Rotterdam op de divan

17-9-2012 11:31

Door Marina Meeuwisse

Het ontwerp van de stad, haar straten en haar buurten, is naar het model van Freud op te vatten als delen van een persoonlijkheid. En als zodanig zijn ze, net als een patiënt, te analyseren. Stad, straten en gebouwen vertellen tezamen een verhaal; een verhaal waaruit we de identiteit van de stad afleiden. De identiteit van Rotterdam is een uiterst wankel evenwicht, want het Ego, de drager van identiteit, is altijd onderworpen aan de machten van het Es (het onbewuste driftleven) en het Superego (het ‘geweten’) én de alledaagse werkelijkheid. Anna Freud legde uit dat een neurose ontstaat als het Ego is overgeleverd aan angsten: voor de driften, voor de werkelijkheid en voor het geweten. Is het Ego van Rotterdam overgeleverd aan angsten en kampt de stad met een neurose?

 

Psychologische make-up

In zijn boek Town Planning in the Netherlands since 1800 schrijft Wagenaar (2011) over de Rotterdamse bankier R. Mees die zich, geïnspireerd door de psychologie, boog over de psychologische make-up van de stad. Hij schreef zijn teksten in de jaren '60, in een periode dat de psychologie populair was onder de elite. Zo was Rotterdam niet in staat om te  profiteren van “de vrijheid en het ontbreken van remming dat voorziet in het ontbreken van tradities.” En “de kleine natuurlijke schoonheid waar Rotterdam op kan bogen, werd bedreigd door de bouw van fabrieken en huizen naast de grote wegen.” Omdat de stad door haar strategische ligging is genoodzaakt te blijven groeien, moest de gemeente ingrijpen. Want “Als de gemeente niet ingrijpt, zou het stedelijke organisme stikken en de psychologische toestand nog verder verslechteren.“ Na de Tweede Wereldoorlog was het grootste deel van Rotterdam een product van de negentiende eeuw: ”Misschien is de atmosfeer waarin de stad is geboren en opgegroeid wel het grootste obstakel voor de baby Rotterdam om uit te groeien tot een gebalanceerde jonge man met macht en invloed. Rotterdam mist zijn eigen oude, brede cultuur.”, schrijft Mees. Naast deze zorgen zijn er meer optimistische geluiden: “Het is zeker waar dat de frisheid, de gemakkelijke sociale conventies en de energie van mannen en vrouwen die kenmerkend zijn voor Amerikaanse steden, eerder is terug te vinden in Rotterdam dan in andere Nederlandse steden.” Rotterdam was, daarom, de enige stad in Nederland die uit kon groeien tot een metropool, het had alle karakteristieken van het moderne leven. De haven, de scenes met kranen, dokken, spoorwegen en schepen bieden een fascinerend uitzicht op de technologie in beweging (Wagenaar, 2011).

 

Hoewel Mees van huis uit geen psycholoog was, zijn de vraagstukken die hij beschrijft opnieuw actueel en is het op z’n minst interessant om de stad vanuit een psychologisch perspectief te beschouwen. Want alweer (of nog steeds?) worstelt Rotterdam met zijn identiteit. Zo is de haven de stad uit gewandeld en uit het zicht geraakt. In het centrum herinnert de inrichting van de stedelijke ruimte, behalve de eeuwige bouwputten, in bijna niets meer aan “de technologie in beweging”. Heeft de stad daardoor zijn identiteit verloren, is Rotterdam zijn Ego kwijt? Omdat neuroses ontstaan door een te streng Superego waardoor het Ego niet meer zelfstandig kan functioneren, zoeken we, in navolging van Anna Freud, het antwoord bij het Superego.

 

De neuroses van Rotterdam

Het Superego geeft onderdak aan de normen en waarden die we van huis uit en tijdens de opvoeding mee hebben gekregen. Waarden en normen die natuurlijk sterk afhankelijk zijn van de culturele omgeving waarin we zijn opgegroeid. Voor Rotterdam is dat de internationale context, de stad is ‘opgegroeid’ met de haven en eraan gewend dat mensen van allerlei komaf zich er vestigen. Mede hierdoor heeft het Superego geleerd dat normen en waarden die elkaar op het eerste gezicht tegenspreken, dynamisch naast elkaar kunnen bestaan. Dit is niet alleen af te leiden uit “de frisheid, de gemakkelijke sociale conventies en de energie van bewoners”, het is ook zichtbaar in de gebouwde stad.

 

Om dat te begrijpen hoef je alleen maar te kijken naar de grote architecturale en stedenbouwkundige verschillen die de stad rijk is. Er zijn stadsdelen die zo van de tekentafel komen, ontworpen stadsdelen waarbij de architect en stedenbouwer zijn Superego in stenen, beton en glas heeft vertaald. Op die plekken, zoals het Weena, zijn de onbewuste drijfveren van het libido onzichtbaar; het is alsof de stedeling erop gewezen wordt dat menselijke zwakheden en plezier er niet toe doen. Op zulke plekken is het lastig voor een metropool om de veerkracht van het bestaan te volgen. Want een Superego dat hoog gegrepen idealen stelt, ontneemt het Ego alle zelfstandigheid en reduceert het tot een uitvoerder van zijn wensen. Ziehier deel één van de neurose van Rotterdam: een stenen Superego met hoog gegrepen idealen waarin de stedeling zichzelf moeilijk herkent.

 

Tegelijkertijd zijn er stadsdelen die langzaam maar zeker zijn gegroeid, daar is het Superego van allerlei ontwerpers in gebouwen gemixt en etaleert gematigde idealen. Die plekken doen denken aan Brick Lane, een straat in East London die telkens weer de elasticiteit heeft om in te spelen op de zich snel veranderende sociale situatie. Het zijn plekken als de West Kruiskade, de Meent, de Nieuwe Binnenweg, waar de onbewuste motivatie haar vrolijke gang kan gaan. Waar het verlangen om met een activiteit te beginnen realiteit kan worden, zonder dat het Ego zich bewust is van dat verlangen. Er zijn ook plekken, zoals de Beijerlandselaan, de Bergweg en de Zwart Janstraat waar je ziet dat het Ego zich afzet tegen het Superego, omdat het geen vriendschap mag sluiten met het Es. Je ziet er ondernemers die, vanuit hun eigen achtergrond, het Superego vertalen in menselijke zwakheden en plezier: het leven op straat, het aanbod van goederen en etenswaren uit andere werelddelen. Ook in Bloemhof vind je plekken die een bepaalde vaagheid hebben, waarvan het Superego onduidelijk is en ruimte laat aan de stedeling. Daar vind je ondernemers met een niet-traditioneel Nederlandse achtergrond, die met beperkte middelen een toko of kapperszaak beginnen. Een toko waar je etenswaren kunt kopen die je terug vindt in de recepten van het Rotterdams Kookboek; een kapper waar je op een andere manier geknipt en geschoren wordt.

 

On-Nederlandse metropool

En zo is de identiteit van Rotterdam langzaam maar zeker verschoven van havenstad naar multiculturele stad. Dat blijkt uit een onderzoek waarbij aan 64 mensen is gevraagd: wat komt er het eerst in je op wanneer je nadenkt over Rotterdam? Welk woord symboliseert de stad voor jou? Voor 32 % is de symboliek van Rotterdam Multicultureel en voor 11 %  is Haven het symbool. Dat is de werkelijkheid van Rotterdam. Althans: voor de Rotterdammer die er woont en werkt. De buitenwereld oordeelt soms anders.

 

Zo beweren sommigen dat er in Rotterdam Zuid sprake is van een on-Nederlandse situatie. Buma zei het tijdens het CDA congres in oktober 2011. Deetman zei het in februari 2011, toen hij z’n rapport Kwaliteitssprong Zuid: ontwikkeling vanuit kracht presenteerde. En alsof dat niet duidelijk genoeg was schreef de hoofdredacteur van NRC-Handelsblad die dag in zijn commentaar: “Wordt van Rotterdam wel beweerd dat het alle problemen van Nederland binnen zijn grenzen heeft, maar dan erger, zo kan van Rotterdam-Zuid worden vastgesteld dat het alle problemen van Rotterdam heeft, maar dan erger.” Ziehier deel twee van de neurose van Rotterdam: de buitenwereld ontkent niet alleen haar identiteit, ze doet er nog een flinke schep bovenop door de stad te typeren als probleemgebied.

 

Inderdaad: Rotterdam is on-Nederlands, er zijn kenmerken van Amerikaanse steden terug te vinden in Rotterdam en het is de enige stad in Nederland die is uitgegroeid tot metropool. In die context is het zaak dat het Superego geen wrede trekken vertoont, want als het driftleven zich kan uiten dan is de neurose snel verholpen. Dan kan Rotterdam trots zijn op zijn identiteit, een identiteit die bestaat uit een multiculturele stad, gecombineerd met de haven, die een hoofdrol speelt op het wereldtoneel. U bent van harte welkom!

 

 

Geraadpleegde bronnen:

Cor Wagenaar (2011) Town Planning in the Netherlands since 1800. Uitgeverij 010

Anna Freud (1966) Het Ik en de Afweermechanismen. Uitgeverij Anbo

Rubriek MM

Marina Meeuwisse

Marina Meeuwisse combineert wetenschap en kunst. Vanuit wetenschappelijk oogpunt houdt zij zich bezig met perceptie, emotie, geheugen en fundamenteel onderzoek. Haar onderzoek focu...

Bekijk profiel