Sjaals voor Roemenië

15-1-2015 15:43

Door Liesbeth Mende

Mevrouw Willems heeft hetzelfde kapsel als prinses Beatrix, maar dan bordeauxrood geverfd. Ze draagt een mantelpak en staat kaarsrecht in de hal. Ze kijkt me met priemende ogen aan. 'Waar zijn je slofjes?' vraagt ze.

            Ik kijk haar verbaasd aan.

            'Nel neemt altijd slofjes mee,' zegt ze.

           

Ik ben hier voor het eerst. Ik heb twee vaste dames bij wie ik elke week schoonmaak, en soms val ik in. Zoals vandaag.

            We drinken koffie bij de televisie. Het RTL nieuws is bezig. Mevrouw Willems breit een sjaal. Op het nieuws vertellen ze over een vermiste jongen en een ramp in een kledingfabriek.

            'Vreselijk, hè,' zegt mevrouw Willems. 'Vreselijk allemaal.'

            'Ja, vreselijk,' zeg ik. Ik neem een slok van de hete koffie. Mijn handen warm ik op aan het kopje.

            'Mensen zijn niet aardig meer. Niemand is aardig voor elkaar. Als ik op straat loop, zegt niemand me gedag.'

            Ik mompel iets terug.

            'Die sjaals die ik brei zijn voor Roemenië,' zegt mevrouw Willems. 'Voor de arme kindjes. Ze hebben het maar koud en daarom brei ik die sjaals.' Ze graait met haar handen in een grote Albert Heijn tas en laat een paar sjaals zien in verschillende kleuren roze. Ze zijn van een soort glanzende wol met zilverdraad gemaakt. 'Dit doe ik al jaren hoor. Jaar in jaar uit. Het gaat allemaal naar Roemenië.' Ze kijkt me aan. Ze wil er zeker van zijn dat ik naar haar luister. 'Mensen vinden het zo lief dat ik dit doe.'

            Ik knik. 

            'Soms geef ik hier ook wel eens een sjaal weg. Voor de Albert Heijn staat een blinde man. Die heb ik ook een sjaal gegeven. Blij dat ie was!' Ze breit gestaag door. Ik neem de laatste slok van mijn koffie.

            'Zou je niet eens aan het werk gaan?' zegt mevrouw Willems.

 

Een emmer gevuld met sop staat klaar om de verwarming mee te boenen. Uit de emmer walmt een sterke citroengeur. Ik ben nog maar net bezig, als mevrouw Willems ineens vlak achter me staat.

            'Je bent langzaam,' zegt mevrouw Willems. 'Hoe lang doe je dit werk al?'

            'Een jaar of zes,' zeg ik.

            'Zou je niet zeggen,' zegt ze.

            Ik stop mijn doekje in de emmer, draai het ding in het water rond en wring hem daarna uit.

            'Zou je echt niet zeggen.'      

 

Mevrouw Willems vraagt of ik het balkon wil doen. Eerst de ramen zemen en daarna alle spijlen poetsen. Ze worden zo smerig van alle auto's die langs komen rijden. Mevrouw Willems geeft me een nieuwe emmer met een ander sopje. Dit keer probeer ik er wat meer vaart achter te zetten. Met de spons glij ik als een razende over de ruiten, haal de trekker erover en zeem de druppels weg. Daarna ga ik snel door met de spijlen het balkon. De deur van het balkon vliegt open.

            'Ben je nou nog niet klaar?' vraagt mevrouw Willems. 'Nel had dit zo af. Nel is zo handig.'

            Ik probeer nog sneller te werken.

 

Met bijna bevroren handen kom ik de kamer binnen.

            'Liesbeth,' zegt mevrouw Willems als we aan de koffie zitten. 'Kijk eens.' Ze knikt naar de ramen. Ik kijk. Er zitten strepen op de ramen. Normaal wrijf ik die weg, maar door de haast ben ik het vergeten.

            'Die strepen? Dat kan toch niet?' Ze kijkt me streng aan. Haar dunne lippen perst ze op elkaar.

            'Ik doe het straks wel even opnieuw,' zeg ik.

            'Laat nou maar zitten,' zegt ze.

            Ik neem een klein hapje van mijn stroopwafel. Eigenlijk heb ik geen trek. Mevrouw Willems laat haar koekje liggen.

            'Ik kan niet geloven dat jij dit werk al zes jaar doet. Het is toch belachelijk. Ik bedoel: een paar ramen zemen, tjongejonge daar hoef je niet voor te studeren.'

            Ik roer in mijn kopje koffie, hoewel ik er geen suiker in heb gedaan.

            'Zo is het toch? Je hoeft geen studie af te ronden om ramen te kunnen zemen.' Ze lacht hard. Ik zie een rij gouden kiezen in haar mond zitten.

 

Als ze is uitgelachen valt er een stilte. Mevrouw Willems zit onbeweeglijk op haar stoel en staart me onafgebroken aan.

            'Hoe doe je dat bij anderen?' vraagt ze.

            'Ik heb nooit eerder klachten gehad,' zeg ik.

            Mevrouw Willems doet net alsof ze me niet hoort. Ze blijft me doordringend aankijken. 'Nou? Hoe doe je dat bij anderen?' Ze perst haar lippen weer op elkaar. Er zit lichtroze lippenstift op. Mijn ogen dwalen af naar haar kapsel. Geen enkel haartje steekt uit de Beatrix-coupe. Ik vraag me af hoe lang ze daar 's ochtends mee bezig is. 

            'Het is toch van de gekke!' roept ze ineens hard. 'Dat ze dit soort types op de mensen afsturen. Ze kunnen niet zemen, ze kunnen niet stoffen, ze kunnen niets!' Ze pakt haar koffiekopje op en giet het in één teug naar binnen. Met een klap zet ze het kopje terug op tafel.

            'De strijkplank staat klaar in de keuken,' zegt ze. Ze staat op, pakt haar breiwerk en begint te breien. 'Het gaat allemaal naar Roemenië,' roept ze. 'Voor de arme kindjes die het zo koud hebben.'

 

Afbeelding / www.catherines.be

 

 

 

Rubriek Stof

Liesbeth Mende

Liesbeth Mende (1975) werd geboren in België, groeide op in het Brabantse Wouw en studeerde dramaschrijven in Utrecht. Inmiddels is Rotterdam al jaren haar thuisbasis. Om niet...

Bekijk profiel