Pleidooi voor stadsjoggen

25-3-2013 11:02

Door Paul van de Laar

'Je leert het meest door nauwgezette waarnemingen'

 

Zojuist mijn collegecyclus urban history afgesloten. Hierin bespreek ik grote stedelijke thema’s die worden toegelicht aan de hand van Rotterdamse cases. De studenten komen uit diverse studierichtingen en het keuzevak wordt ook gevolgd door zogenoemde exchange-studenten die een tijdje aan de Erasmus Universiteit studeren. Ze kennen Rotterdam vaak niet goed en dan helpt het om eigentijdse thema’s aan te pakken. Gisteren heb ik ze verlekkerd met het verhaal over de kapsalon. Het thema urban snacks past naar mijn idee ook in een college over verhalen uit de actuele stad. Want daar begin ik. Dan kom ik met vragen over de identiteit van de hedendaagse stad en waarin Rotterdam zich van andere steden onderscheidt. En kunnen we dat historisch duiden en hoe vormen we ons een beeld van de stad? Daar zijn niet alleen feiten voor nodig, maar ook verbeelding.

 

De roman ‘Stad’ van Ben Stroman

Je leert het meest van de stad door nauwgezette waarnemingen. De stad van vroeger moet je dan niet alleen beschrijven vanuit wat er aan documenten, geschriften en andere bronnen is overgeleverd, maar moet je leren “invoelen”, misschien nog beter gezegd “aanvoelen”. Het stedelijk weefsel moet tastbaar worden. Ik heb zelf veel opgestoken van literaire stadsromans. Helaas zijn die over Rotterdam niet zo vaak geschreven. Karakter van Bordewijk is de bekendste. Veel minder bekend is Stad van Ben Stroman, een in 1932 verschenen grote stadsroman geschreven in de geest van John Dos Passos Manhattan Transfer en Alfred Döblins Berlin Alexanderplatz. Nog altijd pak ik het boek van Stroman als ik een beeld van de vooroorlogse stad wil oproepen. Samen met andere visuele bronnen en filmbeelden fantaseer ik over de stad die niet meer waarneembaar is. Mijn beeld is dus nooit exact. In die zin liggen stadsgeschiedenis en stadsfictie dichter bij elkaar dan menigeen denkt. De feiten mag je niet negeren, maar de reconstructies kunnen wel degelijk een stadsfantasie oproepen. Er zijn daarom wel onderzoekers die spreken van een science fiction van de stad. En dat beperkt zich niet tot de toekomst, maar dat kun je ook op het verleden van de stad loslaten. Niet voor niets zeg ik wel eens dat stadsgeschiedenis urban entertainment is.

 

Rocky & Philadelphia

Ik probeer de studenten dus ook om hun fantasie te gebruiken en zich te laten verrassen en prikkelen door wat ze op stadswaarnemers oppikken. Bij voorkeur lopend, zoals een echte stadsflaneur. Maar joggend mag ook. Ik vertel ze hoe ik dat zelf heb gedaan. En hoe kan ik dat beter doen door te beginnen met een clip van Rocky, de onbekende bokser uit Philadelphia die het opneemt tegen een grote uitdager. De in 1977 uitgebrachte film werd een kassucces en onder meer door de beroemde trappenscène, Rocky runs up the steps. Dat is het einde van een scène die begint in de Italiaanse wijk. Rocky is in training en tijdens zijn dagelijkse joggingtocht krijgen we een goed beeld van de stad. Fictie is behulpzaam bij de vorming van het beeld van Philadelphia. Vanuit de achterstandswijk, via industrie- en havengebied, langs de Delaware-rivier komt hij eindelijk terecht bij het Philadelphia Museum of Art, een van de grootste kunstmusea van de Verenigde Staten (zie filmpje). Tegenwoordig staat er een standbeeld van Rocky, maar de directie heeft zich er lang tegen verzet. Rocky’s status als volksheld paste niet bij de uitstraling van een kunstmuseum. Maar als je op Youtube zoekt zie je veel toeristen die zich als een quasi-onoverwinnelijke Rocky laten filmen op de trappen. Dankzij Rocky weten de mensen de kunsttempel te vinden. Zo staat hij symbool voor een figuur, wat je verder ook over de film mag denken, die een brug slaat tussen hoge en de lage kunsten.

 

Elke week een andere route

Ik heb Rotterdam rennend verkend; elke week een andere route en zo kennismakend met de veelzijdige, ritmische en uitdagende stad. En door de inspanning vermengen reële waarnemingen zich met stadsbeelden. Probeer het zelf eens. En dat de Belgische krant Het Laatste Nieuws in december 2012 schreef dat stadsjoggen de kans op mentale problemen vergroot, heb ik nooit gemerkt. Wel zere voeten en gewrichten, maar dat is meer een kwestie van leeftijd.

 

Meer weten over ontstaan en historische groei van Rotterdam? Lees dan Historische atlas van Rotterdam, van o.a. Paul van de Laar

 

Tot slot: het betere stadsjoggen wordt in onderstaand filmfragment onnavolgbaar in de praktijk gebracht door Sylvester Stallone alias Rocky

 

Rubriek Stadshistoricus spreekt

Paul van de Laar

Paul van de Laar is stadshistoricus en directeur van Museum Rotterdam, alsmede professor stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit.

Bekijk profiel