Bart Hertog, wijkschoolcoördinator

23-7-2014 11:40

Door Hans van Willigenburg

Gedreven op zoek naar de 'witte vlek' in zijn leerlingen

 

Onder de titel ‘Stadsiconen’ portretteert Stadslog Rotterdam in maximaal duizend woorden bijzondere Rotterdammers, die niet zo snel de krant halen, nieuws maken, maar wél een belangrijke bijdrage leveren aan hoe de stad van-dag-tot-dag functioneert. En hopelijk, met een extra steuntje van Stadslog, andere Rotterdammers inspireren ook een bijdrage te leveren. In de vijfde aflevering Bart Hertog, coördinator op wijkschool Feijenoord. 

 

In een vorig leven was Bart Hertog een gedreven ondernemer, die zich bezighield met de inrichting van magazijnen. Gaandeweg leerde hij, zoals dat heet, de kneepjes van het vak kennen, herkende hij de hobbels en de kansen in de betreffende sector, wist hij hoe het beste met klanten om te gaan en telkens een magazijn te realiseren dat aan de verschillende eisen en verwachtingen voldeed. Alleen kwam er een moment – zoals wel meer mensen meemaken – dat het werk niet meer voldeed aan zijn eigen verwachtingen. Hij zegt daarover, in de broodnuchtere stijl die bij hem past.

 

‘Ik zag mezelf niet nog járenlang met stukken staal schuiven. Als levensvervulling begon ik dat toch wat magertjes te vinden.’

 

'Het licht gezien'

De ironie wil dat hij als geziene ondernemer al tientallen keren gevraagd was om een kijkje te komen nemen bij een zogenaamd ‘Rebound Centre’, een instelling waar men probeerde jongeren die op school dreigden af te haken, of goeddeels al afgehaakt waren, weer vaste grond onder de voeten te geven.

 

‘Ik had al zestig keer tegen ze gezegd dat ik geen tijd had. Maar de eenenzestigste keer waren mijn excuses op en liep ik dus voor het eerst een Rebound Centre in.’ 

 

Je kunt het van alles noemen – een Openbaring, een ‘Life Changing Moment’, een Geestverruimende Lichtflits –, maar feit is dat Bart’s bloed sneller ging stromen van wat hij daar voor zijn ogen zag gebeuren.

 

‘In dat Rebound Centre drong het tot me door hoe klein een duwtje kan zijn dat je iemand geeft en hoe gróót de gevolgen daarvan kunnen zijn. Dan heb je het wel even over iets anders dan nieuwe opdrachten, leveringsvoorwaarden of omzetcijfers. Dan heb je het over jonge mensen, die je bij een zwart gat weg trekt en weer kunt laten genieten van het leven, van zichzelf.’     

 

Zwart/wit

Bart houdt van de woorden ‘wit’ en ‘zwart’. Eén van zijn terugkerende uitspraken is dat elke jongere een ‘witte vlek’ heeft, iets, kortom, dat nog onaangetast is en als startpunt van een nieuwe (positieve) wending kan fungeren. Het succes van zijn werk als coördinator en van de wijkschool hangt, volgens hem, af van de onvermoeibare bereidheid op zoek te gaan naar iemands ‘witte vlek’. Achterom kijken, zeker als dat te vaak gebeurt, is iets dat Bart docenten, coaches en leerlingen ten strengste ontraadt en als ‘zwart’ omschrijft. Het klinkt misschien (te?) dramatisch, maar wat er op wijkschool Feijenoord gebeurt is zijns inziens niet meer en niet minder dan een harde, moeizame strijd tussen ‘wit’ en ‘zwart’. En ja… met als inzet... ‘diplomaatjes’?

 

‘Ik zeg “diplomaatjes”, maar dat bedoel ik niet geringschattend. Nederland is nu eenmaal een diplomaland. Dat is een realiteit. Zonder diploma’s is het hier heel moeilijk om je weg te vinden. Dus als je jongeren wilt helpen, ben je verplicht dat heel serieus te nemen. Wat ik maar wil zeggen is dit: zo’n diploma vormt slechts de bevestiging van de slag die gewonnen is. De slag om jongeren hier op de wijkschool weer een doel te geven, zin om op te staan, zin om zich in te spannen, iets tot stand te brengen waar ze trots aan kunnen ontlenen. Als je die slag niet wint, weet je zo goed als zeker dat het diploma er niet zal komen. Of dat het diploma niet die beoogde positieve, nieuwe start zal zijn.’      

 

Gebruik basispsychologie

De wijkschool Feijenoord is, samen met enkele andere wijkscholen, onderdeel van de immense onderwijsinstellingen Albeda College en Zadkine. Hoewel de doelgroep een speciale, persoonlijke benadering noodzakelijk maakt (er wordt individueel gecoached), is er ook een  regulier onderwijsprogramma, met vakken, roosters, docenten en eisen. Het is de taak van Hertog om, bijvoorbeeld, de docenten te begeleiden bij het omgaan met de wijkschool leerlingen, die dus deels op een gewone school zitten en deels ook niet.

 

‘Hier lesgeven, is toch anders dan op een reguliere MBO. Als je focus alleen maar ligt op de leerstof en het doornemen van het voorgeschreven lesmateriaal, gaat het waarschijnlijk niet werken. Bij onze leerlingen werkt het beter als je iets meer van jezelf laat zien dan dat je een overbrenger bent van bepaalde kennis. Ik begeleid docenten daarbij. En soms moet je concluderen dat de match niet goed is. Dat is geen schande. Dat gebeurt overal.’ 

 

Hertog verstaat de kunst om een bepaalde vorm van basispsychologie in één enkele zin te vatten. Eén van zijn gevleugelde uitspraken, waarvan hijzelf zegt ‘m regelmatig aan te halen en die zijns inziens op verschillende momenten toepasbaar is en ook in noodgevallen de lucht op de wijkschool soms weet te klaren, is het zinnetje:

 

‘We schijten in dezelfde pot.’

 

Je kunt het misschien raden, maar Hertog legt graag toch even uit waarom dit zinnetje cruciaal en effectief kan zijn.

 

‘Voor onze leerlingen is het vaak heel verleidelijk zich te verstoppen, zich terug te trekken en de oorzaak van tegenslag of iets negatiefs bij iemand anders te zoeken. The easy way out, zeg maar… Die reflex ligt constant op de loer. Door te benadrukken dat je allebei in dezelfde pot schijt, dat iedereen, de hele mensheid dus, op de wc in dezelfde houding zit en hetzelfde afscheidt, benadruk je dat “buiten” feitelijk niet bestaat. We zitten er samen in. In hetzelfde spel. Jij en ik.’    

 

'Er is geld zat'

De wijkscholen zullen in hun huidige vorm gaan verdwijnen. Hertog weet niet op welke plek en in welke functie hij over een jaar bezig zal zijn. Het is aan de politiek om te beslissen hoe verder te gaan met de doelgroep die nu door de wijkscholen ‘bediend’ wordt. Hij wil er wil dit over kwijt:

 

‘Zelfs in deze tijden van bezuinigingen is er mijns inziens geld zat. De vraag is: hoe zorg je dat het geld zo rechtstreeks mogelijk ten goede komt aan de kwetsbare leerlingen?’

 

De kern van zijn betoog is dat de succesfactor bij deze doelgroep niet ligt in hoe een school of instelling precies wordt opgetuigd en dus in welke voorzieningen er zijn, maar puur in de benaderingswijze van de individuele leerling. Hertog bezigt daarop met misschien wel het grootste understatement uit het hele interview: 

 

‘Er is nogal een verschil tussen “daar-komt-een-probleem-aan” en “daar-komt-een-interessant-persoon-aan”. Als je die eerste houding hebt, ga je kwetsbare kinderen niet verder helpen.’

 

Ter afsluiting zegt hij:

 

‘De reden dat ik dit werk ben gaan doen, is het verschil in de blik van een leerling die binnenkomt en de blik van dezelfde leerling die weer uitstroomt. De eerste blik is er één van structuurloosheid en onzekerheid. Als alles goed is gegaan is de tweede blik er één van richting, besluit en motivatie. Práchtig!’

 

Afbeelding / Bart Hertog

 

De vorige stadsiconen waren Sevim Suluki, Bram Legerstee, Margi Geerlinks en Sonja van Idsinga

 

De serie Stadsiconen is een samenwerking tussen Stadslog en #Veilig010

Rubriek Stadsiconen

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel