Het Nieuwe Instituut swingt de pan uit

23-1-2014 21:24

Door Hans van Willigenburg

Stadslog bezoekt de Nieuwjaarsreceptie...

 

Vorige week, op 16 januari, organiseerde Het Nieuwe Instituut een Nieuwjaarsreceptie. Met twee keer het woord ‘nieuw’ begon ik mezelf, haast vanzelf, ook een beetje nieuw te voelen. Als één van de instigatoren van Stadslog werd ik, daarenboven, zeer welkom geheten om van al dat ‘nieuwe’ mee te proeven en de receptie te bezoeken. Was ik immers geen lid van de ‘creatieve community’ in Rotterdam? Nou dan! Het Nieuwe Instituut stond te trappelen om juist met de lokale creativo’s in contact te treden. Nietsvermoedend fietste ik dus, boordevol zin in nieuwheid, naar Museumpark 25, het voormalige NAi.

 

(Achteraf is het natuurlijk altijd makkelijk praten, maar een vriend van me zei een dag later: ‘Als er een nieuw instituut in de stad is neergestreken en het weet niks beters te verzinnen dan zich Het Nieuwe Instituut te noemen, zou ik bij voorbaat al nóóit naar zo’n receptie gaan!’ )

 

Enfin.

 

Wijkende haargrenzen

Bij de ingang kreeg ik keurig twee muntjes, ten einde mijn ontmoeting met ‘creatief Rotterdam’ in ieder geval met minimaal twee drankjes te kunnen optuigen. Ik bestelde een jus d’orange, keek om me heen en constateerde dat creatief Rotterdam, in de setting van Het Nieuwe Instituut althans, een behoorlijk vergrijzende aangelegenheid was. Overal waar ik keek, zag ik blanke, 50-plussende mannen met een wijkende haargrens, bijna steeds geflankeerd door lichtelijk verwelkte dames die niet zelden wat verveeld over hun wijntje de omgeving af speurden, op zoek naar actie.

 

Actie was er bedroevend weinig. Groepjes stonden in vaste formaties - en zonder enige uitwisseling - bij elkaar te klitten en de paar gesprekken die ik opving gingen over ‘dalende subsidie’, ‘opdrogende geldstromen’ en ‘pijnlijke afwegingen’. Wat je er verder ook van vond: het woord ‘nieuw’ was wel het laatste wat je bij het aanschouwen van deze receptie te binnen schoot. Eerder ‘dood’. Of ‘zieltogend’.

 

Toen moest het ergste nog komen.

 

Onbetekenend ritueel

Zelf inmiddels neergeploft op een bank en me bewust van een opspelend GeenStijl-humeur, vroeg een mannelijke microfoonstem uit een hoek van het gebouw - die ik niet zo gauw kon lokaliseren - om de aandacht van het publiek. Hij maakte ons deelachtig van zijn twijfel of er überhaupt wel een Nieuwjaarsspeech moest worden gehouden, omdat zulks toch vaak maar een onbetekenend ritueel was zonder veel inhoud en/of consequenties. In eerste instantie dacht ik dat hij onderweg was te concluderen het overbodige ritueel inderdaad terzijde te schuiven - wat je in zekere zin ‘nieuw’ zou kunnen noemen, hiep-hiep-hoera! -, maar, o, wat had ik mij vergist: de twijfel diende slechts als schaamlap om vervolgens alsnog een lijvige speech af te steken die de brosheid van een honderd keer platgetrapt knabbelnootje vertoonde, hetgeen werd versterkt door het favoriete tussenzinnetje van de spreker, dat ‘je zou kunnen zeggen’ was. ‘Je zou kunnen zeggen … je zou kunnen zeggen … je zou kunnen zeggen … je zou kunnen zeggen … je zou kunnen zeggen… je zou kunnen zeggen … je zou kunnen zeggen… je zou kunnen zeggen…’. Inderdaad, ik telde de zinsnede in totaal acht keer.

 

Droevig jaar

Daarna gaf de oeverloos sprekende meneer de microfoon ook nog eens door aan een oeverloos sprekende mevrouw, die al net zolang met haar mond door de meelbak had lopen wroeten. Er kwam een (citaat) ‘moeilijk jaar’ aan, maar het idee dat zij, via de speech, een fractie van hoop of verlichting zou kunnen bieden (een creatieve uitweg wellicht!), was niet aan haar besteed. In het tempo van een late middagvergadering diste zij allerlei vaagheden op, waarbij woorden als ‘verzorgingsgebied’, ‘kwalitatieve discussie’ en ‘zorgvuldige balans’ de laatste restjes energie uit het moede lijf schudde.

 

Conclusie?

 

Als deze nieuwsjaarsreceptie op enigerlei wijze representatief is voor het Het Nieuwe Instituut en het instituut op enigerlei wijze representatief voor ‘creatief Rotterdam’, dan wordt 2014 een heel droevig jaar.

 

Afbeelding / www.peperoffice.nl

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel