Hebben 200 Rotterdamse huishoudens straks hun eigen boerderij?

24-8-2017 11:01

Door Hans van Willigenburg

In Rotterdam is een serieuze poging gaande om van stadsbewoners boerderijeigenaren te maken. Al een paar maanden kun je deelnemen aan het coöperatieve initiatief ‘Herenboeren’.  Wanneer alles volgens plan verloopt, hebben straks tweehonderd huishoudens de productie van hun voedsel verregaand in eigen hand genomen. ‘Op de Herenboerderij zitten geen nodeloze schakels meer tussen boer en consument.’   

Natuurlijk zijn er biologische winkels, die beloven dat alles wat ze verkopen verantwoord geproduceerd is. En zijn de straten met zogenaamd ‘biologische’ producten in de bekende supermarktketens recentelijk enorm uitgebreid. Maar hoe slim, diervriendelijk, efficiënt en integer de biologische landbouw ook wordt bedreven, en met hoeveel prachtige keurmerken de producten ook zijn uitgestald: een groeiende groep prikt de beloften door. Of vertrouwt ze niet. Die groep wil gewoon met eigen ogen zien waar hun voedsel vandaan komt. Die wil de diverse stadia van de wortels, aardappelen, sperziebonen, appels, peren, aardbeien en stukken vlees die op hun bord belanden zelf meemaken. Voor die groep is ‘Herenboeren’ een aantrekkelijk concept. Wanneer een meerpersoons huishouden 2000 euro neertelt, of een eenpersoons huishouden 1000 euro, is het om te beginnen voor  één tweehonderdste deel eigenaar van een coöperatieve boerderij. Vervolgens heeft het samen met die honderd negenennegentig anderen een boer in loondienst, die in overleg wordt aangestuurd. Om de exploitatie van de boerderij draaiende te houden, nemen de deelnemers voor een vast weekbedrag van 11 euro, en 6 euro voor vegetariërs, naar eigen inzicht producten af. ‘Mocht de Herenboerderij in Rotterdam doorgaan, dan verheug ik me er nu al op dat ik straks op elk gewas af kan stappen. En zelf mijn eten, letterlijk, uit de grond kan trekken. Heerlijk lijkt me dat,’ zegt Jolanda Hovinga uit Hillegersberg, die zeker gaat deelnemen aan de coöperatieve boerderij.    

Tegenbeweging, anti-systeem

Hoe nieuw en uniek de op te richten Herenboerderij voor de Rotterdamse regio ook zou zijn: het is bepaald geen sprong in het duister. Onder de rook van Eindhoven, in Boxtel, draait al enige tijd een Herenboerderij. Boudewijn Tooren, voorzitter van de Stichting Herenboeren, stond mede aan de basis van deze nieuwe vorm van landbouw; hij reist regelmatig naar Rotterdam, waar hij op informatieavonden voor geïnteresseerde Rotterdammers enthousiast vertelt over de ervaringen in Boxtel. Twee aspecten vallen op. Hoewel het uitgangspunt van ‘Herenboeren’ is dat alles op natuurlijke wijze wordt geteeld en verbouwd (‘natuurinclusief’ noemen ze het zelf), wordt men dicht op de huid gezeten door autoriteiten die de voedselveiligheid bewaken. Tooren kan er weliswaar lacherig over vertellen (‘in al die regels lijkt het gezond verstand zoek geraakt’). Maar dat hij zich telkens moet verantwoorden voor een boerderij, waar vrijheid de norm is, varkens ongehinderd rondstruinen en monoculturen zijn vervangen door een variëteit aan gewassen, steekt hem wel. Het wantrouwen van bovenaf verleent hem en dit initiatief, al of niet bedoeld, het aura van een tegenbeweging. Van anti-systeem. Ook de relatie met de wetenschap blijkt in hoge mate dubbelzinnig. Want de Universiteit Wageningen mag dan een officiële kennispartner zijn van ‘Herenboeren’. En oprecht geïnteresseerd zijn in de nieuwe, dan wel herontdekte landbouwkennis op een Herenboerderij. Er lopen op diezelfde universiteit, volgens Tooren, ook felle tegenstanders van ‘Herenboeren’ rond: ‘Zij vinden ons moreel verwerpelijk. Een luxeverschijnsel. Volgens hen moet je de grond in een hoogwaardig land als Nederland nuttig gebruiken, voor de export of anders  voor het oplossen van het wereld voedselvraagstuk. En niet voor het bedienen van mensen die het al goed hebben.’    

‘Dit is veel leuker dan de sportschool!’

Om de Herenboerderij in Rotterdam daadwerkelijk tot stand te brengen, is het dus noodzaak dat tweehonderd Rotterdamse huishoudens op redelijke termijn vier ton bijeen brengen. Natasja van Alphen uit Nesselande behoort tot degenen die op een haar na hebben besloten mee te doen: ‘Ik hoorde van dit initiatief op een golfevenement. Een bevriend echtpaar, waarvan ik weet dat ze vegetarisch zijn, begonnen erover te vertellen. En stuurden mij info toe over de mail.’ Niet veel later stond ze op de Herenboerderij in Boxtel, waar ze zag ‘met hoeveel passie’ daar op het land wordt gewerkt. En hoe onbekommerd vrije biggen er rond rennen. ‘Ik vind het belangrijk dat er ook zo’n boerderij in Rotterdam komt,’ zegt Van Alphen. ‘Alleen al voor mijn kinderen. Het lijkt me zó essentieel om hen te laten ervaren wat het oorspronkelijke boerderijleven inhoudt. En wat de natuur ons kan brengen.’ Zelf heeft Van Alphen op die ene dag in Boxtel ook enorm veel opgestoken, beweert ze. Resultaat? ‘Ik sta nu met één been in de Herenboerderij. Alleen moet ik mijn man nog een beetje overtuigen.’ Jolanda Hovinga mag dan al om zijn, ook zij had enige overredingskracht richting haar mannelijke wederhelft nodig: ‘Die zit er veel zakelijker in. Stelt vragen als: wat gebeurt er als de boer ziek wordt of op vakantie gaat? Wie is dan de vervanger? Maar toen ik vertelde dat je op de Herenboerderij naar eigen inzicht zelf mee mag helpen. En dat er af en toe palen in de grond geslagen moeten worden, werd hij al enthousiaster.’ Voor Hovinga is de sociale dimensie van een Herenboerderij, dingen samen doen, misschien wel net zo belangrijk als de biologische component. Op de informatieavond bevestigt initiatiefnemer Tooren dat ‘Herenboeren’ veel meer is dan alleen ideële landbouw bedrijven. Zo is althans in Boxtel gebleken. ‘Mensen komen elkaar tegen op de boerderij, vertellen verhalen, sluiten vriendschap en gaan vervolgens plukmiddagen organiseren. Of houthaksessies. Dat die onderlinge contacten zó snel zó’n vlucht zouden nemen, had ik nooit verwacht. “Dit is veel leuker dan de sportschool!” heb ik al horen zeggen.’ 

‘Je bent volledig vrij’

Als het aan Jolanda Hovinga en Natasja van Alphen ligt, gaat de Herenboerderij in Rotterdam morgen van start. Maar hoe hartstochtelijk ze er ook over vertellen, blind voor de vraagtekens zijn ze niet. ‘Ik ben héél benieuwd of de boerderij het hele jaar door lekkere groenten oplevert. Of dat je in de winter denkt: nee hè! niet wéér kool!’ Ook Van Alphen erkent dat dit initiatief iets heel anders is dan kant-en-klaar biologisch shoppen aan het einde van de straat: ‘Stel je voor dat ik per net geoogste wortel een kwartier bezig zou zijn om het zand eraf te wassen. Ik noem maar wat. Dan zou het geduld van mijn gezin snel opraken.’ Maar toch blijven beiden vastberaden mee te gaan doen, waarbij hun motivatie opvallend eensluidend is: het dringend gewenste herstel van contact met de natuur. ‘Als communicatieadviseur ben ik de hele dag met mijn hoofd bezig,’ zegt Hovinga. ‘Daar wil ik om gezondheidsredenen tegenwicht aan bieden. Nu doe ik dat door in de tuin te werken. Straks misschien door op de Herenboerderij actief te zijn.’ Van Alphen heeft met dat doel ook wel eens aan een volkstuintje gedacht, maar ja, dan moet je alles zelf doen. ‘Bij Herenboeren ben je volledig vrij om wel of niet je handen uit de mouwen te steken.’ Hovinga: ‘Ik wil gewoon niet meer naar de AH, een courgette moeten pakken en denken: die heeft in een vrachtwagen duizenden nutteloze kilometers afgelegd om in dit schap te belanden.’

Tweeënveertig deelnemers binnen

Heeft ‘Herenboeren’, behalve als kleinschalig alternatief, ook een toekomst als de nieuwe, dominante vorm van landbouw? ‘Ik denk het niet,’ zegt Van Alphen. ‘Als je dit grootschalig maakt, krijg je managers op je dak, die het zogenaamd beter, sexier en dus commerciëler gaan aanpakken. Nee, het mooie van dit initiatief is juist dat betrokkenen het vanuit hun hart doen. Niet vanuit een winstmotief.’ Om te voorkomen dat de Herenboerderij straks té ver van de deelnemers komt te liggen en vervuilende autoritjes nodig zijn om de verse producten op ter halen, is ‘Herenboeren’ in onderhandeling over een aantal locaties in de directe omgeving van Rotterdam. Waarbij de gemeente, de provincie Zuid-Holland en de vereniging ‘Natuurmonumenten’ actief meedenken over waar de Herenboerderij van twintig hectare zich het beste kan vestigen.   

Op 20 juli meldt Mia Spruit van ‘Herenboeren’ dat er inmiddels 42 Rotterdammers zijn, die zich definitief hebben verbonden aan de coöperatie. Een hoofdrekensom leert: nog 158 te gaan.   

NAGEKOMEN BERICHT: op zaterdag 26 augustus gaan de eerste Herenboeren tekenen bij stadsboerderij ‘Natuurtalent’, Veldkersweg 50 in Rotterdam Schiebroek. Inloop vanaf 15.00 uur. 

Afbeelding / www.herenboeren.nl

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel