Stadslog's Top-10-wensenlijstje voor 2015

27-12-2014 11:25

Door Stadslog Rotterdam

Stadslog gelooft in 2015 minder dan ooit in één verhaal over de stad, en zeker niet als dat ene verhaal eenzijdig commerciële doeleinden dient. Wij gaan voor een diversiteit aan verhalen, zo blijkt onder meer uit dit onlangs door ons uitgebrachte boekje. Wat voor verhalen geldt, geldt ons inziens ook voor de bestuurscultuur: geeft ruimte aan verschillen, aan individuen en wijken om meer hun eigen koers te varen. Hoe bescheidener de overheid, hoe meer het ‘menselijk kapitaal’ in Rotterdam, en dus de stad zèlf, zal opbloeien. Vanuit deze filosofie heeft Stadslog Rotterdam een wensenlijstje voor het komende jaar geformuleerd. Omdat we niet ongevoelig zijn voor ronde getallen, bevat het lijstje exact tien punten. Ziehier!

  1. BEGIN AAN EEN KLEINERE OVERHEID. Probeer niet alles zelf meer te regelen en organiseren. Durf meer op lokale netwerken te bouwen. Zij kunnen hetzelfde (beter) doen voor minder geld. Zet als gemeente in op een krachtig en afgeslankt 'kernapparaat', dat op het gebied van zorg, veiligheid, gezondheid, onderwijs en milieu de lijnen uitzet, maar uitvoering steeds meer overlaat aan anderen.  
  2. GEEF INFORMELE LEIDERS MEER RUIMTE. Gekozen politici zijn niet zelden verlengstukken van gevestigde belangen en lobby’s en lopen, intellectueel lam geslagen, maar al te vaak aan de leiband van een partij en-of ambtenarenapparaat, terwijl informele leiders puur op grond van individueel en onafhankelijk optreden hun gezag hebben verworven. Wie zal effectiever zijn? Wie vertrouwt u meer?
  3. STIMULEER ONTMOETING. Het veiligheidsgevoel en de volksgezondheid maken pas écht sprongen als Rotterdammers elkaar vaker tegenkomen, oog in oog frequenter hun verhaal gaan vertellen en zo meer over elkaar te weten komen. Wie je kent, vrees je niet, of aanzienlijk minder. Organiseer aanlokkelijke festiviteiten/voorzieningen om burgers meer in beweging te krijgen.
  4. INVESTEER IN TOEGANKELIJK GROEN. Hoe meer aantrekkelijke pleinen en parken om elkaar te ontmoeten, hoe beter. En nóg beter: geef Rotterdammers (veel) meer zeggenschap over die in te richten plekken, zodat ze niet meer gezien worden als anonieme voorzieningen maar als intieme onderdelen van hun leefomgeving.
  5. BOUW PRATENDE MANAGEMENTLAGEN AF. Waar gepraat wordt, wordt, grof gezegd, (nog) niets ondernomen. Hoewel een minimum niveau van onderling overleg en afstemming altijd nodig blijft, zal coördinatie steeds meer door technologie (apps) overgenomen gaan worden. School pratende managers dus maar zo snel mogelijk om naar een écht vak waarbij ze meer kunnen gaan toevoegen dan praten alleen.    
  6. BESTRIJD ARMOEDE BIJ DE WORTEL. Rotterdam heeft generaties lang een duur en volstrekt ineffectief armoedebeleid gevoerd, gericht op symptoombestrijding. Begin nou eens werk te maken van zaken die kwetsbare Rotterdammers écht uit de armoede gaan trekken. Niet alleen nu, maar ook in de komende generaties. Dus niet weer een zak geld, maar bewezen medicijnen als beter onderwijs, meer coaching, meer één-op-één aandacht.
  7. MINDER FOCUS OP MASSAMEDIA. De Rotterdamse bestuurselite lijkt soms geobsedeerd door hoe Rotterdam ‘in de media’ (vooral de buitenlandse en Hilversumse media) wordt gezien. Elke positieve publicatie viert men als een nieuwe doorbraak. Houd eens op met die borstklopperij, want die publicaties zijn helemaal geen doorbraak, maar slechts het levend bewijs van de maatschappijbrede tweedeling tussen mensen mét veel koopkracht en mensen zonder veel koopkracht. Investeer daarom meer in mensen en minder in gebouwen, zodat de dreigende 'kloof' effectief wordt afgewend. Dát zou pas een doorbraak zijn! 
  8. STOP DE ANONIEME LEERFABRIEKEN. Iedereen heeft de mond vol van onderwijs. Ook burgemeester Aboutaleb. Maar als er niks wordt gedaan aan fundamentele schaalverkleining, aan intensievere begeleiding van kwetsbare kinderen en ouders en aan de positie van de leraar (van mechanisch ‘uitvoerder’ weer naar humane ‘vormgever’), kortom, aan de ‘vermenselijking’ van het onderwijs, kun je er nóg zo veel geld in proppen, maar gaat er te weinig ten goede veranderen. Omarm bijvoorbeeld de initiatieven om weer ambacht- en praktijkscholen te beginnen.
  9. RUIMTE VOOR ONLINE MEDIA. Lokale digitale media bieden het broodnodige zicht op de (te vaak onzichtbare) mensen die de stad daadwerkelijk leefbaar maken en houden. Door hen ‘belangrijk’ te maken, een podium te geven, ontstaat er een veel genuanceerder, eerlijker en realistischer beeld over de stad. En komt er meer evenwicht tussen de promotionele en informatieve functie van lokale media, sterker: groeien die functies in rap tempo naar elkaar toe! Iemand die zich opwindt over de stad, zich daarmee betrokken toont (al is het bij wijze van protest), is, hoe dan ook, ‘reclame’ voor de stad. Alles beter dan onverschilligheid.
  10. VAN CONSUMEREN NAAR CREËREN. Rotterdam staat, net als de hele Westerse wereld, op het kruispunt van een cultuurverandering. Burgers zullen niet langer louter ‘doorvoerhavens’ zijn van geld en koopkracht, maar zich, aangejaagd door digitalisering, ontwikkelen tot (lokale) gezagsdragers en geloofwaardige mede-‘vormgevers’ van samenleving en bestuur. Steden die een duurzame band met hun inwoners smeden en het geloof in ouderwetse maakbaarheid als eerste laten vallen, zullen dat ‘nieuwe kapitaal’ als eerste ontsluiten. En daarvan profiteren. Economisch én sociaal.

 

Zonder al te somber af te willen sluiten, is een gebouw als ‘De Rotterdam’ eerder symbool van de wereld waar we afscheid van moeten nemen dan van de wereld die op ons ligt te wachten.

 

Teken aan de wand dat de gemeente uitgerekend zo’n mastodontachtig gebouw in trekt?

 

Afbeelding / drbristol.wordpress.com

 

Rubriek Over Stadslog

Stadslog Rotterdam

Bekijk profiel