VERWENDEMENSENSTAD

11-5-2013 22:35

Door Stefan van Hoek

Naar aanleiding van Stadslog-editie 39, een Sonderausgabe met slechts stukken van mijn hand, werd ik uitgenodigd een column voor te dragen in Pakhuis De Zwijger te Amsterdam. Ik was er te gast met onder anderen de - inmiddels niet meer te vermijden, want bij de chronisch positivo en overpresidentieel gesalarieerde Matthijs van Nieuwkerk te gast geweest zijnde - kappers van Schorem Haarsnijder en Barbier, dat ik zo lang ik leef 'dat herenkapperszaakje naast Will'ns en Wetens' zal noemen, aangezien ik nu eenmaal ooit de naam van de inmiddels roemruchte nachtuitspanning bedacht, hoofdredactrice Eeva Liukku van de Rotterdamse opiniewebsite Vers Beton en Jan Benthem, architect van het Rotterdamse Centraal Station. De presentatie was in handen van Sjoerd van Oortmerssen, ex-Jakhals bij De Were...etc. Want loopt Matthijs van Nieuwkerk niet als een rode draad door het leven van een ieder die in Nederland iets voorstelt of zulks pretendeert?

 

Hieronder volgt de, naderhand iets aangepaste, tekst:

 

'Dat ze daaro lekker de pleuris krijgen,' mompel ik en overweeg helemaal niet in de trein naar Amsterdam te stappen. De organisatie van Geen woorden maar daden, de talkshow over Rotterdam in Amsterdam, heeft me uitgenodigd een column te komen voordragen over mijn benaming voor de hoofdstad: Verwendemensenstad. Maar ineens vrees ik eenmaal daar te zullen worden overvallen door een snerpende koppijn zodra ik dat zogenaamd sappige taaltje hoor, dat in werkelijkheid op de imitatie van een botte cirkelzaag lijkt.

 

Zondag las ik op Teletekst dat er in de Amsterdamse binnenstad ruim 30 mensen waren gearresteerd bij ongeregeldheden. Ik vond dat rijkelijk aan de vroege kant. Ik moest immers pas dinsdag voorlezen. Bleek het te maken te hebben met het kampioenschap van Ojox. Niets tegen Ojox. Dat is een club met een palmares om te vousvoyeren. Vier Europacups 1, twee wereldbekers, een Europa Cup 2 en een UEFA Cup. Daarnaast liefst 32 landskampioenschappen. Ik begrijp echter niet zo goed wat Ojox met Verwendemensenstad te maken heeft. Een blik op de kaart leert ons dat hunnie der stadion zich om en nabij Utrecht Noordwest bevindt. En dan gaan ze lopen vieren en doen alsof het in hun eigen stad is gebeurd. Het feit dat ik twee dagen na het 32ste kampioenschap van Ojox mag komen opdraven, moet ik kennelijk ook maar als toevallig opvatten. Ik wil niet paranoïde overkomen, maar ik houd graag overal rekening mee. Noem me een perfectionist, een control freak.

   Ik zal trouwens eens iets heel geks vertellen. Ik ken een stad waar je gewoon de keus hebt uit drie betaaldvoetbalclubs. Voor bijna elke windrichting wat wils. West, Oost, Zuid. You name it. En in het kader van 'de eersten zullen de laatsten zijn' merk ik wat betreft Zuid slechts op: Europa Cup 1 1970; Wereldbeker 1970; UEFA Cup 2002. Nou hullie weer.

 

In Verwendemensenstad slaat de gekte pas echt toe als het nationaal keurkorps als enige land ter wereld voor de derde keer een WK-voetbalfinale heeft gespeeld en ook voor de derde keer heeft verloren. Dan staat er ineens een menigte van een miljoen in oranje gehulde imbecie...laat ik vriendelijk blijven, enthousiastelingen te hossen langs het open riool alsof er gewonnen is. Hier en daar springt een psychiater het lel in. En af en toe zakken ze en masse met woning en al in de plomp. Feest omdat je verloren hebt. Daarnaast: wat heb je aan al dat gehos en vrolijk gedoe? Ik ken ook een stad waar ze de stedenbouwkundige ingreep van de Duitsers uit 1940 nog eens dunnetjes overdoen als er wat te vieren valt. Niet van dat benauwde.

 

Eens per jaar verandert de kleur enkele schakeringen in de hoofdstad; oranje wordt roze. Men viert de parade der tegennatuurlijken. Een optocht van zo dun mogelijke reepjes stof tussen harige billen. Alsof The Village People een keertje of 90.000 is gekloond. Op bootjes door het open riool, vanzelfsprekend. De rest van het jaar mogen toeristen zich blauw betalen om hun harses tegen het veel te lage plafond te stoten van een vlet met ramen, die ook wel 'rondvaartboot' wordt genoemd. En traag dat die dingen gaan. Bij ons stap je op een bootje waarin je, als het kreng gasgeeft, de indruk krijgt op een motor te zitten die slechts op zijn achterwielen rijdt. Gewoon om van A naar B te raken. We hebben wel meer te doen dan naar buiten kijken.

 

Vreemd genoeg kost door het open riool varen klauwen met geld. Waar het water echt ter zake dienend water gaat zijn en de passagier zowaar een indruk van ruimtelijkheid krijgt – het IJ hoort erbij – is het vervoer met pontjes gratis. Eén probleem: hoewel er tegenwoordig een hypermodern filmmuseum staat, zijn ze aan de overkant verder vergeten zoiets – kennelijk merkwaardigs – als stad te bouwen. Bij ons heb je aan de ene kant van het water stad. En aan de andere kant ook. Heel geinig. Met aan beide oevers voetbalclubs. We hebben trouwens ook heel makkelijke dingen om aan de andere kant van het water te raken. Weet je hoe die heten? Bruggen. En tunnels. Handig hoor.

 

Maar voor de Verwendemensenstedeling gloort er hoop. Men bouwt aan een Noord-Zuidlijn. Alleen is nog niet bekend in welke eeuw die open gaat. Er waren wat probleempjes met de aanleg. Huizen zakten de bouwput in. Nou bestaat er ook, in hetzelfde land, een ontwikkelde habitat, waar een nieuw metrostation werd gebouwd, pal naast een van de hoogste gebouwen van het land. Dat station is al helemaal klaar. Weet je wat ze gedaan hebben om ervoor te zorgen dat er niet ruim 150 meter gebouw omviel? De bodem bevroren. Makkelijk, joh. Wellicht is het nu wachten totdat het best wel karakteristieke gebouw van Station Verwendemensenstad Centraal in de bouwput van de Noord-Zuidlijn is verdwenen. Het zal de Amsterdammer zijn tijd wel duren. Hij woont toch niet op het station? Dan vaart ie toch gewoon nog drie eeuwen met het pontje naar de overkant?

 

Met een paar eeuwtjes tijdsverschil heeft de Verwendemensenstedeling niet zo veel moeite. De uitdrukkingen laissez faire en met de Franse slag mogen dan richting Frankrijk wijzen; het kan bijna niet anders of ze vinden hun oorsprong in Verwendemensenstad. Het gemiddelde jaarinkomen ligt er stukken hoger dan in de havenstad. De gemiddelde havenstedeling, die eigenlijk al lang geen havenstedeling meer is, daar de belangrijkste havens inmiddels ongeveer halverwege de boottocht naar Engeland liggen, loopt in de soos. De Amsterdammer krijgt salaris, terwijl hij geen reet uitvoert, of het moet frauderen bij het plaatselijk vervoerbedrijf of de vuilnisophaaldienst zijn.

   De hoofdstedeling kijkt niet op een paar honderd jaar. Loop 's nachts door het openluchtmuseum van de 17e eeuw en je ziet er nauwelijks een hand voor ogen. Opzettelijk heeft men er straatlantaarns geplaatst die kaarsvlammetjes nabootsen. Hoewel? Daar in de verte gloeit rood schijnsel. Een schaars geklede dame wenkt de voorbijganger en noodt die binnen te treden. In geciviliseerde oorden belt men gewoon een telefoonnummer en bestelt een gedienstige aan huis, hotel of kantoor. Zo niet hier. Voordeel is dat de dames van het rodelichtendistrict hun service stukken goedkoper aanbieden dan de zogenoemde callgirl. Met andere woorden: naast het feit dat de Verwendemensenstedeling sowieso meer geld te besteden heeft, kan ie nog goedkoper naar de hoeren ook.

 

Jaren lang liepen Amsterdammers te schamperen op die boeren uit die havenstad. Het enige wat ze daar konden was hoge gebouwen neerzetten. Waren ze nou boeren, havenwerkers of bouwers? vroegen ze zich in Rotterdam af. Of was dat in de ogen van de inwoner van Verwendemensenstad één pot nat? De gewezen havenstedelingen haalden hun schouders nog maar eens op.

   Ruim een decennium later moesten hullie zelf opeens ook aan de hoogbouw. In de buurt van het World Trade Center zou zich een geweldig highrisecluster, genaamd de Zuid-As, richting het zwerk verheffen. Er was één maar: er mocht niet hoger worden gebouwd dan 105 meter, vanwege de aanvliegroute naar Schiphol. Alsof de vliegtuigen ter plekke al op een hoogte van 150 meter over kwamen scheren. Zwaar overdreven angstig. Wat kon er nou gebeuren? Nou ja, in Utrecht Noordwest vloog eens een vrachtvliegtuig van El Al wat te laag. Maar verder?

 

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel