EEN KUTHAL IN EEN PETPARK?

19-11-2012 08:27

Door Stefan van Hoek

(Beschrijving van de foto's onderaan dit artikel)

 

“Rem Koolhaas had de sleutel nog.”

 

“Kunsthal hield alternatieve Museumnacht volgens all-you-can-take-concept.”

 

“Van die arme, kleine schilderijtjes meenemen. Echte kerels hadden zo'n groot beeld van Maillol naar buiten gedragen.”

 

En sinds de kunstroof in verband werd gebracht met een grote cocaïnevangst in de haven van Antwerpen:

 

“Gevreesd wordt dat de schilderijen tot fijn poeder zijn vermalen.”

 

Op het niveau van de woordgrap dan nog:

 

“Rem Koolhaas is gebiedende wijs”

 

en

 

“Een Kuthal in een petpark”.

 

De Kunsthal in het Museumpark bestond 1 november 20 jaar. Van 1 november tot en met 20 januari 2013 wordt dit gevierd met een kleine expositie in vleugel D. Al te vaak is het gebouw onderwerp van gratuite spot geweest. Spot die na de kunstroof nog eens in de versnelling ging. Hier en daar ook terecht.

 

Depot

Om de spot nog even voort te zetten. Aan de oostelijke zijde van het gebouw, in vleugel D, bevindt zich op de eerste etage om onbegrijpelijke redenen nog steeds de roostervloer. Vrouwen met gehakt schoeisel zijn er min of meer kansloos. Gerokte vrouwen zijn een leuk extraatje voor de mannelijke bezoekers op de begane grond. Ze bezorgen hen én een stijve nek én een geheel nieuwe dimensie aan het begrip 'museale ervaring'. De voormalig hoofdredacteur van een landelijk bouwblad schertste eens dat hij alvorens de Kunsthal binnen te gaan eerst in het Museumpark in een zo vers mogelijke hondendrol ging staan. Vervolgens begaf hij zich direct naar de roostervloer. Daar gaf hij zijn lading in depot bij de open monden van bewonderaars op de begane grond. En dat terwijl de Kunsthal nu juist een instelling zonder depot is, maar slechts voortdurend wisselende exposities herbergt.

 

Transparantie

Twintig jaar na de opening breekt men zich bij de Kunsthal nog steeds het hoofd over de vraag hoe de roostervloer beter beloopbaar te maken. Het antwoord: leg er matten overheen of – ingrijpender – creëer er een betonvloer. Goh, dan lever je iets in op het in de architectuur veelal te onpas gebruikte begrip 'transparantie' en doe je het ontwerp van sterarchitect Rem Koolhaas geweld aan. Inderdaad. En je krijgt er functionaliteit voor terug. Transparantie wordt namelijk al te veelvuldig verward met onwenselijk hoogtevrees veroorzakend doorzicht.

 

Ontwerpwet

In het kader van de megalomania slaan we even een zijstraat in naar de eerste ontwerpwet van Stefan van Hoek: “Architecten zouden voor de daadwerkelijke bouw verplicht met een akelige paranoiakater door een virtueel 3D-model van hun eigen creatie moeten wandelen. Kunnen ze héél goed ervaren welke doorzichten wél, en welke níet wenselijk zijn.” Deze ontwerpwet borduurt voort op een uitspraak van Koolhaas: hij beweerde eens dat het – waar het sec het ontwerpen betreft – gezien de stand van de digitale techniek eigenlijk niet per se nodig zou zijn gebouwen nog daadwerkelijk uit te voeren.

 

Hellingbaan

Om nog even te blijven schertsen: van de hellingbaan die dwars door het gebouw loopt, kunt u uw familielid in rolstoel een pretparkrit naar het Museumpark bezorgen. Gewoon loslaten. Als uw oude vadertje onderaan een klein beetje meestuurt, zal hij op de bollende brug in het park tot stilstand komen. Daarna moet hij zijn voertuig wel zelf op de rem zetten. Anders gaat hij na zijn hoogtepunt achteruit weer terug en wordt het echt eng.

 

Flauw

Aan de hellingbaan bevindt zich ook de entree, die tevens de uitgang vormt. Niet bepaald op een prominente plaats, eerder weggestopt. De ingang voert het publiek in twee richtingen. Omhoog leidt de looproute eerst langs een schuin richting Museumpark oplopende collegezaal, waarna de bezoeker pas in de museale ruimte belandt. Slaat hij rechtsaf en loopt vervolgens rechtdoor, dan bevindt hij zich direct in de grote expositiehal op de eerste etage, Hal 2. Een in tegengestelde richting van de collegezaalvloer gesitueerde, flauw oplopende trap voert naar Hal 3 op de tweede verdieping. Koolhaas heeft met de trap niet de fout gemaakt die de ontwerpers van de Koopgoot wél begingen. Bij de Beurstraverse zijn de treden van dermate afmetingen dat winkelend publiek zich niet anders kan voortbewegen dan als lid van Monthy Pyton's Ministry of Silly Walks. In de Kunsthal zijn de treden dermate breed dat er gemakkelijk twee stappen op te maken zijn. Het feit dat Rem – die ik hier opzettelijk even familiair 'Rem' noem – bovenin het trapportaal vanaf een foto spiedend op het bezoek toeziet, doet je bijna op zijn Rotterdams verzuchten: “Rot nou maar effe lekker op. Gaat dat maar in Peking, in je gebouw van de Chinese TV proberen.” Maar goed, dat is een detail.

 

Toegankelijkheid

De tweede etage bevindt zich slechts in het westelijk deel van het gebouw. Aan de kant van het Museumpark loopt Hal 3 hier over in vleugel F, de foto-expositieruimte. Het uiteinde van vleugel F biedt uitzicht over Hal 2 en vormt in deze ruimte een entresol met bescheiden vloeroppervlak. De entresol is het enige doodlopende deel in de hele Kunsthal. Voor het overige blinkt Koolhaas' creatie uit in toegankelijkheid en een keur aan looproutes. Hellingbanen verzorgen bijna overal de ontsluiting van de diverse expositieruimten. Wie na de entree de collegezaalvloer afdaalt en links afslaat, belandt in de grote expositieruimte op de begane grond, Hal 1. Kenmerkend element daar zijn de uitgeholde boomstammen, waarin zich de kolommen van de draagconstructie bevinden. Koolhaas zou met de stammen een link hebben willen leggen met de bomen in het naastgelegen park. Een beetje verwarring scheppende gimmick, die echter niet dermate storend is dat hij de bezoeker al te zeer afleidt van de tentoongestelde kunst.

 

Licht

Het schuin oplopen van het auditorium vormt ook een visueel tegenwicht voor de afdalende hellingbaan door het hart van het gebouw. Koolhaas heeft dit kruislings verband extra cachet verleend door het schoon beton van de vloer in de westelijke gevel, tegenover het Natuurmuseum, in het zicht te laten. Die betonband vormt direct ook de visuele scheiding tussen het auditorium en het ondergelegen Kunstcafé. De scheiding tussen horecaruimte en museale ruimte is zowel functioneel als visueel goed aangebracht. Als De Kunsthal al lang is gesloten, kan het café nog zeer goed autonoom functioneren. Bij avondlijke duisternis vormt het aan Museumparkzijde een baken van licht, doordat er zich glas van vloer tot plafond in de gevel bevindt. Een voorbeeld van wél functioneel toegepaste transparantie. Zoals het gebruik van verticale banen reglitglas in de gevel ter hoogte van de eerste etage inpandig ook zorgt voor wenselijke transparantie. Daglicht valt er gefilterd binnen.

 

Overbrugd

Met de hellingbaan door het hart van het gebouw heeft de architect op vernuftige wijze de vijf meter hoogteverschil tussen het Museumpark en de Westzeedijk overbrugd. Aan Westzeedijkzijde is de expositieruimte cachet verleend door deze iets verhoogd aan te leggen. Daarnaast bevindt zich ook hier glas van vloer tot plafond in de gevel. Voorbijgangers kunnen zo een blik op een deel van de expositie werpen. Koolhaas is er in geslaagd vijf meter hoogteverschil te overbruggen én aan zowel de kant van het Museumpark, als de Westzeedijk, als tegenover het Natuurmuseum, een geprononceerd gebouw te creëren. Slechts de oostelijke gevel oogt door zijn geslotenheid wat meer anoniem. De vier gevelzijden zijn opgebouwd uit een palet van diverse materialen en vormen tezamen een soort lappendeken. Onderaan de Westzeedijk is een uitsparing in het gehele gebouw gelaten. Hierdoor loopt parallel aan de dijk een ventweg. Visueel is de uitsparing een kruislings tegenwicht voor het 'gat' waarin de hellingbaan en entree zijn gesitueerd.

 

Logisch

Opvallend is de logische routing in het gebouw. Bezoekers kunnen telkens vrijuit verschillende routes door de diverse expositieruimten kiezen. Uiteindelijk belanden ze tóch via de hellingbanen weer in het auditorium en zo bij de entreepartij, die dus tevens als uitgang dient. Na de kunstroof was er kritiek op het feit dat de diverse expositieruimten onderling zo goed met elkaar zijn verbonden. De daders zouden veel te makkelijk bij de geroofde werken hebben gekund. De vraag is of een architect een museum moet ontwerpen met het oog op het faciliteren van bezoekersstromen of ter voorkoming van een eventuele kunstroof. De vraag hoeft eigenlijk niet eens te worden beantwoord.

 

Open ruimte

Het eveneens (mede) door Rem Koolhaas ontworpen Museumpark is niet slechts park. Het vormt ook een verbindingsroute van de Kunsthal naar het Nederlands Architectuur Instituut. Daarnaast vormt het dak van de onderliggende parkeergarage, de Blunderput, een evenemententerrein, waar onder andere de Parade en de Pleinbioscoop één periode per jaar domicilie vinden. Kritiek op dit deel is dat het oningevuld is en er voor het overige weinig te doen is. Hoewel er zo nu en dan toch ook nog geskateboard wordt, is dat een feit. Niet alle ruimte in een stad hoeft echter permanent in gebruik te zijn. Het is in ieder geval niet zo dat deze opengelaten ruimte té lange zichtlijnen biedt, zoals dat op de Binnenrotte wél het geval is op dagen dat er geen markt is.

 

Recht – bochtig

De lange zichtlijnen zijn voorkomen door achter het 'evenemententerrein' het park ineens de eigenschappen van een bos te geven. Waar het eerste deel vanaf het NAI zich kenmerkt door lange, rechte verbindingen, voeren bochtige looproutes in 'het bos' de boventoon. Hier staan grote bomen, zijn vijvers en beekjes aangelegd, en liggen onverharde looppaden van houtsnippers. Belangrijkste element is de gekromde brug, die een rustpunt vormt. Vanaf het hoogste deel kijkt men uit over het omliggende water en lover. Tevens biedt de brug goed zicht op de Kunsthal aan de ene en het NAI aan de andere kant. Bankjes langs de bochtige paden met houtsnippers vormen andere rustpunten. Hoewel bankjes nu eenmaal ook weleens gebruikt worden door hangjongeren en lieden uit de rafelrand van de samenleving is er van een petpark met een kuthal niet bepaald sprake.

 

Foto 1: Aristide Maillol

               La Montagne (De Berg); 1937

               Brons

               193 x 212 x 103 cm

               Particuliere collectie

 

Foto 2: Collegezaal/Auditorium (foto: Jeroen Musch)

Foto 3: Hal 1 (foto: Jeroen Musch)

Foto 4: Hellingbaan met entree (foto: Jeroen Musch)

Foto 5: Westgevel; zicht op Kunstcafé en auditorium (foto: Jeroen Musch)

Foto 6: Noordgevel vanaf brug (foto: Jeroen Musch)

 

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel