EEN ROZE RIETJE

8-2-2013 13:45

Door Stefan van Hoek

Met de flesjes Brand heb ik het nu wel gehad. Ik bestel een gin-tonic. Welja, doe er ook nog maar een schijfje citroen bij. Best meditatief om met mijn stampertje eerst het sap uit het fruit te duwen en vervolgens te proberen het vruchtvlees zo ver mogelijk tot pulp te verwerken. En ergens heel ver in mijn achterhoofd kan ik mezelf dan nog wijs maken dat ik hier niet voor de alcohol, maar voor de vitamine C kom. Vervolgens de gedachten ver in mijn achterhoofd laten domineren boven die in andere delen van de hersenpan en ik bevind mij in een sanatorium in plaats van een nachtkroeg.

   Op de klok achter de bar zie ik dat het tegen zeven uur 's ochtends loopt. Bij de bovenbar achterin Will'ns & Wetens staan inmiddels meer mensen te dansen dan er nog op de barkrukken zitten. Groovy shit. Goeie muziek ook. Ik ga wat met mijn hoofd heen en weer. En als ik met mijn hoofd heen en weer ga, kan men er staat op maken dat er muzikaal sprake van groovy shit is, aangezien ik – zoals in al mijn contactadvertenties staat vermeld – wél bar-, maar geen danstype ben.

   Buiten is het al licht aan het worden. De sfeer binnen doet me denken aan die in De Drie Musketiers, jaren geleden. Met dien verstande dat iedereen daar zo doped up was, dat de hele zaak zondagmiddag om twee uur nog volop uit zijn plaat kon staan gaan. Gekkenhuis.

   Oei. Welke combinatie van merken gin en tonic is dit? Klokt zo heerlijk weg. Ik bestel een volgende gin-tonic. Jaja. Doe maar met citroen. Als het maar niet te lang duurt.

 

Wouze zaak blijft dit, Will'ns & Wetens. Toen ik vannacht om een uur of half drie binnenkwam en aan de bovenbar ging zitten, bevond ik me tussen cliëntèle die ik gezamenlijk inschatte voor een jaartje of vijfenvijftig rasphuis. Toch was de sfeer niet ongemakkelijk. Een kwestie van je niet met je omgeving bemoeien. Ik heb af en toe wat met de barvrouw van gedachten gewisseld over de collectieve paranoia die er met dank aan de sociale media heerst. Wel vermakelijk, als het niet zo triest zou zijn.

   Ongeveer om het half uur heb ik een fles Brand besteld. Doordat ik af en toe in gesprek was, hoefde ik niet eens op mijn drinktempo te letten om mijn inname christelijk te houden. Wat er om me heen gebeurde, ging grotendeels aan me voorbij. Na ongeveer anderhalf uur had zich een opmerkelijke wisseling van de wacht voltrokken bij de bovenbar. Het correcte nachtvolk had de overhand gekregen. Will'ns & Wetens vormt een gekende laatste aanleghaven als bijna alle andere kroegen gesloten zijn. Zeker sinds het Oude Tramhuys nog slechts een oud tramhuis staat te zijn.

 

Tonic bevat kinine. Kinine schijnt goed te zijn tegen malaria, dus ik bestel nog een gin-tonic. Met die opwarmende Aarde is het immers slechts een kwestie van tijd of ook de malariamug zoemt welig door Rotterdam. En een knappe jongen die me wijs maakt dat die tijd niet vandaag al is aangebroken. Geen enkel risico, dus. Bovendien: als ik maar voldoende gin bij mijn kinine drink, heb ik straks sowieso geen last van muggengezoem meer. Vlij ik mijn hoofd op Morpheus' borstkas nog voordat het mijn kussen heeft kunnen raken.

   Het is bijna acht uur. Als het geen zondag was geweest, had ik zo direct langs de Coop gekund om boodschappen te doen. Nog één gin-kinine en gelijk afrekenen. De schade ligt vrij dicht tegen de zestig euro aan. Pech voor de barman. Ik rond naar boven op de ronde zestig af. Aan dat gezeik met andere getallen dan nul of vijf aan het eind van de somma begin ik bij bedragen in deze orde van grootte niet. En de kans dat ik ergens meer dan vijf euro fooi geef, kan de gehele wereldbevolking op de respectieve bier- dan wel rijstebuiken schrijven. Ik bedoel: het leven is prachtig. Maar duur, erg duur.

 

Het feit dat ik vanochtend zestig euro heb afgerekend, moet betekenen dat er nog veertig in mijn portefeuille zitten, bedenk ik me, terwijl ik recht omhoog naar het plafond staar. Ik heb geen hoofdpijn. Ook mijn nadorst valt me mee. Mijn gevoel bevindt zich in een tussenstadium van kater-light en kater. Laat ik het als kater-light-plus kwalificeren. Alcoholloos de komende nacht doorkomen, ga ik niet trekken. Zoveel is zeker. Daarvoor ben ik te veel een gewoontedrinker. Lichaam en geest zijn te zeer gewend aan de dagelijkse minimale hoeveelheid. Ik moet minstens een onderhoudsdosering in huis zien te halen. En een onderhoudsdosering houdt in: voldoende om de rust te bewaren, maar niet de factor tien overschrijden.

   De factor tien lijkt raadselachtiger dan hij is. Het komt er op neer dat je in de kroeg niet meer dan acht bier achterover moet slaan. Een glas bevat namelijk 0,25 liter. Bier bevat 5 procent alcohol. 8 x 0,25 = 2 x 5 = 10. De factor tien resulteert de volgende dag weliswaar niet in complete geestelijke helderheid; paranoia of andersoortige paniekaanvallen blijven achterwege. Ik marchandeer slechts met de factor tien als ik een fles wijn aanschaf. Goede witte wijn bevat nu eenmaal vaak 13,5 procent alcohol en komt in flessen van 0,75 liter. Die twee waarden leveren vermenigvuldigd een factor van 10,125 op. Ik realiseer me dat ik me daarmee op een hellend vlak begeef. Vanaf de andere kant bezien en om oud-Feyenoord-voorzitter Cor Kieboom te citeren: “Wie zegt mij dat ik consequent moet zijn?” Bijwerking van mijn factortientheorie is wel dat ik in de kroeg nóóit minder dan acht pils drink en dat thuis een fles wijn per definitie leeg gaat. In dat laatste geval is het ook nog eens van huishoudelijk-praktische aard: met een lege fles is de boel mooi aan kant.

 

Juist ja. Of beter: onjuist ja. De Coop was vanochtend dicht, dus ik heb niets te eten in huis. En ik ga geen eten halen. Ik mag dan niet in het bezit zijn van een volbloed kater, maar van een kater-light-plus, dat is bepaald nog geen geestestoestand om doodgemoedereerd de straat op te gaan en vervolgens in een openbare gelegenheid te gaan zitten wachten op mijn eten. Dus bestel ik telefonisch een shoarmaschotel aan huis. Hoewel ik de twee pitabroodjes plus lading friet en shoarma meestal niet op krijg, bestel ik áltijd een schotel, nooit een broodje. Bij een broodje moet ik extra bezorgkosten betalen, de schotel is van een dermate prijsniveau dat er geen heffing bovenop komt. Dat stelt me vreemd genoeg gerust, terwijl het er in de praktijk meestal op neerkomt dat de helft van de schotel in de vuilnisbak belandt.

 

Ik ben kennelijk weer in slaap gevallen. Ik zie op mijn mobiele telefoon dat het al twaalf uur is geweest. Na het eten ben ik wel iets bijgetrokken, maar verre van voldoende om geheel gerust over straat te gaan, merk ik. Ik moet haast gaan maken. De avondwinkel op de Schiedamsedijk sluit om één uur. Ik besluit me niet om te kleden en in mijn trainingsjack en joggingbroek naar buiten te gaan.

   Als ik door de Witte de Withstraat loop, werp ik een blik bij het gezinsvervangend tehuis naar binnen. Het is er niet druk, maar alle gezelschap behalve dat van mijzelf is me op dit moment te veel. Ik ben nog te zeer herstellende. Dus loop ik door. Met gezwinde pas. In dit soort situaties voorkomt hard doorlopen een eventuele angstaanval, weet ik inmiddels uit ervaring. Alsof je die letterlijk fysiek voor blijft door er voldoende snelheid in te houden.

   Prrrrrrobleem. Met hoofdletter 'P' en rollende 'r', zie ik als ik de hoek van de Schilderstraat om ben en de Schiedamsedijk op loop. Een avondwinkel die lijdt aan een honderd procent te hoge marge van geslotenheid. Sluit ie op zondag al om twaalf uur? In een geruster gemoedstoestand zou ik ter verificatie naar een kaart met openingstijden achter het raam hebben gespeurd. Nu stiefel ik direct door naar het Churchillplein om over te steken. Daarna door naar het Kruisplein. Hopen dat die avondwinkel daar nog open is. En anders wordt het voor de tweede achtereenvolgende nacht Will'ns & Wetens. Kap ik ter plaatse snel een paar gin-tonics naar binnen om tot rust te komen en zie ik wel wat de rest van de nacht me brengt.

   Geweldige uitvinding, die Lijnbaan. Geen mens op straat 's nachts, dus de kans op een paniekaanval is ernstig gereduceerd. Op het Schouwburgplein piep ik tussen de plastic golfplatenbioscoop en wooncomplex Calypso door en dan straalt het licht van de avondwinkel me tegemoet.

 

Ik pak een sixpack Heineken uit de koeling. Zes blikjes van 33 centiliter leveren een factor 9,9 op. Een waarde die ik in dit geval coulant naar boven zal afronden. Ik keer om en loop naar de kassa. Voor me staat een jongen. Gelukkig hoeft hij alleen een blikje cola af te rekenen. In mijn gemoedstoestand is wachten namelijk fnuikend. Iedere vorm van hypochondrie is dan totaal niet meer als zodanig te herkennen, maar lijkt de eerste aanzet tot een hartinfarct te zijn. Kan die gozer niet opschieten? Hij staat na twee jaszakken en één broekzak nu in de volgende broekzak te voelen waar zijn geld zit. Ik voel mijn mond droog worden. Gelukkig heeft hij bij zijn vierde poging beet. Normaal zou ik zijn poging gepast te betalen als aardige geste waarderen, nu grijpt ongeveer alles me naar de keel. De man achter de kassa neemt het geld aan en vraagt of de jongen een rietje bij zijn blikje wil. Het antwoord is bevestigend. Verschrikt trekt de jongen zijn handen weg als de kassaman hem het rietje wil geven.

   “Heb je geen andere kleur? Die moet ik niet.”

   “Dit zijn de enige die ik heb.”

   “Nee, man. Ik moet die rietje niet. Die rietje is roze. Heb je geen blauwe of groene?”

   “Sorry, ik heb alleen roze rietjes”, zegt de kassaman en kijkt me aan.

   Ik beantwoord zijn blik van verstandhouding voor zover ik daar nog toe in staat ben en wens tegelijkertijd de puber stapels bibliotheekboeken met stigmatiserende homoregenboogstickers toe. Ik merk dat mijn handen trillen. Als de puber kankerend de zaak is uitgelopen, zet ik het sixpack op de toonbank. De kassaman slaat zijn kassa aan. Ik vraag hem om een plastic tasje. Ik moet onderweg

niet dat sixpack laten pletteren.

   “Een roze?” vraagt hij grijnzend en grijpt onder de toonbank.

   Grinnikend pak ik het blauwe zakje aan, doe het sixpack erin en loop naar buiten.

   Nog tien minuten en ik ben thuis. Laat de boeren maar dorsen.

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel