Bus 32

9-10-2014 02:09

Door Rob van Olm

Soms mag je iemand meteen. Je kijkt naar het gezicht, de ogen, de schouders, en je weet: dat is een toffe gozer. Daar kan je bij schuilen als het oorlog is, of mee paarden stelen, indien nodig. Zo’n man stapte bus 32 in. De herfst van zijn leven hing aan zijn krachtige schouders, op zijn gezicht waren krassen te zien, die je ergens onderweg in het leven kan oplopen. Maar hij was vitaal. Met open blik keek bij de bus in.

        ‘Verrek, Henk,’ zei hij tegen de man die voor mij zat, een dikke zeventiger. Even dacht ik dat het broers waren, die elkaar lang niet hadden gezien.

      Henk moest even nadenken. Hij herkende het gezicht wel. Maar waarvan? De leeftijd hè.

      ‘Verrek, nou zie ik het, Koos.’

      Ze gaven elkaar een hand en al snel kwamen de verhalen los van het verleden. Ik begreep dat ze uit de vechtsport kwamen. De toon was die van wederzijdse bewondering. Beetje bij beetje leerde ik hen kennen. ‘Ik weet nog dat je het niet pikte van die scheidsrechter en je hem verrot schold, maar je had gelijk,’ zei Koos vol bewondering.

      Ik keek naar zijn oren, die niet helemaal ongeschonden uit de gevechten waren gekomen.

      ‘Ik ben drie jaar geleden nog derde geworden bij het WK senioren,’ zei Koos trots.

      ‘Ja, dat weet ik,’ zei Henk.

      ‘Zie je Wim nog weleens?’

      ‘Toevallig verleden week gezien, maar die is er slecht aan toe hoor.’

      ‘Ze hebben hem ook heel slecht behandeld.’

      ‘Hij was de grootste van allemaal.’

      Welke Wim kon hij bedoelen? Koopmans? De zanger? Waren het zangers geweest? Kon je derde worden bij het wereldkampioenschap zingen voor senioren? giste ik. Koopmans zong wel eens tijdens boksgala’s, meende ik me te herinneren. Wat een chaos is dat geheugen toch. Was hij trouwens niet overleden?

      Er vielen meer namen van personen die ik meende te herkennen, en namen van cafés; Timmer, De Vijgeboom. ‘Weet je nog dat Nees Pors bij ons trainde, maar die maakte toch geen kans tegen je, hè,’ zei Koos. De eerbied voor de gewezen krachtmens naast hem was zichtbaar aan zijn houding. Nees Pors verslaan? Nees was ooit de sterkste man van Rotterdam. Die had zelfs Rudi Koopmans een keer op straat knock-out geslagen. Koopmans? Koopmans? Wim Koopmans? Rudi Koopmans? Ze vergisten zich in de naam, concludeerde ik.

      Terwijl mijn nieuwsgierigheid groeide naar hen en hun leven en de sport waarin ze successen hadden gekend, kletsten ze intussen gezellig door. De ene herinnering over de andere heen. Natuurlijk kom je dit soort type mannen overal in de wereld tegen, maar toch vooral in Rotterdam. De bus vulde zich met hun verhalen, terwijl we reden door een stad die niets meer van hun verleden wist. De banden van de bus zongen zuigend: voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.

      Een Surinaamse vrouw stapte de bus in. Ook zij herkende Henk.

      ‘Mijnheer bllshvull,’ verstond ik. Ze leek verheugd hem te zien. Ook nu duurde het even voor Henk wist wie voor hem stond.

      ‘Ik heb Engelse les van u gehad,’ zei ze ter verduidelijking.

      Een bokser, die leraar Engels was. Een combinatie die niet al te vaak voorkomt, dacht ik. Hoeveel boksers in de wereld zouden Engels les geven?

      ‘Ja, je kon er toen niet van leven, hè, zoals die gasten tegenwoordig, dus ik moest les geven.’ Maar het was een goede tijd geweest. Ook zij had warme herinneringen aan die periode. En aan hem.

      Eigenlijk moest ik uitstappen, maar ik wilde niets van hun gesprek missen. Omdat ik het niet meer kon houden van nieuwsgierigheid tikte ik op hun schouder. ‘Wat voor sport hebben jullie gedaan?’ vroeg ik.

      ‘Judo,’ antwoordden ze.

      Ze vertelden me dat ze tot de top van Nederland hadden behoord en met mannen als Anton met Geesink en Wim Ruska hadden getraind.

      ‘Heb je echt Nees Pors verslagen?’ vroeg ik.

      ‘Ja, op de judomat maakte hij geen kans tegen mij.’

      ‘En jij behoort nog toch de beste oud-judoërs van de wereld,’ zei ik vol ontzag tegen Koos.

      ‘Ja,’ antwoordde Henk, ‘maar als hij valt schiet de kalk uit zijn nagels.’

      Ter hoogte van de Markthal stapte Koos uit en terwijl de bus met Henk erin zich van hem verwijderde, verdween Koos in de menigte. Jammer dat er voor de Markthal geen standbeeld van hen staat. Koos en Henk op een judomat. 

Rubriek Toerist in eigen stad

Rob van Olm

De Rotterdamse schrijver en onderzoeksjournalist Rob van Olm (1947) publiceerde romans en journalistieke boeken, zoals 'Verloren dagen', een roman over de Spaanse burgeroorlog, en ...

Bekijk profiel