Geen woorden maar sluiten

2-9-2013 01:40

Door Gastauteur

Artistiek directeur van WORM, Hajo Doorn, luidt noodklok over het jeugdculturele DNA van Rotterdam, dat volledig dreigt te versplinteren in een tijd dat wij de jongste stad van Nederland zijn   

 

Nighttown, Waterfront, De Energiehal, Parkzicht, Watt, De Vlerk, Eksit, Kaasee, Arena, Hal 4, De Unie, De Nieuwe Oogst, Now & Wow, (Off) Corso, Exit, Lantaren/Venster, Dizzy, Het Berenei, Thelonious, Herr Zimmermann, De JazzBunker, De Hemel/Inferno, B52, Via Ritmo; het zijn allemaal clubs, jeugdcultuurhuizen en poptabernakeltjes die sinds de jaren tachtig de deuren hebben gesloten. Dit door zeer uiteenlopende redenen van onder meer onkunde, mismanagement, regelgeving, vreemde financiële constructies, ruzie, overlast, geldgebrek, fraude, faillissement, stopzetten subsidies, verdwijnen van melkertbanen of gewoon geen zin meer; beu van het vechten en sleuren voor de goede zaak. Rotterdam - de stad, niet per se het bestuur daarvan - is dus goed in sluiten, maar slecht in het serieus analyseren van de oorzaak. Er zijn wel veel woorden en meningen, die te pas en te onpas geventileerd, maar daardoor is een zeer troebele en versimpelde discussie ontstaan met een veelal zeer emotionele ondertoon en vele uitroeptekens. Feit is dat er de afgelopen dertig jaar vele, vaak zeer interessante, unieke en karaktervolle tenten zijn ontstaan en weer gesloten. Ik zal proberen uit te leggen waarom ik denk dat Rotterdam een volledig verknipte jeugdcultuur DNA heeft (met weliswaar een aantal zeer interessante mutaties tot gevolg), die ervoor zorgt dat het de popmuziek en dancescene niet lukt om als gearriveerde en geaccepteerde instellingen boven het maaiveld uit te steken en verankerd te raken in de culturele infrastructuur van de demografisch gezien jongste stad van Nederland. In welke vorm ook.

 

Weinig links-activisme in stadsbestuur

Als we kijken naar de opbouw van de successieve stadsbesturen van de laatste decennia en dus naar de representatie van de bevolking, dan valt het op dat er in het stadsbestuur en het apparaat daaromheen niet of nauwelijks mensen zijn geweest met een (links) activistische achtergrond zoals wel het geval is in steden als Amsterdam en Utrecht. Geen mensen die zelf vooraan stonden te headbangen (desnoods op U2) of een pilletje te veel namen in De Energiehal. Er is dus geen natuurlijke 'intuïtie' voor de wensen van kids die in het weekend gewoon ff lekker 'kapot' willen gaan. Opstootjes, geluidsoverlast, uit de hand gelopen festivals, konden (en kunnen) dus nooit echt goed rekenen op vergoelijkende woorden binnen het stadsbestuur. Integendeel. Er moet direct worden opgetreden. De weinig sensitieve houding van het stadsbestuur kwam voor mij tot zijn (vroege) hoogtepunt rond de sluiting van De Energiehal. De botheid waarmee een icoon van een hele belangrijke en internationaal toonaangevende subcultuur werd weggebonjourd, heb ik nooit kunnen bevatten. Het was (en is) een gebeurtenis in een lange reeks van wederzijds onbegrip tussen 'de jeugd' en de 'stad'. Niet zozeer uit onwil, alswel uit gebrek aan (wederzijdse) empathie.

Deze situatie is daarna, sinds de invoering van het dualisme, alleen maar verergerd. Hadden we voor het dualisme te maken met een bestuur dat wel wilde, maar gewoon niet kon (omdat men er niks van begreep), nu is er een stadsbestuur dat door interne strijd niet kan omdat de procedures en het afdekken van risico's zo belangrijk zijn geworden dat er eigenlijk niets meer gebeurt (hier heeft overigens niet alleen de jeugdcultuur last van). In principe is het stadsbestuur een representatie is van de bevolking. In Rotterdam zien we een politieke cultuur van regenteske machtspolitiek, gedreven door een grote boze witte achterban in de randgebieden met achterblijvers en een substantieel deel niet-participerende allochtonen. Als klap op de vuurpijl ontbreekt het - misschien wel door dit alles - aan activistische invloeden in ons localistische, zeer naar binnen gekeerde (politieke) klimaat. Want alles lijkt in Rotterdam alleen nog maar over Rotterdam te gaan met Rotterdamse vergelijkingen en Rotterdamse standaarden en waarden.

 

Veel emotie, zwakke organisaties

Er is tussen deze politieke (maatschappelijke) realiteit geen groter contrast dan tussen personen, organisaties en initiatieven aan de kant van de jeugdcultuur. Hun enige gedeelde kenmerk is de vrijwel zonder uitzondering zeer inhoudelijke en emotionele gedrevenheid. Muziek en zeker popmuziek is voor heel veel mensen belangrijk als drager van herinneringen, als soundtrack van bepaalde levensstadia en als ultieme uitlaatklep van (heftige) gevoelens. Ieder zijn eigen stijl en smaak en dat uit zich in de vele verschillende groeperingen, subculturen, discotheken, clubs en andere zaken als blogs, magazines, fanclubs, haardrachten, skinnies, zonnebrillen en tattoos. Hoewel trends altijd aan het schuiven zijn en er (zeker nu) ook een behoorlijke mate van vermenging plaatsvindt is animositeit jegens 'de anderen' nog altijd in de jeugdcultuur dé enorme factor van belang. De deephouse tegen de wat 'plattere' techhouse, de electropop tegen de electroclash, de hiphoppers van de westcoast tegen de eastcoast, de echte R&B tegen de nieuwlichterij. Het hoort bij de cultuur, het zorgt voor de dynamiek en de sterke en razendsnelle ontwikkelingen.

 

Contraproductieve popgelovigen

De diepe overtuigingen van de 'popgelovigen' hebben ook hun weerslag op het organisatorische deel van het werk. Veel beslissingen worden op emotionele gronden genomen en veel vernieuwingen of bedrijfsmatige besluiten worden op dogmatische overtuigingen afgewezen dan wel (niet) doorgevoerd. Nogmaals, het past volledig in het beeld van amateurisme (in de strikt letterlijke betekenis) en het is zeer aannemelijk en begrijpelijk: aan de uitgangspunten en codes mag niet getornd worden, het plaatje moet perfect zijn want juist in de details zit de onderscheidendheid. Kom je aan de muziek dan kom je aan de mens, kom je aan de mens, dan kom je aan de organisatie. Het gevolg was (en is) in veel gevallen een conservatieve houding in de popsector jegens zaken als organisatie, professionalisering, marketing en sellouts. Tel daarbij de zeer lage salarissen die worden betaald en waardoor het voor organisatieprofessionals doorgaans oninteressant is om zich te ontfermen over de (met name) popmuziek.

 

Amper een popklimaat

Tegenover deze zeer delicate en gevoelige en persoonlijke beleving van cultuur en sociale samenhang heeft zich een tamelijk rücksichtsloze industrie genesteld. Een feodalistische en op gunning en vertrouwen gebaseerde modus operandi sans scrupule, waardoor je maar moet afwachten welke artiest jouw kant op valt (als ze al een datum naast Amsterdam over hebben) - we laten voor alle helderheid voor dit verhaal de uitkleding van de clubcultuur door de festivallisering even buiten beschouwing. Door alle gedoe van de afgelopen jaren is Rotterdam voor een significant deel uit het gezichtsveld van de aanbieders van popcultuur verdwenen, waardoor het nog moeilijker wordt om een popklimaat op te bouwen. In de tussentijd zijn er een aantal nieuwe grote zalen geopend op de Zuidas bij de A10...

 

Makkelijk geld

Daarbij hangt rondom de popmuziek het aura dat er gemakkelijk geld verdiend kan worden. De buitenwereld kijkt naar supersterren als Lady Gaga en neemt dat als uitgangspunt, terwijl uit diverse berekeningen blijkt dat het overgrote deel van de livemuziek niet zonder substantiële externe bronnen kan bestaan wegens hoge productiekosten, regelgeving, arbo, vergunningen, beperkte opbrengsten en salarissen. In de kunstwereld is er een duidelijker onderscheid tussen 'galeriekunst' met vooruitstrevende werken en 'kunst voor boven de bank', die goed verkoopt. Deze werelden zijn zeer gescheiden. In de popcultuur hangt alles door elkaar heen, waardoor het aan de buitenwereld moeilijk duidelijk te maken is wat het fundamentele verschil is tussen voor de markt geproduceerde muziek, die zichzelf kan bedruipen en de meer artistieke muziekuitingen. Door de opkomst van de dj's en dj-superstars is dit verhaal eigenlijk alleen maar moeilijker geworden.

 

Trendwatcher: ‘Rotterdam is old’

Naast deze twee partijen (de stad en de sector) is daar het landschap van Rotterdam, de voedingsbodem met zijn lage culturele participatiegraad en post-oorlogse wederopbouwarchitectuurdictatuur. Een stad - het is mijn stokpaardje - waar iedere zichtbaarheid van jeugdcultuur in het straatbeeld ontbreekt met zijn nette afgeframede cultuurposters inclusief keurig afgedragen precariogelden en €300,- boete per verkeerd geplakte aankondiging van iets 'leuks te doen'; een sticker, een poster, een flyertje. Een door de gemeente ingehuurde buitenlandse trendwatcher omschreef de stad onlangs in één woord: old. Ik vergelijk (cultureel) Rotterdam vaak met een woestijn waarin je, als je iets wil, zelf aan de gang moet: het zaadje zaaien, water geven, behoeden voor koude in de nacht en hitte in de zon. En dan, met veel doorzettingsvermogen en een beetje geluk, ontstaat er een prachtige karaktervolle plant of boom (meestal niet groter dan een bonsai). Een struik zonder weerga, zonder vergelijking en zonder precedent. De stad kenmerkt zich door individuele juweeltjes van energie zonder geschiedenis en zonder dat er een duidelijk gezamenlijk DNA - een common ground - zichtbaar is. Er is volstrekt geen continuüm van zowel energie (in termen van opgebouwde kennis) als doorgifte van verworven genetisch materiaal. Het is experimenteel knip en plakwerk met chromosomen. Kijk naar het rijtje popcentra aan het begin van dit schrijven. Eigenlijk stuk voor stuk legendarische oorden met welluidende namen. Maar op zichzelf staand. En kortstondig. Koppel hieraan nieuwe initiatieven als Schieblock, Bird, Roodkapje, maar ook bedrijven als West 8, Joep van Lieshout en al die andere 'typisch Rotterdamse' organisaties en bedrijven die dus allemaal het kenmerk hebben dat ze eigenlijk helemaal nergens anders op lijken en wat door de buitenwereld dan ook weer gezien wordt als grote kracht van de stad: karaktervolle en eigenzinnige organisaties zonder precedent en vergelijkbaren. In plaats van een holle campagne als 'Rotterdam World Port', zou de stad er mijns inziens ook beter aan doen om dit unique selling point naar voren te brengen: Rotterdam, City of Richard Hutten, City of ZUS, City of Baroeg.

 

Acties en commitments

Het ontbreken van een duidelijke collectieve Rotterdamse DNA-string op elk gebied, maar zeker die op het gebied van jeugdcultuur, de onmacht van de stad (in dit geval het gerepresenteerde bestuur) en het innerlijke karakter en imago van de sector, maakt het dat de discussie over een eventueel grootstedelijk 'poppodium' zo gecompliceerd is en waarom er zoveel meningen zijn (waaronder die van mij dus ook). Om de impasse te doorbreken pleit ik voor een aantal acties en commitments.

 

Ten eerste: een volmondig ‘JA’ van het gemeentebestuur om een initiatief tot een 'clubhuis voor de jeugd', in welke vorm ook serieus en gedurende langere tijd, goed en substantieel (financieel) te ondersteunen, ook in moeilijke tijden.

 

Ten tweede: om de goede wil te tonen pleit ik voor een officieel excuus van de gemeente ten aanzien van de gabbers om ze vervolgens te eren met een prachtig monument op de plek waar eens de Energiehal stond: een perpetuum mobile van een dansend figuur en jaarlijks een bosje bloemen of krans om nooit te vergeten.

 

Ten derde: een serieus gesprek tussen relevante partijen, zonder holle popretoriek, zodat we begrijpen hoe ons jeugdculturele DNA in elkaar steekt, waardoor we goede afgewogen keuzes kunnen maken waarvan iedereen zegt: wat een goed idee!

 

Ten vierde: laten we als sector en stad alsjeblieft over de verschillen tussen deephouse en techhouse, postpunk en rock 'n’ roll en al die andere subdivisies heen stappen. We moeten letterlijk de rijen sluiten en dan iets typisch Rotterdams maken: iets legendarisch, onvergelijkbaars, zonder precedent en voorbeeld.

 

Want wellicht is dát ons continuüm.

 

Hajo Doorn is artistiek directeur van WORM, zie hier een kort filmpje over hem

 

Afbeelding / www.rotterdam.nl

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel