'Echte armoedebestrijding is als afwassen, je bent nooit klaar'

8-9-2015 09:37

Door Hans van Willigenburg

Het Rotterdamse Bureau Frontlijn trekt aandacht met praktijkgerichte aanpak van armoede

 

Afgelopen donderdag, 3 september, was de Veldacademie het decor van een door Socires georganiseerde werksessie over ‘Effectieve armoedebestrijding’, waar het hoofd van het Rotterdamse Bureau Frontlijn, Barend Rombout, zijn visie uiteenzette over hoe de moderne verzorgingsstaat zijns inziens consequent faalt bij het helpen, beschermen en begeleiden van de meest kwetsbare burgers. Tientallen gezagsdragers uit de universitaire, bancaire, creatieve en ambtelijke sector hingen twee uur aan zijn lippen. Logisch, want er viel in die twee uur heel veel te leren van een persoon, die ooit een loopbaan bij de politie inruilde voor een post bij Frontlijn, waar hij samen met tientallen medewerkers en stagiaires, in tegenstelling tot veel gestandaardiseerde hulptrajecten, dagelijks en op onvermoeibare wijze het verschil maakt voor kwetsbare stadgenoten. Vijf belangrijke momenten uit deze werksessie neemt Stadslog Rotterdam graag met u door.   

 

Moment 1

 

‘De overheid denkt niet vanuit de kwetsbare burger’

 

Hoger opgeleiden dringen hun mensbeeld van zelfredzaamheid op aan sociale onderklasse

 

Er is geen of onvoldoende besef bij de overheid aanwezig over waar kwetsbare burgers en probleemgezinnen daadwerkelijk behoefte aan hebben. ‘Je kunt allerlei experts op mensen af sturen en die gesprekken met hen laten voeren, maar dat helpt geen snars,’ stelt Rombout resoluut. ‘En waarom niet? Kwetsbare burgers zitten in bijna alle gevallen in een stresssituatie. Ze worden van alle kanten opgejaagd. Vaak al langere tijd, waardoor ze hun vermogen om verstandige beslissingen te nemen, te denken op de iets langere termijn, grotendeels zijn verloren.’ Als praten niet helpt, en een gesprek mogelijk alleen maar méér stress veroorzaakt, wat zou er dan wel moeten gebeuren? Rombout: ‘Simpel… Handen uit de mouwen! Zorgen dat de stress afneemt. Hoe doe je dat? Door mensen concreet te helpen. Een begin te maken met leren lezen. Met het invullen van formulieren. Met het budgetteren. Met het opvoeden. Met het maken van planningen. Pas dán is er kans dat de stress afneemt en kwetsbare burgers weer gaan nadenken, gaan geloven in zichzelf. Je hebt dus eigenlijk iemand nodig die achter de voordeur tijdelijk “het gezonde verstand” is. Dat hoeft niet per se een expert te zijn. Maar vooral iemand met praktische vaardigheden, sociale intelligentie en een enorme “drive” om mensen te helpen.’   

 

Moment 2

 

‘De ellende komt uit de huizen’

 

De onterechte huiver om misstanden achter de voordeur te helpen oplossen

 

Volgens het dominante wereldbeeld van de hoogopgeleide is de burger boven alles ‘autonoom’. Maar als de overheid op een geloofwaardige manier aan veiligheid en armoedebestrijding wil werken, dient die autonomie, volgens Rombout, wat in te schikken en is het onontkoombaar dat er achter de voordeur hulp of coaching wordt geboden. ‘Je kunt op straat alles proberen schoon te vegen en te bekeuren wat onwettig is, maar als je de oorzaak van het criminele of foute gedrag ongemoeid laat, als je niet bereid bent iets te doen aan wantoestanden achter de voordeur, ben je in feite bezig lucht te verplaatsen.’ Het verklaart zijn interesse om als ex-politieman wél die extra stap te zetten (inmiddels als directeur van Bureau Frontlijn) en het verklaart misschien ook waarom functionarissen uit uiteenlopende sectoren zo geboeid naar hem luisteren: omdat Rombout geneigd is verder te gaan dan wat formeel op papier staat en veel, zo niet alles, ondergeschikt maakt aan het resultaat dat hij wil boeken voor ‘zijn’ kwetsbare burgers. Tot aan fikse ruzies met andere delen van het overheidsapparaat, waar zijns inziens te vaak sprake is van, onvriendelijk gezegd, ‘bestuurlijke inteelt’. Ofwel: mensen met een gemeenschappelijke achtergrond of studie die elkaar dekken, eenzelfde blik op de werkelijkheid delen en liever ‘volgens de regels’ werken dan daadwerkelijk mensen uit de armoede te halen. Rombout: ‘Té vaak worden rapporten als zaligmakend beschouwd, zonder dat er voldoende kennis van de werkelijkheid in kwetsbare wijken aanwezig is. En zonder het besef dat die rapporten bijna steeds vanuit dezelfde tunnelvisie worden geschreven als waar de beleidsmakers zèlf in zitten.’   

 

Moment 3

 

‘Wat houdt ons tegen het goede te doen?’

 

Effectieve armoedebestrijding is moeilijk, arbeidsintensief en je bent nooit klaar

 

In de huidige bestuurscultuur worden beleidsambtenaren hoger ingeschaald dan uitvoerende ambtenaren. Dat gegeven houdt in dat degenen met de grootste afstand tot de praktijk de meeste beslismacht hebben. Met zijn achtergrond als politieagent is Rombout een opvallend ‘contragewicht’ binnen de sociale hulpverleningssector;  hij is gewend de moeilijkste gevallen juist op te zoeken, hij is niet bang en weet, door jarenlange ervaring, met risico’s om te gaan. ‘Bij armoedebestrijding staat of valt veel  met het aantal contactmomenten en de duur daarvan. Bij Frontlijn hebben we soms twintig keer zoveel  contactmomenten als in de traditionele hulpverlening.’ Dat kan leiden tot sensationele, maar o zo wezenlijke acties, zoals die ene keer met die Turkse moeder die op het punt stond van bevallen. Rombout: ‘Terwijl die mevrouw gilde van de persweeën en het kind zijn kopje al naar buiten stak, regelden wij via de telefoon nog snel even een ziektekostenverzekering.’ Dat is nog eens wat anders dan dreigen een zwangere vrouw te gijzelen vanwege een verkeersboete van meer dan een jaar geleden, zoals in Rotterdam-Zuid dit jaar nog gebeurde. Waarom is het zo moeilijk ‘het goede’ te doen? En basisfatsoen in de praktijk te brengen? ‘Omdat wij er met Frontlijn bovenop zitten, zien we in negen van de tien gevallen dat we met onvermogen te maken hebben. Mensen zijn de weg kwijt. Grofweg één op de tien belazert de boel. Maar op die ene oplichter is wél de hele regelgeving en het controleapparaat gebaseerd. En dus ontmoeten kwetsbare burgers, bovenop hun eigen achterstand, ook nog eens heel veel wantrouwen. Voor je het weet, wordt dat een negatieve spiraal, niet alleen voor de ouders, maar ook voor de kinderen. Met alle maatschappelijke kosten van dien! Bij Frontlijn willen we die spiraal doorbreken.’ Als iedereen in de zaal instemmend lijkt te knikken, waarom blijft de overheid dan toch zo rechtlijnig in het plagen en achtervolgen van de meest kwetsbaren, in plaats van de helpende hand toe te steken? Rombout: ‘Daadwerkelijke armoedebestrijding heeft iets van corvee. Het is als met afwassen: je bent nooit klaar. Heb je het ene gezin geholpen, dan klopt het volgende geval alweer aan de deur. Daar win je geen prijzen mee. Maar het is ongelofelijk belangrijk dát het gebeurt. En dat het kundig gebeurt.’

 

Moment 4

 

‘Basisfatsoen is óók financieel het slimste’

 

Kosten van jeugddetentie, huisuitzettingen en reclassering zijn gigantisch

 

Kinderen een zo goed mogelijke start geven in het leven is één van Rombout’s prioriteiten, ingegeven door wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat bijvoorbeeld een ‘slechte hechting’ tussen moeder en kind doorgaans dramatische gevolgen heeft voor iemands maatschappelijke kansen en gedragspatronen op latere leeftijd. Voor Rombout zijn het beschermen en begeleiden van zwangere vrouwen, alsmede het bieden van uitdagend onderwijs voor de meest kwetsbare kinderen, dan ook sleutelelementen van wat hij ‘basisfatsoen’ noemt, een begrip dat onze overheid, naar zijn waarneming, maar al te frequent met voeten treedt. Desgevraagd wil Marco Pastors, directeur van Nationaal Programma Kwaliteitssprong Zuid en één van de aanwezigen bij de werksessie, graag beamen dat ook volgens officiële berekeningen van erkende adviesbureaus vroegtijdig investeren in de leef- en leeromgeving van juist de kwetsbare groep kinderen onder de streep geld oplevert: ‘Je investeert één ton en verdient algauw het dubbele terug.’ Basisfatsoen is dus niet alleen een moreel, maar ook financieel een verstandige keuze.

 

Moment 5

 

‘Is de Frontlijn-methode een methode?’

 

Zijn persoonlijkheden niet veel effectiever bij armoedebestrijding dan regelfabrieken?  

 

Om niet nodeloos somber te eindigen benadrukt Rombout dat er genoeg ‘welwillende mensen met gezond verstand’ bij de overheid werken, maar dat je soms niet bij die personen terecht komt omdat instanties afhoudend, ondoorzichtig of, nog erger, geheel gestandaardiseerd opereren. Rombout: ‘Gelukkig zit ik al wat jaartjes in Rotterdam en heb ik inmiddels een netwerk om me heen verzameld van mensen die begrijpen wat we doen en met wie ik in noodsituaties á la minute zaken kan regelen.’ Het roept bij Gerard Neeleman, directeur van de Kredietbank Rotterdam, de vraag op of de Frontlijn-methode wel een methode is of slechts een werkwijze die exclusief aan de persoon van Rombout is gekoppeld. Rombout ontkent. ‘Afgezien van het feit dat er collega’s zijn die in staat zijn het van mij over te nemen, is de methodiek van Frontlijn kraakhelder: ontzorg de kwetsbare gezinnen en individuen zodat ze onder de stress uitkomen en weer “mens” kunnen worden, die weten wat ze doen en beslissingen kunnen nemen. Gaat het dan alsnog mis? Of weigeren ze onze hulp? Dan zijn de nare gevolgen voor hun. Maar geef ze altijd die kans. Altijd! Basisfatsoen.’

 

Directeur Neeleman gaat overstag en verklaart, glimlachend, ten overstaan van het aanwezige publiek: ‘Je hebt gelijk, Barend. Het is tóch een methode.’

 

Na afloop komen er levendige gesprekken tussen de deelnemers aan de werksessie op gang. Kernvraag: hoe kunnen we de Frontlijn-methode ook bij ons introduceren? Of, in ieder geval, beter leren werken in de geest van Bureau Frontlijn?

 

Eerder publiceerde Stadslog een interview met professor Gabriël van den Brink over de noodzaak van een ander armoedebeleid, klik hier

 

Afbeelding / www.makkelijkgeldbesparen.nl

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel