Monitor armoedebestrijding (3)

22-4-2016 11:42

Door Hans van Willigenburg

Hoe ziet de dagelijkse praktijk van armoedebestrijding eruit?

Armoedebestrijding krijgt steeds meer aandacht, globaal én lokaal. Maar waar lees je wat nodig is om kwetsbare mensen vooruit te helpen, aangezien armoede niet louter een financieel probleem is maar, dieper liggend, een gedragsprobleem? Stadslog Rotterdam kreeg het vertrouwen om intensief in gesprek te gaan met HBO-studenten, die namens Bureau Frontlijn in professioneel teamverband arme Rotterdammers ondersteunen in het weer op orde krijgen van hun bestaan. Hoe lastig is het om ‘afgedwaalde’ burgers weer een minimum aan zingeving en orde te laten ervaren, zodat zijzelf en hun omgeving weer in een opwaartse spiraal terechtkomen? Helpen overheidsregels daarbij of staan ze oplossingen vaak in de weg? In de artikelenreeks ‘Monitor Armoedebestrijding’ krijgt u aan de hand van betekenisvolle citaten een zeldzaam inzicht in de dag-tot-dag-praktijk van armoedebestrijding in Rotterdam. En, daarmee, in de koers die effectieve armoedebestrijding in zou moeten slaan.

CITAAT 11

‘JE WORDT EEN SOORT ROBOT, MAAR JA, HET WERKT WÉL’

Niet de logica van mensen is overheersend, maar van vragenlijsten en procedures

‘Of je voor een cliënt nu met het jongerenloket, de kredietbank, de sociale dienst, de woningbouwcorporatie, het UWV of de immigratiedienst belt: in alle gevallen is het verstandig om vooraf een vraag-antwoord verloop op papier te zetten. Een gespreksscenario, kortom: als ze dit zeggen, dan dat… als ze zus zeggen, dan zo… Het klopt dat je met een dergelijke voorbereiding meer gedaan krijgt. En het geeft enorme voldoening als je het in je vingers krijgt om met verschillende instanties snel tot zaken te kunnen komen. In dienst van de cliënt een uitkering, uitstel van betaling, een verblijfsvergunning of iets anders kunt regelen. Tegelijkertijd realiseer je je dat je met deze benadering langzaam maar zeker in een soort robot verandert. Je dwingt jezelf te passen in een patroon van actie-reactie. Maar als je de blije en opgeluchte gezichten ziet van de mensen voor wie je het doet, verdwijnt die gedachte gelukkig naar de achtergrond. ’     

CITAAT 12

‘ZONDER OFFERS GAAT HET NIET‘

Formulieren invullen voor ongeorganiseerde mensen is een test voor het geduld

‘Op een gegeven moment moest ik voor een cliënt een pagina’s lang formulier invullen. Om dat te kunnen doen, moest ik samen met deze persoon allerlei bewijsstukken boven tafel  zien te krijgen. Gezien de troep in huis wist ik dat die zoektocht een heidens karwei zou worden. In de eerste plaats omdat het lastig zou zijn die stukken überhaupt te vinden. En in de tweede plaats omdat het contact met de cliënt nogal stroef verliep. Dan komt het moment dat je moet accepteren dat je deadline na deadline niet haalt. Dat je niet meer de baas bent over je eigen agenda. En dat je het desondanks niet mag opgeven: uiteindelijk moet dat formulier, correct ingevuld, bij de juiste instantie worden ingeleverd, al is het dagen later dan je gepland had. Zeker op zulke momenten is het een zegen dat je in een team werkt. En dat werkbegeleiders al ervaring hebben met zulke gevallen. Je komt er hardhandig achter dat niet alles in je werk leuk kan zijn. Dat het zonder offers niet gaat. Het klinkt natuurlijk als een open deur, maar het is echt iets waar je doorheen moet. De cliënt gaat altijd vóór jou. Dat te accepteren en jezelf, als het nodig is, op het tweede plan te plaatsen, is niet iedereen gegeven.’   

CITAAT 13

‘KLEINE STAPJES ZIJN GROTE STAPPEN’

Zet in op realistische doelen, zodat je geen nieuwe ontevredenheid creëert

‘In veel gezinnen waar je komt, is een stapeling van problemen. Dan kun je wel een eindplaatje in je hoofd hebben – waar je met het gezin uiteindelijk naartoe wilt – maar dat zet iedereen op het verkeerde been.  Het gezin omdat zij in de verste verte nog niet aan dat eindplaatje kunnen voldoen, en jezelf omdat je doelen gaat nastreven die onrealistisch zijn en verwachtingen scheppen bij de cliënt, die kunnen omslaan in ontevredenheid. Gaandeweg leer je dat kleine stapjes in de ogen van de “normale wereld” vaak grote stappen zijn in de wereld van de cliënt. Als het je lukt om een moeder zodanig te coachen dat ze consequent de luier verschoond als haar baby heeft geplast, dan lijkt dat een piepklein stapje. Maar als de baby daardoor minder huilerig wordt en de moeder zich geen zorgen meer hoeft te maken om de luieruitslag, waarvan ze eerst niet eens wist dát het luieruitslag was, dan is dat consequent luiers verschonen ineens een grote stap om van een situatie van stress naar een situatie van rust te komen.’       

CITAAT 14

‘EEN SMS-BOMBARDEMENT WAS EVEN NODIG’

Alle middelen soms geoorloofd om cliënten bij de les te houden

‘Ik begeleidde een zwangere moeder, die antikraak woonde en niet bepaald haast maakte met het vinden van een woning. Ze werd zo in beslag genomen door haar kind en haar zwangerschap, dat ze niet genoeg focus kon opbrengen om de stappen te zetten voor het aanvragen van een woning. Ze dreigde daardoor dakloos te worden. Omdat de datum dat ze uit de antikraak woning zou worden gezet snel dichterbij kwam. Toen heb ik met haar afgesproken dat ik haar tussentijds zou gaan SMS-en. Om haar tot actie aan te zetten. Maar ook om te checken of ze bepaalde acties al had ondernomen. Soms dacht ik als ik die SMS-jes intypte: zit ik er niet té dicht op? Ben ik niet té dwingend? Maar achteraf was die moeder heel blij dat ik die SMS-jes verstuurde. Voor haar gaf het structuur. En gelukkig heeft ze nu een nieuwe woning, zodat ze haar twee kinderen fatsoenlijk onderdak kan bieden.’    

CITAAT 15

‘WAT GAAT VOOR? VERTROUWENSBAND CREËREN OF CORRIGEREN?’

Vertrouwensband blijven uitbouwen, omdat de waarheid anders geen kans krijgt

‘Je hebt cliënten die de verkeerde kant opgaan, ondanks alles. Mensen die steeds op het laatste moment afspraken afzeggen. Of bezig zijn fraude te plegen. De vraag is dan: moet je ze als hulpverlener meteen corrigeren in hun gedrag? Of moet je de vertrouwensband nog even voorrang geven en hen in een later stadium confronteren met hun fouten of nalatigheid? Dat is echt heel ingewikkeld! En toen ik dit werk net deed, dacht ik: oké, wat nu?  Gelukkig werk je samen met een koppelpartner, met casusbegeleiders en een werkbegeleider, die bekend zijn met de situatie en waar je met dit soort dilemma’s bij terecht kan. Ze kunnen niet altijd een bevredigend antwoord geven, maar houden je voor dat je zo duidelijk mogelijk moet zijn in je communicatie richting cliënten. En dat de vertrouwensband essentieel is, want als die knapt, is de basis onder elke verbetering weggeslagen. Gelukkig kan ik achteraf zeggen dat het uitstellen van je oordeel inderdaad de beste optie is, want nu ik die cliënten wat langer ken en ze weten wie ze in huis hebben, voel ik me sterk genoeg om hen op hun fouten te wijzen. En zie ik dat ze mij serieus nemen en zich niet meer verschuilen voor de waarheid.’        

Voor de reeks ‘Monitor Armoedebestrijding’ zijn een zevental studenten en twee leidinggevenden van Bureau Frontlijn geïnterviewd, ten einde een beeld te krijgen van de dagelijkse praktijk van armoedebestrijding in Rotterdam. De citaten zijn eind geredigeerd en vormen soms een samentrekking van twee of drie observaties van één of meer afzonderlijke studenten en/of leidinggevenden. Aan deze productie werkten mee: Nairis Olbin, Emmeline Varela, Ella Paesch, Esra Boray, Stefanie Aldenhoven, Vildan Kaya, Marina Hoekman, Natalia Fandino Media en Bibi Hoosein.

Aflevering 1 en 2 van deze serie vind je achtereenvolgens hier en hier...

 

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel