WERK ZOEKEN

19-3-2013 19:53

Door Stefan van Hoek

Vandaag hoef ik niet drie uur lang op het Heiman Dullaertplein in het lokaal van de sollicitatieclub te zitten. Ergens wel prettig. Hoewel ik er altijd op dezelfde, vertrouwde plaats zit. Bij het raam, met uitzicht op woon-werkgebouw Looiershof. Het gebouw is een combinatie van slinks met elkaar verweven nieuwbouw en renovatie. Ik interviewde ooit architect Ineke Hulsman en schreef er een artikel over.

   In plaats van te solliciteren zit ik in het lokaal meestal weg te mijmeren bij de periode dat ik nog voldoende werk had. Ik beschreef bouwprojecten voor architectuurtijdschriften, reisde een groot deel van Nederland door. Meer dan honderd van de door mij beschreven gebouwen staan in Rotterdam. In feite ben ik daardoor een cultuurdrager van de stad. Niet dat ik daar nu nog iets aan heb. De bouwprojecten zijn op en ik moet maar zien dat ik een andere nering vind. Geen idee welke. Ik kan schrijven. Voor de rest kan ik ongeveer helemaal niks.

 

Maar goed. Niet somberen nu. Vandaag mag ik naar het Job Event in Ahoy. Ik hoop dat ze een goede baan vergeven aan die ene persoon die wel zo bij de tijd is geweest een paraplu mee te nemen, bedenk ik me, als ik de roltrap heb verlaten en schuilen onder het beton van de metrobaan niet meer mogelijk is. Dit is onvervalst staartroerend Maarts kutweer. Vrij opzienbarend dan ook dat ik ongeveer de enige ben die met een paraplu uitgestoken boven zijn bolletje richting Ahoy wandelt. De goegemeente laat zich gewoon nat nattesneeuwen. Misschien hebben ze gelijk ook. Leggen ze zich verstandig neer bij de omstandigheden zoals ze zijn. Is het een onbewuste manier om het gebrek aan maakbaarheid van het leven weer te geven.

 

Bij de ingang zie ik dat de bezoekers voornamelijk kinderen zijn. Het is nog net niet zo dat het stemgeluid dat van de hoge kakofonie van de Feyenoord-Kameraadjesclubtribune benadert. Maar om nu te stellen dat ik me op mijn plaats voel tussen de middelbareschoolleerlingen is me te rijk gerekend. Die vaststelling valt in het niet bij het aanschouwen van het welkomstcomité. Mantelpakjes met paardenstaart en de geijkte glimlach boven de naambadges op hun borst staan met een automatische leesmachine de barcodes op de uitnodigingen te scannen. Ook geen baan voor mij. De glimlach, ik verdom het pertinent die op mijn gezicht te veinzen. De glimlach is een teken van overgave. En tot overgave ben ik vooralsnog niet bereid. Net als tot het dragen van mantelpakjes of de masculiene versie ervan: driedelig. Ik zal pas glimlachen als ik in de meute met een ruk aan mijn stropdas mijn bomgordel tot ontploffing breng.

 

Na binnenkomst merk ik dat ik mij nog niet bepaald op een Job Event bevind. De ene na de andere stand met opleidingen, opleidingen, opleidingen. Dat is leuk voor de generaties na mij. Kunnen ze zichzelf in de schulden steken om de studie te betalen, stage lopen en als er echt niets meer te kiezen valt met behoud van uitkering een tegenprestatie voor hun verlaagd minimumloon leveren.

   Ik loop maar wat rond, op zoek naar iemand met wie ik eventueel een waardevol gesprek zou kunnen voeren. Kan ik misschien een van mijn visitekaartjes kwijt. Heb ik die hele stapel vanochtend niet voor niks in mijn portefeuille gepropt. Maar ik zie slechts glimlachen boven naambadges. Het kost me niet de minste moeite deze vertoning serieus te nemen; het is namelijk botweg onmogelijk, dus iedere moeite overbodig. Hier staan mensen hun geld te verdienen met glimlachen. Niet met het correct informeren van bezoekers.

 

Verder achterin de hal beland ik dan op het werkelijke Job Event. Het verschil met het deel opleidingenevenementenvloer is opmerkelijk, in die zin dat het ongeveer geheel afwezig is. Badges en glimlachen. Niet één stand waar ze pillen tegen mijn allergie daarvoor verstrekken. Dus wandel ik ook hier nog maar een rondje, opgelaten, me thuisvoelend als Marianne Thieme in een abattoir.

   Verderop is er nog de Skills Masters-vloer. Die naam doet me teveel denken aan een penaltybokaalwedstrijd of een partijtje voetvolley. Bovendien is het de bedoeling dat bezoekers hun jas in een garderobe achterlaten. En met het fenomeen garderobe is het al bijna net zoals met mijn aversie tegen de glimlach: rot maar lekker op. Ik houd mijn jas aan en dus mijn bescheiden op mijn lichaam.

 

Nee, het is niet mijn beste humeur waarmee ik terug de metro in stap. Wat een waardeloze tijdsbesteding was dit. Nog mazzel dat de sollicitatieclub opdraait voor de reiskosten.

   Bij metrostation Dijkzigt ga ik het vervoermiddel weer uit. Er loopt een meisje voor me. Ik schat haar op een jaar of twintig, een stageloopstertje tot in de eeuwigheid. Ze heeft een blikje energiedrank in haar hand. Het is een mooi meisje, prent ik mezelf in, hoewel ik niet eens een glimp van haar gezicht heb kunnen opvangen. Ik besluit haar te volgen. Ik doe dat vaker. Gewoon achter een willekeurige vrouw aan lopen. Omdat het kan en omdat het goed is een doel in je leven te hebben. Met stalken heeft het verder niets te maken. Ik spreek ze niet aan, ofzo. Noch gooi ik, als ik ze helemaal tot aan hun woning ben gevolgd, een in benzine gedrenkte prop poetskatoen brandend door hun brievenbus als ze thuis liggen te slapen.

 

Bij de uitgang aan de Rochussenstraatzijde komen mensen met de roltrap naar beneden. Hoewel het meisje na de genoten energiedrank toch voldoende pit zou moeten hebben om de gewone trap omhoog te lopen, blijft ze stilstaan, om te wachten tot de display het teken geeft dat de roltrap twee richtingen op kan. Ik erger me aan haar gemakzucht.

   Ik besluit alvast naar boven te lopen. Eenmaal daar houd ik halt en draai me om. Ik zie dat de display hier inmiddels de mogelijkheid tot twee richtingen gaans geeft. Beneden stapt het meisje op de roltrap. Ik probeer haar in het gezicht te zien, maar ze houdt haar hoofd achterover en klokt de energiedrank naar binnen. Boven gekomen zet ze het blikje bovenop de displaypaal en loopt verder.

   Ik hoef maar één stap in haar richting te doen en haal vol uit. Met de vlakke hand, niet met mijn vuist. Ze heeft immers het blikje niet op straat gegooid, noch er een deuk in geknepen, maar het netjes ongehavend bovenop de paal gezet. Ze is een paar treden teruggevallen op de roltrap, die haar nu weer naar boven transporteert.

 

En jullie dan? En jullie dan?” gil ik wild met mijn armen zwaaiend, tegen niemand in het bijzonder, maar de mensheid in het algemeen. Voornamelijk verschrikte blikken zijn mijn deel. Al die verschillende nationaliteiten in de stad laten nu hun eensgezindheid zien. Iedereen loopt door.

   Zonder nog naar het meisje te kijken draai ik me om en vervolg mijn weg. Ik ga maar eens op huis aan. Ik heb geen zin om nu hier al aangehouden te worden. Met alle camerabeelden moet het de wetshandhavers geen enkele moeite kosten me te achterhalen. Dan komen ze me thuis maar arresteren. Ik zal op ze wachten, aan de rand van het dak. Naast de oude wasmachine in de goot, die eigenlijk gereserveerd is voor de deurwaarder.

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel