Rustig de dood in me opnemen

12-2-2016 12:14

Door Daniël Dee

Het Natuurhistorisch Museum is een plaats waar nachtmerries worden geboren. Daar kom ik zo nog op terug.

Op het verjaardagskaartje had ik geschreven 'Als je wilt mag je verkleed komen'. Ik zat dus met acht prinsesjes en één Spiderman (arme jongen) aan de eettafel op het verjaardagsfeestje van mijn net zesjarige dochter.

Al snel wilden de prinsessen vadertje en moedertje spelen en er werd democratisch beslist dat Spiderman de baby moest zijn (arme jongen). Spiderman zelf scheen er geen probleem mee te hebben. Hij was het gewend. Als hij bij ons kwam spelen dan moest hij van mijn dochters ook altijd een zeemeermin zijn en dan stak hij gedwee twee benen in één broekspijp van een legging en trok hij een bikinitopje van mijn geliefde aan. Mocht hij ooit een arrogante macho worden die vrouwen kwetst, dan maak ik de foto's openbaar.

Het gesprek ging al snel over dingen die pas echt erg zijn.

'Een baby die geboren wordt en dan gelijk doodgaat, dat is pas erg.'

'Een baby die doodgeboren wordt en daarna gelijk ook de mama.'

'Een baby die dood is en de mama en de papa ook.'

Hele woonwijken moesten eraan geloven en volledige steden werden weggevaagd. Syrië was een oase van rust en voorspoed vergeleken bij hun verhalen. Kinderen zijn lugubere wezens.

Omdat ik niet achterlijk ben/niet van gisteren ben (althans dat hoop ik) had ik het lucide idee opgevat om het feestje uit te besteden/uit handen te geven aan een derde partij. Dat zou mij een hoop stress schelen. Ik koos voor het Natuurhistorisch Museum, omdat zij zelf aanboden om verjaarspartijtjes te organiseren.

De kinderen kregen een speurtocht voor de kiezen waarbij ze babypotvisjes vonden om die uiteindelijk terug te brengen naar mama-potvis. Intussen keek ik mijn ogen uit in het museum, skeletten, schedels, huiden, opgezette beesten met dode ogen, diepzeewezens op sterkwater, ik wist nu al dat ik een woelige nacht voor de boeg had. Enger dan dat allemaal bij elkaar waren de voorbeelden van hoe wij mensen omgingen met de natuur. Vogelnesten volledig gemaakt uit kleerhangers, omgekomen egels met hun kop in plastic wegwerpbekers en een majestueuze zwaan had zijn nest gebouwd van menselijk afval. Hij zat te midden van wat zomaar de inhoud van mijn vuilnisbak had kunnen zijn: bierblikjes, zakken chips en plastic tasjes, alleen de energydrinks komen er bij mij niet in.

Ik heb ook twee dingen geleerd in het museum. Ten eerste dat de wimperspitsmuis het kleinste zoogdiertje ter wereld is. Er hing een vergrootglas boven het dode diertje en nog kon ik hem niet echt zien, dus ten tweede heb ik geleerd dat ik hoognodig een bril moet hebben, die ik vooralsnog uit misplaatste ijdelheid zal weigeren aan te schaffen. (Ik tik dit stuk op 14-punts, gewoon omdat ik dat prettig vind.)

Ergens halverwege de speurtocht was er een rustmomentje met chips en appelsap voor de kinderen en koffie of thee voor de ouders of begeleiders. Het was de eendenman Kees Moeliker zelf die mij mijn koffie kwam brengen omdat de automaat kuren had. Het voelde alsof zijn bekendheid zo ook een beetje, via de koffie, op mij afstraalde. Het plastic bekertje heb ik nog steeds in mijn bezit en niet omdat ik het weggooien zielig vind voor de zwanen.

Met het vaste voornemen om binnenkort terug te keren, zodat ik in alle rust de dood in me op kon nemen, verliet ik het pand. Ik zag op een bordje dat de architect Metzelaar heette en wist eigenlijk gelijk al dat ik toch niet snel weer op bezoek zou komen als er geen directe aanleiding was.

Rubriek D-day

Daniël Dee

Daniël Dee is een Rotterdamse dichter en schrijver. Hij publiceerde diverse dichtbundels, trad onder andere op bij Lowlands en Poetry International en maakte onlangs zijn proz...

Bekijk profiel