Arts en Crafts: een onzichtbare beweging in Rotterdam

13-8-2012 11:36

Door Marina Meeuwisse

foto: Wetenschappelijk attractie park in Orlando, Florida

 

Gisteren betoogde Lidewij Edelkoort in Zomergasten dat het ambacht terug komt van weggeweest: het is een trend omdat mensen authentieke producten willen hebben. Zij noemde het voorbeeld van sneakers, die je kunt pimpen, zoals dat in het 21ste eeuwse Nederlands heet. Als dat zo is ligt er een wereld open voor leerlingen van wijkscholen, voor MBO-ers en HBO-ers die een heus ambacht leren.

 

In de slipstream van deze hoopvolle gedachte past de Arts en Crafts beweging. De Arts en Crafts beweging vertegenwoordigt een kunststroming waarin de maatschappij en haar verbondenheid met de kunst diep geworteld is in sociale idealen en esthetische principes.

 

Pioniers als William Morris (1834-1896), John Ruskin (1819-1900) en Frank Lloyd Wright (1867-1959) rebelleerden tegen de overheersing van de machine en zetten zich af tegen sociale ongelijkheid en de mensonterende arbeidsomstandigheden in fabrieken. Zij zetten zich in voor de noodzaak van maatschappelijke verandering. Zij waren visionairs van een leven dat rijk moest zijn aan kwaliteit door zijn ontwerpen, zijn ambachtelijkheid, het productieproces en het leefklimaat. Het verheffen van de arbeidersklasse door mooie en goed ontworpen gebruiksartikelen, van wijken, woningen, stoelen, glaswerk, bestek, keramiek, papier tot en met geweven stoffen, dat was de visie. Industriële artikelen die gemaakt zijn door de tirannie van machines zijn gebaseerd op protocollen, regels en bekende modellen en dragen bij aan de verziekte atmosfeer in de stadsomgeving, Het idee is dat ware kunst mooi en ook moet nuttig zijn en moet voortkomen uit kunst en arbeid die beiden in dienst van de samenleving staan.

 

De Arts en Crafts beweging heeft haar wortels in het Engeland van de 19e eeuw, beleefde haar hoogtijdagen in de 20ste eeuw in Amerika en heeft in Europa en in Amerika een grote invloed gehad op de cultuur. Nu liggen haar actuele wortels in Japan, Engeland en Amerika. Hoewel de vorm veranderd is, gelden nog steeds dezelfde uitgangspunten: het gelijk trekken van verschillen tussen arm en rijk; het verheffen van het volk door mooie en nuttige ontwerpen te maken van woningen, wijken en allerlei dagelijkse gebruiksvoorwerpen.

 

Nog steeds is de lezing ‘The Art and Craft of the Machine uit 1901 van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright een belangrijke inspiratiebron. Wright benadrukt daarin dat de machine in de productie voor kunst en ambacht veel goeds kan bewerkstelligen en waarschuwt voor de nadelige gevolgen van het misbruik van dezelfde machine die ambacht en kunst hinderen en uiteindelijk ruïneren. Kunst is productiearbeid om een mooi effect tot stand te brengen en vraagt om inspanning terwijl de machine er is om het werk te vergemakkelijken. Industriële artikelen die gemaakt zijn door de tirannie van machines zijn gebaseerd op protocollen, regels en bekende modellen en dragen bij aan de verziekte atmosfeer in de stadsomgeving. Het idee is dat ware kunst mooi en ook nuttig moet zijn en moet voortkomen uit kunst en arbeid die beiden in dienst van de samenleving staan.

 

Het is interessant te constateren dat een beweging, die haar wortels heeft in het Engeland van de 19e eeuw, in de 21ste eeuw opnieuw een stellige positie inneemt. Nog steeds gelden dezelfde uitgangspunten: het gelijk trekken van verschillen tussen arm en rijk, het verheffen van het volk door mooie en nuttige ontwerpen te maken van wijken, woningen en dagelijkse gebruiksvoorwerpen. Een onderwerp dat nog steeds de aandacht verdient, community art zoals dat in goed Nederlands heet, is ook in de 21ste eeuw hip en hot. Ook in de projecten-carrousel van stad Rotterdam vinden er veel activiteiten onder deze noemer plaats. Interessant in dit verband is de vraag of in die projecten, naast bewoners, ook kunstenaars en opleidingsinstituten zijn betrokken. In dat licht kan de revival van de Arts & Crafts beweging een nieuw internationaal podium zijn waarin professionals met elkaar ervaringen en kennis uitwisselen.

 

Laat ik een beeld van de mogelijkheden schetsen door een aantal projecten te noemen die in Japan zijn gerealiseerd. En ik weet (bijna) zeker dat u, geachte lezer, zich al lezende realiseert: wat is daar nieuw aan? Zulke projecten worden toch allang in Rotterdam uitgevoerd!?

 

Een kunstenaar heeft een expositie georganiseerd van gebruiksartikelen en herinneringen, zoals foto’s en documenten en verzamelingen van wijkbewoners. Wijkbewoners die volgens henzelf een onbetekenende rol spelen in de buurt en dus een teruggetrokken bestaan leiden, krijgen zo de kans om over henzelf te vertellen, contacten te leggen met anderen en deel te nemen aan vervolgactiviteiten in de buurt.

 

Een ander kunstenaar heeft een tijdelijk hostel ingericht in leegstaande woningen in een kwetsbaar gebied met als doel om ‘buitenstaanders’ het gebied van binnenuit te leren kennen, zodat zij met minder vooroordelen of angst de wijk bezoeken. Vormgevers hebben aanpassingen in de stedelijke ruimte gedaan, waardoor het gebied voor ouderen en visueel gehandicapten makkelijker toegankelijk is. Zij hebben dit gecomplementeerd met een plattegrond waarop straten, woningen en voorzieningen voelbaar zijn. Anderen hebben de ‘binnenkant’ van de stad, de woningen en de manier waarop mensen de woning gebruiken, onderzocht. Met die kennis hebben zij de ‘buitenkant’ van de stad, de stedelijke ruimte, anders ingericht, die beter aansluit op de behoefte van bewoners. Er zijn specifieke voorzieningen in de stedelijke ruimte aangelegd, waardoor klein behuisden activiteiten kunnen ondernemen die in de woning onmogelijk zijn en waardoor de stedelijke ruimte optimaal benut wordt. Omdat de inrichting van de stedelijke ruimte een aanvulling is op het woningaanbod, wordt de stedelijke ruimte niet alleen een plek om je te verplaatsen maar ook een plek waar bewoners kunnen verblijven en gezamenlijk activiteiten ondernemen. Tenslotte is er een groep kunstenaars die kunst in de openbare ruimte hebben aangebracht die is gerelateerd aan de sociale structuur en de geschiedenis van de buurt.

 

Inderdaad, even googelen en je vind genoeg Rotterdamse voorbeelden van soortgelijke projecten. Er lijkt dus weinig nieuws onder de zon. En dat klopt, want zo zei Edelkoort in Zomergasten: een trend blijft zo’n jaar of vijftig bestaan. Toch ontbreekt er nog iets: continuïteit en kenniscirculatie en zichtbaarheid. In dat kader zou het mooi zijn als het onderwijs de Arts en Crafts gedachte adopteert en initiatieven onderneemt om een podium te organiseren waarbij het ambacht en de kunst elkaar ontmoeten. Zodat niet alleen Rotterdammers weten wat er omgaat in de stad. Leve de Arts en Crafts beweging, ook in Rotterdam.

Rubriek MM

Marina Meeuwisse

Marina Meeuwisse combineert wetenschap en kunst. Vanuit wetenschappelijk oogpunt houdt zij zich bezig met perceptie, emotie, geheugen en fundamenteel onderzoek. Haar onderzoek focu...

Bekijk profiel