WOELIG

19-7-2012 02:41

Door Stefan van Hoek

Al mijn spullen moeten van het Van der Valk Hotel in Ridderkerk naar het studentenhuis in Tussendijken, dus ik vraag me af of er in de gezamenlijke keuken ook een pan is om flensjes te maken, want die at ik in het hotel iedere dag – met veel ijsbergsla – maar met twee taxi's kan ik makkelijk de drie kasten en mijn overige spullen intact naar de overkant krijgen, zegt de vriendelijke mevrouw aan de telefoon en de nieuwe kamer is leeg en ruim, hier werkt mijn computer tenminste als eerste en niet als laatste, ik heb niemand zien binnenkomen, maar toch staan mijn drie kleerkasten er al en de jongen met de paardenstaart komt me begroeten, hij is mijn nieuwe buurman en ziet dat mijn computer het al doet en hij die niet meer hoeft te installeren, zoals hij op het terras van café Will'ns en Wetens had toegezegd – of is Will'ns en Wetens een bodega of een bar of een kneip of een schenkpaleis? – ik krijg de deur van de taxi niet open zonder Verklaring ArbeidsRelatie, maar de chauffeur zal me matsen en doet met zijn hand – gaat dat niet automatisch? – het portier van de knip, “en naar de speeltuin zal het gaan”, zegt hij, maar ik heb helemaal nog geen bestemming genoemd, dus trek ik mijn trainingsbroek aan en ga op de schommel zitten, terwijl ik op de beeldbuis zie dat er nauwelijks publiek in het stadion zit en de Amerikanen vertellen me juichend dat je voor één dollar een bier kunt krijgen in Polen, ik heb nog nooit een Amerikaan met zo'n Pools gezicht gezien, ook in het wilde Westland niet tijdens het tomaten plukken, dat waren nog eens tijden, dat je met tomaten naar de schrijver Ernest van der Kwast mocht gooien en ik daar nooit naartoe ging, omdat ik liever boeken lees als ze door Yusuf el Halal zijn geschreven, dus zet ik af en kijk naar mijn blote voeten, die bijna onder de tafel van de leraar verdwijnen als de schommel op zijn verst naar voren reikt, val ik toch niet en stoot ik ook mijn hoofd niet aan de onderkant van de leraartafel met daarop het televisietoestel, is dat misschien de reden dat Nemesis naast me komt zitten, maar me dit keer niet ter geruststelling een hand op mijn schouder legt en ik me daarom alleen voel en ze schampert tegen haar vriendin, die eigenlijk veel te aards is om de chaperonne van Nemesis te mogen zijn (zij moet wég, ik duld geen hartsvriendinnen), dat ze een zitplaats naast een voormalig Miss Universe kon krijgen, maar dat die ex-Miss dat lekker op haar buik kon schrijven en ze schaterlacht om haar 'Merry Xmiss', de schaterlach die mij alleen maar verliefder maakt, stomme woordspeling of niet, ze heeft me nog steeds niet aangekeken, al lijkt ze wel wat geroerd als ze mijn ontblote voeten ziet en er verschijnt een groen rondje voor haar naam, dus kan ik toch – of ze dat nu leuk vindt of niet – zien dat ze online is, terwijl ik de trek in wijn voel opkomen, maar die negeer door uren te gaan lopen, totdat ik de voetgangersbrug met de looping erin tegenkom, “waarom doe je dat niet op de fiets, dan ben je veel sneller” roept de Feyenoord-manager lachend in zijn vragende commandostijl, maar ik weet best nog dat hij heel bedachtzaam was toen ik hem over dat nieuwe stadion interviewde, dus negeer ik de looping een neem de piramidetrap, die zich naar beneden toe versmalt en culmineert in een punt, door achterover te leunen weet ik echter toch eerder beneden te zijn dan de vuurman, die eigenlijk sneller vooruit zou moeten komen dan ik, omdat hij het voordeel heeft dat hij de race samen met zijn maat, die in mijn oude stamkroeg achter de bar werkte, mag volbrengen en op het strand lopen alle badgasten behoorlijk in de weg, daarom moet ik me tussen hen door laveren en wurmen – maar waar zijn mijn roeispanen? – om als eerste het nummer af te halen, terwijl de muziek maar doorspeelt (salsa, omdat het zomer is, vermoed ik), de Feyenoord-manager lacht en roept “alle opbrengsten komen ten goede aan het nieuwe stadion” naar de vuurman, die nu pas aan hem voorbijgaat en ik zie dat de traptreden verdwenen zijn, desalniettemin loopt de terugweg via het duinpad ook behoorlijk steil omhoog, dus die paar sigaretten die ik dagelijks rook beginnen me nu parten te spelen, waardoor mijn voorsprong op de vuurman slinkt, maar die rookt hele dagen en ik zou verwachten dat hij helemaal niet meer verder kon, toch steekt hij het shagje in zijn mondhoek naar me uit en komt steeds dichterbij, ik ben mijn nummer kwijt en eenmaal boven spring ik mis als ik probeer de telefoonaansluiting als eerste van de paal te rukken en ik voel hoe de vuurman me op mijn schouders naar beneden duwt en daardoor zelf veel hoger reikt bij de rugby-ingooi, daarna lacht hij triomfantelijk als hij ziet dat de oplossing in het kruiswoordraadsel “AP” voor “Amsterdams Peil” moet zijn, niemand roept “boe” of gaat rellen, totdat de vuurman een steen gooit en de Feyenoord-manager de mensen opstookt om het in Keulen te laten donderen en ik wil nog roepen dat het in Leverkusen was, maar er komt geen geluid uit mijn keel, wat de trollen doet besluiten naar binnen te marcheren als zij niet meer online is...

 

 

...ik moet ontzettend plassen.

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel