een stad en zijn sociale textuur, stedelijke cultuur dus, een afgevaardigde van het driftleven, een feature van een narcistisch Ego.

 

En als dat narcistische Ego van die stad even niet jouw kopje thee is en je hebt er schoon genoeg van, dan verhuis je toch gewoon?

 

Weg van de narcistische sleur

(...) Op de dag dat de bewoners zich overmand voelen door vermoeidheid en niemand zijn werk meer kan uitstaan, zijn familieleden, zijn huis en zijn straat, de schulden, de mensen die gegroet moeten worden of die hem groeten, dan besluit de hele bevolking te verhuizen naar de stad ernaast die daar op hen ligt te wachten, leeg en als nieuw, waar iedereen een ander beroep zal kiezen, een andere vrouw, zijn avonden zal doorbrengen met andere soorten tijdverdrijf, andere vrienden, andere roddelpartijen.”

 

Hiermee suggereert Calvino (1981) dat verandering van de omgeving, een verhuizing naar een andere stad, een ingrijpende wending in het leven teweegbrengt. Het helpt bewoners hun leven weer op orde te krijgen … en waarschijnlijk is dat tijdelijk. Want als uw mentale leven uit balans raakt, is psychoanalyse (en niet een verhuizing) de manier om ons mentale leven in evenwicht te brengen. Terwijl u op de divan ‘vrij aan het associëren’ bent, leert u uw originaliteit aan te spreken. Het komt goed met u, als u de verinnerlijkte maatschappelijk normen durft te laten voor wat ze zijn en zelf een oordeel gaat vormen. Daarom - en dat zei Freud zelf al -  is de psychoanalyse gevaarlijk en revolutionair. Het is een regelrechte bedreiging van de gevestigde orde. ‘Kunnen we dan niet beter met z’n allen in psychoanalyse gaan?’ hoor ik u mompelen. Dat raad ik u af. Er zijn andere methoden die goedkoper zijn - er is geen professional voor nodig – en die u zelf eenvoudig kunt uitvoeren. En, niet onbelangrijk, het is een kleine handleiding voor u om uw eigen originaliteit aan te spreken en - ook mooi meegenomen - ingewikkelde besluiten te nemen terwijl u zich volledig ontspant. Dat heeft alles te maken met de veronderstelling dat ons mentale leven op bepaalde momenten onbewust is: nieuw onderzoek heeft recentelijk tot wonderlijke inzichten geleid.

 

Het moderne onbewuste

Kandel bespreekt in zijn boek een experiment dat door Ap Dijksterhuis is uitgevoerd. Dat ging zo: de deelnemers krijgen gedetailleerde en complexe informatie over vier verschillende appartementen. Eén van de appartementen wordt in ongewenste termen beschreven, twee in neutrale termen en één in gewenste termen. Alle deelnemers krijgen dezelfde informatie op grond waarvan ze moeten besluiten welk appartement ze kiezen. Zij worden in drie groepen verdeeld, de eerste groep moet direct na het lezen van de informatie een besluit nemen; het besluit van deze deelnemers leunt zwaar op eerste indrukken. De tweede groep moet een keuze maken nadat ze drie minuten mochten nadenken over de informatie. De derde groep is gedurende drie minuten afgeleid door hen een taak te geven, een anagram, die het hebben van bewuste gedachten voorkomt. Opvallend genoeg kiest juist deze derde groep het gewenste appartement. Voor de anderen was het te moeilijk om met zoveel variabelen te jongleren.

 

De eenheid van onzin

De conclusie is opzienbarend: we kunnen beter niet nadenken! Tenminste: niet op de manier zoals we gewend zijn na te denken over ingewikkelde vraagstukken. Onbewuste denkprocessen zijn daar beter in toe in staat. Onbewuste kennis vindt bottom-up plaats, het is laten we zeggen een compositie van informatie uit de wereld om ons heen die we opvissen. Onbewuste kennis kent geen rubrieken of categorieën en staat meer flexibiliteit toe in het vinden van nieuwe combinaties en omkering van ideeën. Dit in tegenstelling tot bewuste kennis, die logisch en abstract is. Bewuste kennis wordt gestuurd door verwachtingen en interne - in het geheugen opgeslagen - modellen. Met bewuste kennis gebruiken we een rangorde en ontleden we de wereld om ons heen op grond van zaken die we toch als wisten. Bewuste kennis is ‘Darwiniaans’: ontstaan door evolutionaire processen. En die evolutie van ons brein is te snel gegaan, waardoor er geen eenheid is. Of, zoals Vroon het typeerde: “De ruiter – de neocortex – valt zo nu en dan van zijn paard, waardoor de andere hersendelen met ons op de loop gaan.”

 

Het komt er dus op neer dat je het vinden van slimme oplossingen voor complexe vraagstukken beter niet over kunt laten aan ‘het nadenken’. Sterker nog, Kandel beweert dat “we elke belangrijke beslissing kunnen nemen met behulp van onbewust mentale processen en die onbewuste processen kunnen bijdragen aan de creativiteit.”

 

Het idee van bewoners, die hun leefwereld zat zijn en daarom gaan verhuizen lijkt verdacht veel op de oplossingen die politici en bestuurders gebruiken: fysieke herstructurering gecombineerd met sociale arrangementen als toverformule om achterstandswijken en buurten weer leefbaar te maken. Je breekt wat huizen af, trekt wat straten tegen de grond en hopla: er is een nieuw stadsdeel waar nieuwe bewoners … als vanzelf een baan vinden, nog eens een opleiding gaan volgen en …. ach, vult u dat zelf maar in. Er is ongetwijfeld diep nagedacht, gepiekerd en veel vergaderd voordat politici en bestuurders zo’n besluit nemen. En misschien is dat wel het heikele punt. Een museumbezoek, een inspirerende ontmoeting, een romance of een knetterend conflict zijn niet rationeel te plannen, maar betere methoden om tot slimme inzichten te komen.

 

 

Geraadpleegde bronnen:

Italo Calvino (1981) Onzichtbare steden. Uitgeverij Bert Bakker

Sigmund Freud (2006) Werken. Uitgeverij Boom.

Kandel, E. R., (2012) The Age of Insight. The quest to understand the unconscious in art, mind and brain. Random House, New York

Piet Vroon (1989) Tranen van de krokodil. Over de te snelle evolutie van onze hersenen. Uitgeverij Ambo

Rubriek MM

Marina Meeuwisse

Marina Meeuwisse combineert wetenschap en kunst. Vanuit wetenschappelijk oogpunt houdt zij zich bezig met perceptie, emotie, geheugen en fundamenteel onderzoek. Haar onderzoek focu...

Bekijk profiel