In de schaduw van de markthal

13-12-2015 21:39

Door Gastauteur

Boeiende verhandeling van Manuel Kneepkens over hoe Rotterdam met haar kleine iconen omgaat  

De Markthal - eigenlijk een soort van Zeppelinhangar zonder Zeppelin - heeft het verlangen naar grote  iconen in Rotterdam waarschijnlijk wel voor een poosje ruim bevredigd. Éerder gingen de Erasmusbrug en de Euromast (1960!) de Markthal daarin voor. Iconen zijn goed voor de identiteit van een stad en… bovendien trekken zij toeristen. Ook niet onbelangrijk.

Maar hoe is het met de kleine iconen gesteld? Ook zij zijn goed voor de identiteit en ook zij kunnen toeristen trekken! Het is op het gebied van de kleine iconen, dat Rotterdam het de laatste tijd flink laat afweten. Op dat pijnlijke feit werd ik recent weer eens geattendeerd, toen ik begin oktober een uitnodiging kreeg van Poetry International om de onthulling van  het Graf van de Onbekende Dichter op de Westersingel bij te wonen. Het vreemde daaraan was dat daar dertig jaar geleden, zo herinnerde ik mij, ook al een onthulling was geweest. Toen werd de grote plataan,  die de waterkant van Westersingel siert, tot ‘Graf van de Onbekende Dichter’ gedoopt. Door Breyten Breytenbach om precies, de Zuid-Afrikaanse dichter en anti-apartheid activist. Dit alles in afwachting van het echte ‘graf’, dat er te zijner tijd daar zou worden aangelegd.

Ook ditmaal zou de ceremonie door Breyten Breytenbach verricht worden. En daar stonden we dan met 34 mensen in de regen en luisterden naar Breytenbach gedicht ‘34 mensen in de regen’. Dat gedicht ging over de vorige keer. Ja, dat schiet lekker op. Want alles wat er nu bleek onthuld, was een minuscuul metalen vierkant met daarop de tekst ‘Het graf van de Onbekende Dichter’. En dat was dat.

De dichter Rien Vroegindeweij werd vervolgens uitgeroepen tot Schatbewaarder van het Graf van de Onbekende Dichter. Een wel heel loze titel. Want er is dus geen graf ! Én een schat is er ook al niet.

Maar eens nagevraagd bij Hans Abelman, de (thans gepensioneerde) Beeldenman van de stad, hoe een ander de vorige keer in elkaar zat. De vorige ‘Graflegging’ was eigenlijk een verkapte vorm van actie voeren gewest tegen de intentie van  de gemeente om de plataan te kappen. De boom zou langzaam wegzakken in de veengrond. ( Nu dertig jaar later staat hij er nog, niets aan de hand…) Het is weer eens een goed voorbeeld van wie de werkelijke machthebbers in onze havenstad zijn. Twee archetypen. Kapitein Kappie kapt de bomen en kapitein Slopie sloopt de huizen…

Maar ook was er toentertijd méér aan de hand. De plaats onder de plataan was door de gemeente tot Vrijplaats verklaard. Er was een zeepkist neergezet en iedereen kon daar dan zijn zegje zeggen op doen, net als in het Hyde Park in Londen. Maar de enige die kwam, was… Glimmerveen, de voorman van de Nederlandse Volksunie. Dus er moest steevast een cordon agenten om die Glimmerveen heen om hem het Antifascistisch front en het Antiracistisch front, etc., die hem het spreken wilden beletten, van het lijf te houden..

De architect Hans van Heel, die zijn bureau had aan de Westersingel, en Martin Mooij van Poetry International bedachten toen om de plek onder de plataan om te dopen tot het Graf van de Onbekende dichter. De gemeente blij, want nu konden ze met goed fatsoen de Vrijplaats opheffen en de bewoners blij, want de Plataan zou behouden blijven.

Maar, zo zegt Hans Abelman, er is toentertijd óók wel degelijk afgesproken , dat  er een echt graf zou komen. Er is zelfs daartoe en opdracht gegeven aan een kunstenaar. Dertig jaar later is dat kunstwerk er, helaas, dus nog steeds niet. Terwijl zo’n curieus ‘graf’ best wel eens culturele toeristen zou kunnen trekken. En die willen we toch zo graag in onze stad,  want die toeristen hebben geld te besteden . De backpacker met de Rough Guide in de hand , hoe sympathiek ook, heeft dat ten ene male niet. En hoe zit dat met het ontwerp Het Erasmushuisje  in de nabijheid van het Grote Kerkplein? Dat zou zéker culturele toeristen trekken. Het project ligt, helaas, al jaren stil.

En ook de wijken van Rotterdam worden niet naar behoren bedeeld met passende iconen. Terwijl daar ook fraaie ontwerpen voor op de plank liggen.

Ik haal er twee aan.

Eén: het Monster van Lochnesselande.  Een kunstwerk voor de wijk Nesselande.

Aldaar zou bij tijd en wijle een slangvormig wezen uit  het water van de plas opduiken. Een ‘duikbootje’ in de vorm van de hals en schouders van het monster , vanaf de wal radiografisch bestuurd! Aan de TU in Delft is er, naar ik mij herinner, zelfs door enthousiaste studenten een ecologisch verantwoord ontwerp voor gemaakt. Ons Rotterdamse monster  zou zeker toeristen trekken. Het Monster in Schotland  immers, dat zich nooit laat zien, trekt al hordes toeristen. Kun je nagaan wat voor een trekpleister een monster wordt, dat zich nu en dan wel laat zien... Helaas, van het Monster van Loch Nesselande is al sinds lange tijd bij ons in Rotterdam niets meer vernomen

Hetzelfde geldt voor het beeld ‘de Koningin van Lombardijen’ voor de wijk Lombardijen. Een beeld,  ontworpen naar het bekende liedje van Annie M.G.Schmidt.  Een kinetisch beeld – en dat zou meteen het eerste in Nederland zijn- want de rechterarm van het beeld zou wuiven, alsmaar wuiven. Net als in het lied.

En, last but bot least, hoe staat het met het Pietje Bellmonument op de Mariniersweg? Wie het weet mag het zeggen.

Kortom, het beleid van Rotterdam inzake nieuwe beelden in de ruimte - nieuwe kleine iconen - die met zijn allen nog niet een ‘eenhonderdste Martkhal’ kosten, is ronduit bedroevend. Al even bedroevend als jegens de beelden, die er al zijn...

Een voorbeeld: de haikutegels in de Karel Doormanstraat.  In de Karel Doormanstraat prijkt het borstbeeld van schout-bij-nacht Doorman die ten onderging tegen de Japanners in de Slag in de Javazee.

Dat was het gewelddadige Japan. Er bestaat ook een vreedzaam Japan, dat van  de haikudichters. De gedachte was: de Karel Doormanstraat tot ‘Straat van de Vrede’ te maken door het leggen van zes haikutegels met haiku’s erop, geschreven door Rotterdammers. Er werd een wedstrijd uitgeschreven. De gemeente vroeg mij voorzitter van de jury zijn. Er is mij toen gebleken hoe populair de haiku - een drieregelige versvorm - in Nederland is. De haiku bloeit in ons land. Het wemelt van de haikuclubs. De Nederlander houdt van poëzie, als het maar niet teveel is… Er kwamen liefst 120 inzendingen binnen. Die tegels zijn daar toen plechtig door de toenmalig wethouder  Buitenruimte Lucas Bolsius en mijzelf onthuld. Wie schetst mijn verbazing, toen ik twee jaar later door de Karel Doomanstraat fietste en …alle haiku ’s waren weg! Ik heb toen de gemeentelijke dienst gebeld. Ja, die haikutegels die waren wegens een vernieuwing van de straat, die overigens inmiddels allang had plaats gevonden, ‘ergens’ opgeslagen. Wààr was onduidelijk. Of  ze ooit nog zouden terugkeren? Onduidelijk! Uiteraard de toen fungerende wethouder Buitenruimte gebeld,  Alexandra van  Huffelen. En het moet gezegd, zij kwam direct in actie. Door Alexandra van Huffelen en mij gezamenlijk , met enige ondersteuning van professionele  stratenmakers en een dragliner, zijn toen de haiku-tegels teruggelegd.

Maar… als u mij ziet, ernstig speurend om mij heen kijkend, langzaam fietsend door de Karel Doormanstraat,  dan weet u dus nu waarom ik dat doe. Ik kijk of de tegels er nog zijn.

Je weet het immers nooit in Rotterdam, de woonplaats van Kappie & Slopie!  

Afbeelding / www. stayweird.nl

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel