DOOIE MEXICANEN IN HET DORP

29-6-2012 22:58

Door Stefan van Hoek

Lange tijd heb ik niet naar muziek geluisterd, indachtig het adagium 'muziek, de enige herrie waar je ook nog voor moet betalen'. Telkens als vrienden of bekenden mij met muziek in contact wilden brengen, smoorde ik die pogingen in een luttel tijdsbestek met voorop de tong bestorven liggende oneliners als 'Pas ziek geweest', 'Ik druk er net één uit' of 'Nee, dank u, alleen nog heroïne.' Muziek was niet bepaald mijn ding. 'Ik verdiep mij slechts in de klassieken en dat is al een levenswerk op zich', luidde mijn excuus richting de buitenwereld ook wel. In de praktijk kwam het bestuderen van de klassieken erop neer dat ik Teletekstberichten las, kruiswoordraadsels voor mensen met een beperking uit de gratis dag- en huis-aan-huisbladen oploste en onderwijl de beurskoersen volgde. Niet dat ik aandelen bezat, maar zo toonde ik mijn maatschappelijke betrokkenheid en had ik bij dalende koersen reden het op een zuchten en hoofdschudden te zetten. En gezien mijn verslaving aan ergernis was ik daar niet bepaald ongelukkig mee.

Op een zekere dag - de kruiswoordraadsels waren alle in innige samenwerking met www.puzzelwoordenboek.nl tot een goed einde gebracht - kreeg ik via het internet een uitnodiging deel te gaan uitmaken van een van het overige wereldwijde web afgeschermd stoutejongensclubje, voor jongens (en meisjes als ze per se ook zo nodig wilden meedoen) in de leeftijd van circa 35 tot 55 jaar oud. Het clubje deed wel wat denken aan een Lions Club, maar dan anders. Het clubje had tevens wel iets weg van de Rotary, maar dan anders. Daarnaast leek het clubje als twee druppels water op een Vrijmetselaarsloge, maar dan als één druppel water aangelengd met groene, en één aangelengd met rode limonadesiroop. En het was dus zelfs ook niet een clubje waarvan het lidmaatschap particulier aan heren was voorbehouden. Indachtig de geslaagde feminisering en emancipatie waren er ook enkele meisjes op leeftijd lid van de stoutejongensclub. Hun aantal bleef echter zeer beperkt, druk als de meesten het in het dagelijks leven immers hebben met was, afwas en strijkerij, naast hun werkelijk onnuttige activiteiten als zeuren, het kijken naar Sex & the City en het bereiden van maaltijden die ook gewoon per telefoon tot bij de voordeur kunnen worden verordonneerd.

Grondlegger van het geheime internetstoutejongensclubje, dat ik vanaf hier voor het gemak maar zal duiden als ‘De Stoutejongensclub’, bleek ene Ronnie Roteb te zijn. Een 49-jarige stadgenoot, die dermate dol was op het ophalen van vuilnis en het schoonhouden van de stad, dat hij zichzelf de geuzennaam ‘Roteb’ had toegewezen. Daarnaast bleek Ronnie Roteb ook nog voorman te zijn van een filharmonisch gezelschap, genaamd ‘3 Dead Mexicans on a Skateboard’.  De naam zet de nieuwsgierige direct al op het verkeerde been; in de praktijk blijkt de band uit 4 leden, 2 mannen en 2 vrouwen, te bestaan. Skateboards zijn op het podium niet te bekennen. En gezien hun artiestennamen zijn 3 van de 4, Ronnie Roteb, De Keyzert en Mevrouw Joos waarschijnlijk niet uit Mexico afkomstig. De naam van de drummer, Franklin Delano, vertoont nog enige neiging naar Midden-Amerikaans. Zijn hoofd en postuur refereren echter veeleer aan het predikaat ‘uit de klei getrokken’ dan aan dat van ‘Latino’. Waar het lichaam van Delano in het geval van 99,9 % van de mensheid met de omschrijvingen ‘overgewicht’ of zelfs ‘obesitas’ zou worden weggezet, is het in zijn geval zuiver functioneel: door alle gewicht achter zijn sticks te zetten, raakt hij de drums nog net iets harder.

Hoewel ik via De Stoutejongensclub had laten weten bij de presentatie van de eerste CD, ‘Vivo y Muerto’, van de 3 Dead Mexicans on a Skateboard - die ik vanaf nu voor het gemak de Dooie Mexicanen zal noemen - aanwezig te zullen zijn, miste ik het evenement, omdat ik te bedonderd was een de avond tevoren opgelopen moeder aller katers middels het drinken van een halve liter wodka tot de vergetelheid te degraderen. Ook een later optreden in café The Other Place miste ik wegens persoonlijke koleerte. Mijn laatste kans om de Dooie Mexicanen voor het zomerreces live te zien spelen, diende zich 16 juni aan. Op Blokpop zou de band een laatste keer voor de zomer acte de présence geven. Het feit dat het optreden in Nieuwerkerk aan den Eicel zou plaatsvinden, vatte Ronnie Roteb op als een uitstapje naar het platteland. Voor mij was Nieuwerkerk gewoon onderdeel van de agglomeratie Rotterdam. Dat kwam mij ook beter uit, daar ik een recensie voor het Rotterdamse Stadslog zou schrijven en ik me dus wél buiten de gemeentegrenzen, maar niet buiten de bebouwde kom mocht begeven.

Blokpop had plaats in ‘t Blok, een gymzaalachtige lokaliteit onderaan de spoordijk tussen Rotterdam en Gouda. Veel meer dan 50 toeschouwers zullen er op het aanvangstijdstip van 3 uur ‘s middags niet zijn geweest. Misschien wat erkenning betreft jammerlijk voor de bandleden, des te exclusiever voor het aanwezige publiek. Op de muziek van de Dooie Mexicanen wordt wel het label ‘psychobilly’ geplakt. Dat neem ik voor kennisgeving aan. Mij deed het optreden denken aan concerten van de Pixies, die ik in de laatste jaren ‘90 van het vorige millennium meemaakte. Niet zo zeer qua muziek, maar qua podiumpresentatie en het tempo in opeenvolging van de nummers. 3 Dead Mexicans on a Skateboard (uit respect tik ik de lange naam nog maar eens in het geheel uit) gaan staan, beginnen te spelen, trekken al doende een muur van muziek op en breken hun muur pas af als het optreden erop zit. Pauzes tussen de nummers zijn kort of afwezig. Slechts frontman Ronnie Roteb moet af en toe even met water in de microfoon gorgelen, gewoon omdat hij dat even moet. Hij houdt de tijdsduur gelukkig beperkt. Het bewijs dat hij niet aan een vreemde vorm van de ziekte van Gilles de la Tourette, maar slechts aan balsturigheid lijdt.

Aangename verrassing aan het optreden was de afwisseling in de zang. Waar Ronnie Roteb op de CD ‘Vivo y muerto’ alle zangpartijen voor zijn rekening neemt, was dit maal ook De Keyzert vaak verantwoordelijk voor de leading vocals. Die rolverdeling pakte goed uit en vormde een verrijking ten opzichte van de CD. De band wist het hoogtepunt van het optreden netjes tot het laatst te bewaren. Evenals op de CD sloten de Dooie Mexicanen af met de nummers ‘Back (from outer space)’ en ‘She’s the one’. Die twee tracks lieten ze naadloos in elkaar over lopen, waarbij het eind van ‘Back (from outer space)’ het summum van muurgeluid was: de zang stopte en drums, gitaren en bas gingen nog één versnelling hoger.

 

Hoewel er op Blokpop nog diverse bands zouden optreden en plaatjesdraaiers plaatjes zouden draaien, hield ik het voor gezien. In mijn voormalig stamhut/gezinsvervangend tehuis in het Rotterdamse centrum was het diezelfde middag nog nieuwe haring happen. Bovendien was ik in de wetenschap dat er van 3 Dead Mexicans on a Skateboard nog wel het nodige te verwachten is. De band is pas sinds eind 2011 bijeen, leverde in de tussentijd met ‘Vivo y muerto’ een prima CD af, terwijl hun optreden strak was, zonder ook maar een moment klinisch te worden. Dat er hoogstens 50 toeschouwers bij het concert aanwezig waren, toont nog maar eens dat succes en kwaliteit twee volstrekt uiteenlopende grootheden zijn. De bandleden maakt het volgens eigen beweren weinig uit. Zij willen gewoon spelen. En ik luister sinds een aantal maanden weer muziek.

 

 

Voor meer nachos en guacamole, klik op http://www.3deadmexicans.com/

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel