NAAMSVERANDERING

13-8-2013 20:35

Door Stefan van Hoek

 

Nee. Erg lang mee ging het nieuwe terrasmeubilair van café De Schouw niet. De vorige uitbater wilde kennelijk geen diepte-investering meer doen. De stoeltjes zijn vrij solide, maar ongeveer één op de drie keer dat ik een tafel in- of uitklapte, floepte er een plankje tussen zijn mede-plankjes uit het oppervlak vandaan, sneller dan de kapitein van de Costa Concordia zijn zinkend schip verliet.

Ik schat dat ik nu al een keer of vijftien in de weer ben geweest met reparatie. Het tafeltje omgekeerd met het oppervlak op de grote stamtafel binnen leggen, de schroeven terug in de voorgeboorde gaten schroeven, erachter komen dat de schroeven geen greep meer in het hout vinden (het plankje floepte immers niet voor niets los), het plankje iets van positie veranderen, een nieuw gaatje pal naast het voorgeboorde schroeven, vast maken en het tafeltje kon weer een dag mee. Op een gegeven moment heb ik maar besloten een frisse wind door De Schouw te laten waaien. Sinds ik de losse plankjes niet meer terugschroef, maar ze met dunne spijkers herbevestig, zou je kunnen stellen dat de herberg van nieuw elan is voorzien en statusverhogend cachet heeft verkregen. Er zijn ook klanten die beweren dat het opgefrist karakter te danken is aan de nieuwe eigenares, Tineque Spèquesnydère, onder meer omdat ze de toiletten laat verbouwen. Nou ja, dat soort klanten houd je altijd, ieder zijn mening.

Tijdens mijn tafelrestauratieactiviteiten vroeg ik me trouwens regelmatig af waarom “Hoekig” nog “Hoekig” heet en overwoog ik de hoofdredacteur van Stadslog te verzoeken de titel te wijzigen in iets als “Ondertussen, in voormalig journalistencafé De Schouw”. Ik schrijf toch altijd over De Schouw, ergens anders breng ik in wakende toestand nauwelijks tijd door. Of het moet op de automatische piloot bonusaanbiedingen verzamelend in de Albert Heijn (of is het “Heyn”?) op het Vasteland zijn. Ik ben nu eenmaal veeleer verzamelaar dan jager. Zet me op een zomeravond op een terras in de Witte de Withstraat vol vrouwelijk schoon en ik spreek niet één feminien wezen van het menselijk ras aan. Hoogstens zeg ik tegen een opdringerige duivin dat ze moet opvliegen. Zet me in een vestiging van AH waar de Danio vruchtenkwarkyoghurt 'in de bonus' is en het grote laden neemt een aanvang, met een graaimentaliteit waarbij vergeleken die van een verzameling topbankiers klein bier is. De grootgrutter zou in de bonus makkelijk hogere prijzen kunnen rekenen dan de week tevoren buiten de bonus. Er staat 'bonus', dus is het voor mij bonus. Zo heeft het concern mijn prijsbewustheid al weten te corrumperen. Alleen in dat trucje om niet-bonusaanbiedingen pal naast de bonusaanbiedingen te zetten, trap ik niet meer. De laatste keer kwam ik thuis met drie ons camembert, tegen honderd procent van de normale prijs. Ik lust de meest onschuldige Nederlandse kaas al niet, tenzij gesmolten, maar Franse kaas gaat alle limieten te boven. Ik blijf geen sokken kopen. Tijdens camembert-gate gooide ik uit walging negen paar vuile sokken gewoon direct de vuilnisbak in, haalde de zak er uit en liep droogbrakend naar de stortcontainer naast het Nieuw Rotterdams Café in de Eendrachtsstraat. Vervolgens repareerde ik aan de overkant van de Witte de Withstraat in De Schouw twee terrastafels en dronk er ijsthee, ieder glas afwisselend toegevoegd met een partje limoen en vervolgens citroen. Heerlijk fris. Toen ik 's nachts thuiskwam hing de sokkengeur er nog steeds, maar dan in toegenomen gradatie. Op het aanrecht stond drie ons, inmiddels hevig transpirerende camembert me op te wachten. Met als toevoeging zoemende stront- (of kaas-, ik zag het verschil niet zo snel) vliegen erop en -omheen.

Maar goed. Het verzoek om “Hoekig” te veranderen in “Ondertussen, in voormalig journalistencafé De Schouw” heb ik achterwege gelaten. “Hoekig” is een korte en pakkende titel, die ook nog aan mijn achternaam refereert. De Schouw bevindt zich op de hoek van de Witte de With- en de Eendrachtsstraat. En om bij het café te komen, moet ik een hoek van exact negentig graden maken om vanuit mijn luxe appartement aan de Eendrachtsweg in de Witte de With te komen. (Sorry, mijn architectuurjournalistieke achtergrond speelt weer eens op. Met dit soort referentielulkoek haalt een bouwheer zijn opdrachten binnen en aangezien schraalhans nergens dermate keukenmeester is als in de architectuur, grijp ik iedere mogelijk treffende associatie aan.)

De naamsverandering van Tineke Speksnijder in “Tineque Spèquesnydère” vind ik uit het oogpunt van internationalisering toe te juichen. Zoals Feijenoord ooit zijn naam in “Feyenoord” wijzigde, omdat die veel beter door buitenlanders uit te spreken was. Het wemelt in de Witte de Withstraat nu al van de Italiaanse, Spaanse en Franse toeristen, laat staan als straks het hostel boven café De Witte Aap, iets verderop in de straat, zijn deuren heeft geopend.

Nu nog afwachten hoe “De Schouw” in de toekomst gaat heten. Hoor die naam uitgesproken door een toerist uit Latijns-Europa en je rent om een teiltje, teneinde het terras van een lading braaksel te vrijwaren.

Afbeelding/Stefan van Hoek

 

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel