Margi Geerlinks, initiatiefnemer

5-6-2014 10:11

Door Hans van Willigenburg

Hoe je een buurt verbetert door bedrijfskunde buiten de deur te houden

 

De komende maanden zal Stadslog Rotterdam onder de titel ‘Stadsiconen’ in maximaal duizend woorden Rotterdammers portretteren, die niet zo snel de krant halen, nieuws maken, maar wél een belangrijke bijdrage leveren aan hoe de stad van-dag-tot-dag functioneert. En hopelijk, met een extra steuntje van Stadslog, andere Rotterdammers inspireren ook een bijdrage te leveren. In de derde aflevering Margi Geerlinks, freelance fotograaf en initiatiefnemer van de unieke ontmoetingplaats 'De Woonkamer'.

 

Tot in de hoogste echelons van regeringsleiders en het internationale bedrijfsleven wordt anno 2014 indringend gedebatteerd over het zo langzamerhand ongewenste ‘succes’ van de markteconomie, waarbij rekenmodellen alles bepalend zijn. En schijnbaar alles, tot aan minuten en seconden, wordt omgezet in planningen, in geld, in meetbare resultaten. Tegen deze achtergrond is de ontmoeting met freelance fotograaf en instigator van De Woonkamer, Margi Geerlinks een heel inspirerende. Vanaf het moment dat zij op haar huidige adres in Rotterdam-West ging wonen, is zij, naast haar werk, gegrepen door de kleurrijke en dikwijls gehavende buurtbewoners die ze er leerde kennen (van hangjongeren en geestelijk minder validen tot gescheiden moslimvrouwen). En door de mogelijkheid via een ontmoetingsplek een wat zijzelf noemt ‘dorpsgevoel’ te creëren, dat hen opnieuw een thuis, waardering en uitzicht op geluk zou kunnen bezorgen. Grote vraag: kan de officiële economie – die van de kille cijferlogica – overweg met Margi en haar gedrevenheid voor meer sociale cohesie? Of zijn het lang elkaar heen werkende realiteiten? Geerlinks vertelt:

 

‘Toen in ik mijn straat de kans zag ontstaan om van een belhuis een woonkamer te maken voor de buurt en ik voor het eerst onder ogen zag dat er geld nodig was, ben ik niet naar de gemeente gestapt voor subsidie, maar langs de deuren gegaan. Ja, gewoon: aanbellen. Huisnummer voor huisnummer. Het overgrote deel reageerde positief. En wilde intekenen als lid voor drie euro per maand. Ik noteerde hun mailadres en zorgde dat er een elektronische nieuwsbrief zou komen. Mijn overbuurman, een econoom, bood aan om de financiën te doen van wat officieel “Vereniging  De Woonkamer” ging heten. Door zo te beginnen had het project vanaf allereerste moment een sterke worteling in de wijk. Omdat mensen contributie betalen, is er een vanzelfsprekende interesse in hoe het met De Woonkamer gaat.’   

 

Margi had een duidelijk beeld voor ogen wat er aan de wijk ontbrak en waarin de De Woonkamer zou kunnen voorzien. Geerlinks:

 

‘Aan de ene kant wilde ik er een rustpunt van maken. Een laagdrempelige plek waar iedereen binnen kan lopen, een kop koffie kan drinken, een praatje kan maken. Aan de andere kant wilde ik ook dat talenten van bewoners er tot bloei kunnen komen. Door hen de gelegenheid te geven zelf hun kennis te etaleren. Of door andere buurtbewoners met hun specifieke kennis een cursus of workshop te laten verzorgen. Denk aan taalcursussen. Aan muzieklessen. Aan handwerkvaardigheden, zoals kleding maken.’    

 

Lokale meerwaarde

Hoewel we inmiddels zes jaar na de oprichting van De Woonkamer leven, is Margi nog net zo nauw  betrokken bij het project. Het initiatief is een schoolvoorbeeld geworden van de creatie van ‘lokale meerwaarde’, ofwel: buurtbewoners die geheel op eigen kracht, en zonder subsidiesnoepjes van buitenaf, op een daartoe geschikte plek belangeloos liefde, aandacht en kennis aan elkaar schenken. Resultaat? Doelgroepen die lange tijd voor de overheid ‘onzichtbaar’ bleven of, althans, op wie de officiële ‘trajecten’ geen grip kregen, voelen zich na zes jaar gestage ontwikkeling wél thuis in De Woonkamer.

 

‘Tijdens bepaalde bijeenkomsten in De Woonkamer stel ik gescheiden moslimvrouwen aan als gastvrouw. Dat geeft ze een essentieel gevoel van zichtbaarheid en waardering. Bij reguliere reïntegratietrajecten haken ze niet aan, omdat de eisen daar veel te hoog zijn.’ 

 

Veelvuldig gelauwerd 

In de buitenwereld is de unieke, samenbindende kracht van De Woonkamer niet onopgemerkt gebleven; Margi kreeg van de overheid de titel ‘best person’ opgespeld en de bekende documentairemaker Frans Bromet portretteerde haar in zijn NTR-serie ‘Aanpakkers’. Zo werd ze op haar eigen manier enigszins beroemd, maar beroemd met een vreemd smaakje. Geerlinks:

 

‘Gemeenten en ministeries begonnen mij uit te nodigen. Ze wilden weten hoe ik dit initiatief van de grond heb gekregen en al die doelgroepen heb weten te verbinden. Dat vertelde ik ze dan zo nauwkeurig mogelijk. Maar een geheim? Of recept? Dat is er niet, anders dan een strikt persoonlijke:  je inzetten omdat je hart het ingeeft. En alles in je wil dat het de buurt erop vooruit gaat, goed in z’n vel zit.’     

Het leidde tot de opmerkelijke situatie dat Margi te midden van betaalde ambtenaren waardevolle kennis binnenbracht, terwijl ze zelf – als enige in het gezelschap – onbetaald bleef. Margi geeft niet alleen toe dat ze zich daar op den duur ongemakkelijk bij voelde, maar ook dat ze is aangespoord door haar eigen omgeving om er voortaan geld voor te vragen, zij het een bescheiden bedrag. En toch blijft Margi’s hartenkreet:

 

‘Het gaat niet om geld!’  (haar stem gaat hierbij enkele octaven omhoog) 'Dé valuta om wijken te verbeteren is: ménselijke energie.'   

 

Onnadenkend geld uitdelen

Uit de kracht van haar uitroep spreekt onbegrip. Misschien zelfs lichte woede. Hoewel Margi zichzelf, zonder enige aarzeling, als een ‘positief mens’ omschrijft en De Woonkamer aantoonbaar – ook volgens de cijfers! – aan een veiliger wijk heeft bijgedragen, zakt de moed haar wel eens in de schoenen. Zeker als haar ter ore komt dat de gemeente weer eens onnadenkend geld uitdeelt. En op die manier, voor de zoveelste keer, een kans op verandering en duurzaam kostenbewustzijn laat lopen.

 

‘Dan hoor ik dat er in Charlois duizenden euro’s zijn uitgegeven aan een eendaags buurtuitje. Ik misgun natuurlijk niemand een gezellig uitje, maar zèlf draaien we in De Woonkamer alles euro’s drie keer om, zodat we binnen budget blijven. En alle betrokkenen goed leren begrijpen dat niks gratis is. Ik denk dan: waarom laat je bewoners niet gezamenlijk sparen voor een uitje? Dan is het ook echt hún uitje. En verhoog je betrokkenheid en creativiteit. In plaats van dat je met z’n allen neerploft in een bus, zonder te weten waarom.’      

 

Professionele welzijnsorganisaties hebben de samenbindende kracht van De Woonkamer trachten te imiteren, maar het is niet gelukt. Margi heeft wel een vermoeden waarom:

 

‘Dergelijke initiatieven worden van bovenaf gestuurd door geld. Alles wordt mooi aangekleed en in de verf gezet. Maar dan? Als het van “de professionals” blijft en de buurt het initiatief niet omarmt, bloedt het dood.’

 

Niet schaalbaar

Vanuit de bureaucratische reflex successen te kopiëren (in die wereld heet dat ‘schaalbaar’) werd haar ooit gevraagd op Zuid een soortgelijk initiatief als de Woonkamer op te zetten. Ze weigerde:

 

‘Dat kan gewoon niet. Ik woon toch niet op Zuid? Ik kan toch niet eenzelfde soort band opbouwen met mensen die kilometers verderop wonen dan met de mensen direct om me heen?’

 

Aan het einde van dit jaar stapt Margi, mede op aandringen van haar echtgenoot, uit het bestuur van De Woonkamer. Ze wil haar werk als fotograaf – ofwel, haar plek in de ‘officiële economie’ – weer  intensiever gaan oppakken. Geerlinks (bedachtzaam):

 

‘Ik ben een karakter dat moeilijk loslaat. Maar na zes jaar is er wel een stevig fundament. Ik hoop, stevig genoeg…’  

 

Afbeeldingen / Margi Geerlinks

 

Eerder in deze serie verschenen portretten van Sevim Suluki en Bram Legerstee.

 

De serie Stadsiconen is een samenwerking tussen Stadslog en #Veilig010

Rubriek Stadsiconen

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel