De rasechte Rotterdammert

25-6-2012 09:28

Door Devon Bartsz. Schlyp

Donderdagavond, het was de dag dat ons oranje voetbalteam verloor van de Duitsers, 2-1. Een trieste dag, niet alleen vanwege de nederlaag, maar ook omdat een vriendin van mij te horen had gekregen dat ze was gezakt voor haar havo examen. Het had een feestdag moeten zijn, maar helaas. Ik ontving een sms'je van haar. 'Vanavond bij mij?' Ze kon wel wat afleiding gebruiken en ik ook, voordat ik mijn Duitse buurman, die de overwinning in de tuin aan het vieren was, naar de keel greep.

 

Ik kon al aan haar zien dat ze de nodige drugs op had om deze dag te vergeten, toen ik haar flatwoning betrad. Ze deelde die samen met haar moeder, die er op dat moment niet was en die ik tevens nog niet ontmoet had. Ze omschreef haar ooit als ‘dat Rotterdamse wijf dat ken lullen, die weet wat mot en die kan wat ken'. Dat belooft veel, dacht ik bij mezelf. Ik had haar wel al een andere keer aan de telefoon gesproken, ergens halverwege de nacht. 'Hoe laat breng je m'n dochter thuis?' klonk haar stem in typisch Rotterdams, met haar ‘t’ zo nat, dat mijn oor er zelfs een beetje vochtig van werd. Gniffelend van de smeulende joint die ik op dat moment tussen mijn vingers klemde, zette ik ook mijn meest Rotterdamse accent op. 'Ik zou ‘t niet weten mevrouw, dat is niet aan mij,' waarna de telefoon uit mijn hand werd getrokken.

 

Ik hou van het Rotterdamse accent, in tegenstelling tot de rest van Nederland. Buitenstaanders horen enkel pauper Nederlands en zien alleen bouwvakkers die shag roken en vrouwen nafluiten als ze een Rotterdammer horen praten. Nee, ik hou ervan, net zoveel als van Rotterdam zelf. Ik ben ermee opgegroeid. Ik betrap mezelf zelfs af en toe op het onbewust uitspreken van woorden in het Rotterdams.

De avond vorderde en het werd al snel nacht. Inmiddels had ook ik een pilletje achter mijn kiezen, alvorens ik haar figuurlijke tempel betrad. Details achterwege gelaten. Hoewel ik wel kan vertellen dat kleine Devon er geen zin in had na de verorberde amfetamine.

 

Niet lang daarna kwam haar moeder thuis. We schoten allebei snel onze kleren aan haastten ons naar de huiskamer, ondanks dat haar moeder ons al doorhad. Geloof het of niet, maar moeilijk was ze allerminst. Ik stelde me netjes voor, in beschaafd Nederlands ditmaal. Ze had gedronken, dat kon je zien aan haar manier van lopen en praten. Terwijl ik een joint draaide, vertelde ze mij met een dubbele tong over haar standpunten in het leven, de dingen waar ze voor staat, haar manier van opvoeden. Zo vond ze het gebruik van drugs en dergelijke van haar dochter totaal geen probleem, als ze het haar maar vertelde en er verstandig mee omging. Ze had ook liever dat het in haar huis gebeurde. Ze zei het allemaal heel direct en oprecht. Ze meende wat ze zei. En dat allemaal in die platte stadstaal. In mijn ogen sprak ze als een rasechte Rotterdammer. Niet alleen door haar manier van praten, maar door haar vastberadenheid en de kracht die ze uitstraalde. Opgegroeid in Rotterdam, gewend aan het harde stadsleven. Een vrouw van extremen. Ze mag je of ze mag je niet. Een vrouw die weet wat ze wil en wat ze niet wil. Iemand die alles al eens heeft meegemaakt en uitgeprobeerd, maar alleen omdat ze het zelf wilde en niet omdat anderen het haar zeggen. Dát is de Rotterdammer. Een nuchter volk, met een duidelijke taal en een hard leven. Harde werkers met eelt op hun handen die niet bang zijn om vies te worden. Niet voor niets hebben wij de stad in zeven jaar opgebouwd tot een wereldstad, uit de as van de bombardement. Niet voor niets kreeg het daardoor de naam werkstad. En niet voor niets stonden wij bekend als de stad die nooit slaapt, voor New York ook maar bestond.

 

Dit is mijn beeld van de rasechte Rotterdammert.

Rubriek Deftekkel

Devon Bartsz. Schlyp

Impressionist met bijvoeglijke naamwoorden, perfectionist met alle woorden, illusionist met metaforen, zou extremer mogen schrijven, ontroert en/of shockeert zijn lezers, nerd van ...

Bekijk profiel