5 redenen waarom bodycams maatwerk bevorderen & Rotterdam beter kunnen maken

18-8-2016 10:00

Door Hans van Willigenburg

Nieuw instrument kan kwetsbare gezinnen én hun hulpverleners verder helpen

Bodycams zijn een relatief nieuw fenomeen, die ons ‘een nieuwe blik op de werkelijkheid’ geven. Niet alleen zullen bodycams vroeg of laat beelden gaan schieten van plekken, incidenten, alledaagsheden en omgangsrituelen waar we voorheen geen zicht op hadden. Door het registrerende, ‘objectieve’  karakter van het door een bodycam geschoten videomateriaal, hebben de beelden ook nog eens een grote educatieve waarde. Voortaan kun je een grote groep professionals en/of vrijwilligers via een bodycam, al of niet rechtstreeks, laten ‘meekijken’ in een gezin of huishouden en vervolgens laten reflecteren op wat er aan de hand is, en welke hulp geboden dient te worden. Hoewel er zeker grenzen (moeten) zijn aan de inzet van bodycams, geven wij in dit artikel vijf redenen waarom het fenomeen desondanks omarming verdiend, juist in Rotterdam.   

  1. De bodycam levert superieur lesmateriaal   

Zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid is de opmars van ‘harde data’ onstuitbaar. Hoewel deze opmars zeker twijfelachtige kanten heeft (privacy), opereren organisaties die ‘harde data’ verzamelen, en hun gedrag/beleid daarop afstemmen, aantoonbaar beter dan organisaties waar niet door feiten uitgedaagde visies domineren, meestal afkomstig van hoog geplaatste functionarissen die ergens in ‘geloven’. De reden hiervoor is vrij eenvoudig. Bodycams zijn 'objectief'. Met de inzet van ervan creëer je de unieke mogelijkheid om in een rustige, gecontroleerde omgeving naar real-life beelden uit de ‘rauwe werkelijkheid’ te kijken, daar gezamenlijk op in te zoomen (wat gebeurt er precies?), daar vervolgens gezamenlijk conclusies uit te trekken (wat moet er gebeuren?) en gezamenlijk lessen aan te verbinden (wat is een verstandige gedragslijn voor de toekomst?). Er is geen enkele verslagmethodiek, noch schriftelijk, noch verbaal, die kwalitatief in de buurt komt van wat de bodycam kan leveren. De bodycam is niet afhankelijk van een geheugen, van een hiërarchie of van schaamtegevoelens en derhalve, per definitie, dus de ‘meest objectieve’ verslagmethodiek van dit moment. Daar geen gebruik van maken, is willens en wetens geld, energie en mankracht verspillen aan onbewezen, niet serieus geteste praktijken.

Kortom, door het werken met bodycams kan de effectiviteit van de Rotterdamse hulpverlening aanzienlijk worden verhoogd.

  1. Beelden van een bodycam hebben een groot educatief bereik

De videobeelden van een bodycam zijn niet alleen voor de betrokken hulpverleners en instanties buitengewoon rijk lesmateriaal. Ook mensen elders in de wereld, in soortgelijke functies, kunnen leren van de (crisis)situaties, die met een bodycam zijn opgenomen. Door met een bodycam te werken kan een situatie die aanvankelijk weinig reden geeft tot speciale aandacht, maar geheel onverwachts explodeert of uit de rails loopt, plotseling veranderen in een ‘klassieker’ omdat de videobeelden gevoeligheden, inschattingsfouten of vormen van miscommunicatie vastleggen, die voor hulpverleners, waar ook ter wereld, kunnen uitgroeien tot bruikbare voorbeelden om in het vervolg een bepaalde handelswijze niet of juist in sterkere mate te hanteren. Alleen al de mogelijkheid om hulpverleners elders in de wereld mee te laten profiteren van situaties die zich voordoen in Rotterdam, zou een reden moeten zijn om in onze stad met bodycams aan de slag te gaan. Ons eigen steentje bij te dragen aan ‘worldwide learning’.

Kortom, door zelf met bodycams te werken en interessante beelden over kwetsbare situaties/gezinnen te delen met professionals, levert Rotterdam op een toegankelijke manier waardevolle kennis aan wereldwijd kennisnetwerk.

  1. De bodycam is mensvriendelijk en genuanceerd, hoewel hij eerst vijandig kan lijken

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom mensen de bodycam in eerste instantie als een ‘indringer’ beschouwen en liever niet gefilmd willen worden. Daarom is het goed een helder onderscheid te maken tussen de eerste reactie op een bodycam (vaak negatief) en de reactie na afloop, als mensen alleen, of in een groep, eenmaal naar beelden van een bodycam hebben gekeken (vaak positief). In Amerika is gebleken dat hulpverleners en cliënten bijna altijd toestemming geven voor het gebruik van een bodycam wanneer ze vooraf uitgebreid worden geïnformeerd over het doel van de opnamen en de gecontroleerde omgevingen waarin het beeldmateriaal vertoond mag worden. Heel vaak komen mensen in de gefilmde situatie tot nieuwe inzichten over hun gedrag, die ze anders nooit hadden opgedaan. Dit geldt zowel voor hulpaanbieders als voor hulpaanvragers. Bijna altijd blijkt uit de videobeelden dat zomaar een label plakken op een huishouden of situatie geen recht doet aan de complexiteit van hoe het écht is. In wat als slecht of schadelijk wordt gelabeld, blijken vaak ook positieve elementen aanwezig. En omgekeerd: in wat als goed en gezond wordt gelabeld (een speels en vrolijk kind), kunnen negatieve elementen verborgen zitten (het speelse en vrolijke kind vraagt steeds aandacht en verhindert het leerproces) . De bodycam is tot dusver het enige instrument dat deze nuances onontkoombaar in beeld kan brengen.

Kortom, door met bodycams te werken zou Rotterdam een instrument in handen krijgen dat het leveren van maatwerk op sociaal terrein, nu vaak nog een loze kreet, écht mogelijk maakt!

  1. De bodycam is geen wondermiddel, maar wel een waardevolle toevoeging

Zoals in dit artikel beschreven wordt, kan het gebruik van bodycams pas succesvol zijn als er strikte voorwaarden aan verbonden zijn. Het stiekeme of niet duidelijk omschreven gebruik van bodycams kan de zo nodige vertrouwensband tussen hulpverlener en hulpaanvrager juist ernstig schaden. Vanwege dit ‘explosieve karakter’ van de bodycam, dat we niet moeten ontkennen,  is het nodig dat er van tevoren, richting betrokken partijen, maximale helderheid wordt geschapen over het gebruik van bodycams. Door bodycams bespreekbaar te maken en daar ruim de tijd voor te nemen,  is gebleken dat de onderlinge vertrouwensband tussen betrokkenen juist toeneemt. Hulpverleners zijn blij dat ze dankzij de toestemming een unieke bron van waardevolle informatie kunnen aanboren. Hulpaanvragers zijn (zeker in tweede instantie) blij met de inzichten die ze via de bodycam over zichzelf verwerven.

Kortom, als de bodycam onder de juiste condities wordt ingezet, is het niet alleen een rijke bron van mogelijk cruciale informatie, maar ook een instrument dat onderling vertrouwen laat groeien.

  1. Veel meer dan ‘een stuk techniek’ is de bodycam het verlengstuk van onze menselijke talenten en zintuigen, die erdoor geholpen worden zich op de sociaal cruciale factoren te richten.

Het werken met bodycams roept weerstand op, onder andere om dat het als een verdere ‘vertechnocratisering’ van de hulpverlening wordt gezien. Dat is een misverstand. De bodycam mag dan – in zichzelf – een technisch apparaat zijn, de waarde ervan ligt juist niet in de weinig spectaculaire techniek die je er voor nodig hebt, maar in de mogelijkheid het menselijke waarnemingvermogen en de menselijke intelligentie te richten op plekken en gebeurtenissen, die cruciaal zijn voor het slagen of falen van een hulpverleningstraject. Als er bij de bodycam al sprake is van techniek, dan staat die volledig in dienst van de vaardigheden en ervaring van de hulpverleners. In het geval van de bodycam is de techniek dus niet alleen dienstbaar aan de mens, maar zet die de mens, in modern jargon, ook nog ‘in zijn kracht’. Want wat heb je aan vaardigheden en ervaring als je niet kunt meekijken bij situaties die de ‘werkelijke’ (machts)verhoudingen in een gezin weergeven? En je je dus – wegens gebrek aan kennis – richt op de niet-cruciale factoren in dat gezin? Dat laatste leidt vaak tot teleurstelling en frustratie bij zowel de hulpverleners als de hulpvragers wegens (te) weinig vooruitgang. 

Kortom, het gebruik van bodycams versterkt de zintuigen en talenten die bij Rotterdamse hulpverleners aanwezig zijn en zal het plezier in hun werk, alsmede het resultaat ervan, verhogen.  

Over de effectiviteit van sociale hulpverlening publiceerde Stadslog Rotterdam eerder het artikel 'Einde van de romantische hulpverlening', zie hier

Afbeelding / www1.wdr.de

 

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel