Aan leestafels kun je misdaden begaan

21-11-2013 12:13

Door Hans van Willigenburg

Het tolerantiequotiënt van een bediende in café Dudok

 

Ik heb een misdaad begaan.  

 

Onlangs zat ik in café Dudok op een plek, vlak naast de leestafel. Reden: aan de leestafel zat het vol. Ik bladerde wat in een krant toen de vrouwelijke ober langs wipte en, conform haar taak, aan mij vroeg wat ik wilde hebben. Ik plaatste mijn bestelling (een jus), die ze intoetste op haar schermpje in zo’n apparaat van baksteenformaat. Ik ging weer door met lezen totdat ik, vanuit een ooghoek, twee mensen aan het uiteinde van leestafel op zag staan. Ik pakte mijn tas en verplaatste mij hooguit vijf stappen van de plek waar ik zat naar het uiteinde van de leestafel. Vervolgens verdiepte ik me weer, geheel op de automatische piloot, in het krantenartikel.

 

Geen idee hoeveel tijd er verstreken was – al lezende verlies je het besef van een omgeving en een secondewijzer – maar het volgende moment zag ik de vrouwelijke bediende met een glas jus d’orange op het dienblad passeren in de richting van de plek waar ik zojuist gezeten had. En zag ik hoe ze, geconfronteerd met de lege plek, haar pas inhield, zuchtte en zich omdraaide, waarna haar geïrriteerde blik vrijwel onmiddellijk op mij, de lezende gestalte aan de kop van de leestafel, viel. Achter die geïrriteerde blik meende ik de vrouwelijke bediende van alles te zien denken, waarvan de gedachte dat ‘als alle klanten zich geruisloos en achter mijn rug om gaan verplaatsen, dit werk een regelrechte hel wordt’ nog de mildste was. Nadat ze mij in de smiezen had, vroeg ze, half omgedraaid en met een zekere militaire ondertoon:

 

‘Blijft u daar zitten?’

 

Onze ijzige blikken kruisten.

 

‘Ehhh… niet voor eeuwig, als je dat bedoelt,’ antwoordde ik.

 

Vinnig trok ze een pennetje tevoorschijn en begon er met nogal nijdige bewegingen mee op haar schermpje te tikken. Daarna stapte ze op me af en kletste het glas jus, alsof het een bierpul was, voor me neer.        

 

‘Alstublieft,’ zei ze afgemeten.

 

‘En nou zitten blijven, lúl!’ dacht ik er achteraan.

 

Hoezeer ik haar optreden ook als bot en ongepast wilde kwalificeren, het idee dat zomaar op een andere plek gaan zitten vanuit logistiek oogpunt een vorm van guerilla betekende en, dus, op zijn minst misdadige trekjes vertoonde, schudde ik niet één twee drie van me af.   

 

De auteur heeft, laten we zeggen, een wat schurende verhouding met café Dudok, waarover hij eerder op Stadslog dit verhaaltje schreef

 

Afbeelding / www.spottedbylocals.com

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel