De ramp die we niet zien en niet bestrijden

6-10-2014 11:54

Door Hans van Willigenburg

Heb je er wel eens over nagedacht dat jouw ‘succes’ niet begonnen is met jouw eigen school- of sportprestaties, maar met een genetisch bepaalde ‘lucky shot’ in je moeders buik, waardoor alle voorwaarden om te presteren voor jou aanwezig waren? Als je een keer wat langer bij die gedachte stilstaat en je realiseert je dat anderen niet altijd het product zijn van zo’n ‘lucky shot’, maar van een ‘bad collision’, ga je wellicht anders kijken naar het verschijnsel armoede. Dat niet iedereen deze onaangename waarheid in zijn hoofd (langdurig) wil toelaten, is logisch, maar van een overheid, die beweert armoede te bestrijden, mag je verwachten dat die verder kijkt dan haar neus lang is.  

 

Hoofdstuk 6: armoede is een ramp, maar we kijken er niet naar om

 

Wat is een ramp? Een ongeluk of verschijnsel dat mogelijk onszelf kan treffen en ons leven kan verwoesten (ebola, terrorisme, kanker)? Of een ongeluk dat ver weg plaatsvindt, waar we persoonlijk geen enkele last van ondervinden, maar waarbij we via de media en hun verschrikkelijke beelden bevestigd krijgen dat er vele kilometers verderop duizenden slachtoffers zijn gevallen (aardbevingen, tsunami’s)? In beide gevallen spreken we, volgens de huidige normen en gebruiken, van een ‘ramp’. In het eerste geval omdat ons eigen hachje mogelijk op het spel staat. In het tweede geval omdat er plotseling, in een hele korte tijdsspanne dus, heel veel mensen uit het leven worden weggerukt, op een manier die onverwacht is of spectaculair of meelijwekkend (of alle drie).

 

Niet spannend genoeg

Als dit, grosso modo, onze perceptie is van een ramp, dan is het logisch dat het verschijnsel armoede, zeker binnenlandse armoede, niet in de buurt komt om als ‘ramp’ te worden aangemerkt. Eén: armoede, mits een paar wijken verderop, kan je leven ogenschijnlijk niet verwoesten. En twee: armoede is een ‘stil’ fenomeen, levert geen spectaculaire beelden op en als het slachtoffers maakt, vallen die slachtoffers verspreid over dagen, weken, maanden, jaren en vaak op plekken waar sowieso weinig tv-camera’s komen. Simpel gezegd: niet spannend genoeg voor een Journaal-item. Toch is het in zekere zin een ‘ramp’, zij het van kleinschalige omvang, als er iemand in ons midden beschadigd geboren wordt, dat wil zeggen: zonder goede ouders, zonder het uitzicht op een veilige hechtingsperiode, zonder (familie)netwerk om op te kunnen bouwen en met weinig kans op goed onderwijs. Deze persoon staat vanaf het allereerste begin, en geheel buiten zijn of haar schuld, op achterstand.

 

Maar wat is de (nog steeds) heersende opvatting over armoede in samenleving en politiek? Dat armoede er nu eenmaal ‘bij hoort’ (als een gezellige opa, een pittoresk verschijnsel). En dat armoede dus helemaal geen ramp is. Gevolg? Tegen ebola, kanker, ALS, terrorisme en het stijgen van de zeespiegel trekken we manhaftig ten strijde, inclusief de benodigde megabudgetten, maar tegen armoede doen we nagenoeg niks, we laten het doodkalm voort existeren.

 

Het is immers geen ramp?   

 

Bedje van wederzijdse desinteresse

In eerdere afleveringen van deze serie hebben we laten zien dat in Rotterdam onder het kopje ‘Armoedebestrijding’ door de jaren heen honderden miljoenen zijn uitgegeven, maar dat het percentage arme Rotterdammers helemaal niet omlaag is gegaan. Deze ineffectieve praktijken – die overigens niet zijn voorbehouden aan onze stad – verleidde de in New York woonachtige schrijver en columnist Arnon Grunberg onlangs tot de opmerking: ‘Van elke tien dollar uitgegeven aan armoedebestrijding, gaan er negen dollars naar de armoedebestrijders, één dollar gaat naar de arme zelf.’ Daarnaast omschreef Grunberg het democratische bestuursmodel als ‘een systeem waarbij de leiders niet al te veel last hebben van het volk en het volk niet al te veel last van de leiders. Als dit beeld enigszins zou kloppen, verklaart het in ieder geval waarom falend armoedebeleid (ook in Rotterdam) jarenlang op een bedje van wederzijdse desinteresse heeft kunnen voortbestaan en waarom organisaties die wél met armen aan de slag gaan (de strijdbijl dus wél oppakken), wél bij hen aanbellen, zich wél uitputten om de oorzaken van de armoede bij de wortel aan te pakken en daarbij positieve resultaten boeken zelfs nu nog, anno 2014, moeite hebben om geld los te weken bij de heersende bestuurslagen.

 

Laat dat ‘bestrijding’ maar weg

Wat de overheid jarenlang aan ons verkocht heeft als ‘armoedebestrijding’ is niets anders dan het  afvlakken dan wel wegmoffelen van armoede. Niet het bestrijden ervan. Want als je iets daadwerkelijk wilt bestrijden – zoals kanker, ebola, zeespiegelstijging, ALS, terrorisme – verdiep je je intensief in de kenmerken en gedragingen van het te temmen monster. Precies wat al die jaren in het armoedebeleid ten opzichte van de armen onvoldoende is gebeurd. 

Armoede wordt dus niet alleen nog steeds niet als een ramp gezien. De nóg grotere ramp is misschien wel dat mensen die arm zijn maatschappijbreed gezien worden als niet voldoende interessant om aandacht te besteden.   

 

Wie bij de overheid heeft daar een ongemakkelijk gevoel bij en durft zijn vinger op te steken? 

 

De voorgaande afleveringen van deze serie zijn hier, hier, hier, hier en hier te vinden.  

 

Afbeelding / www.real-life.nl

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel