Geen bouwputten meer, graag

20-8-2012 15:29

Door Marina Meeuwisse

Bezinning of vooruit stuiteren naar de toekomst?

 

'Wie een stad wil begrijpen moet los van haar monumenten en haar geschiedenis die in haar stenen staat gegrift, de specifieke wijze van haar bewoners terugvinden, wie de stad concreet wil begrijpen moet de individualiteit van haar bewoners vatten' (Lévi-Strauss 1995).

 

De stad is af, klaar.

 

Laat haar existeren en minder in de toekomst vooruit vallen. Een vooruitvallen in een toekomst dat soms ontaardt in een vooruit stuiteren naar de toekomst, soms. Dat gaat ten koste van de bezinning. De bezinning, die ons laat ervaren hoe de stad werkt, of niet. Laten we koesteren wat er is en duiden waarom het er is. Laten we kijken, luisteren, beschouwen. Dat vooral: beschouwen en het historisch besef herintroduceren.

 

Is Rotterdam op weg om het Openluchtmuseum van de 20ste eeuw te worden? Ik schreef het al eerder: Alain de Botton (2006) zegt dat de architectuur en de stedenbouw er zijn om ons te helpen herinneren wie we zijn en wat we belangrijk vinden. “We bouwen, zoals we schrijven: om bij te houden wat voor ons van belang is.” Architectuur geeft ons een indruk van de psychologische en morele opvattingen die we hoog houden. Want, zegt de Botton: “We verwachten van ontworpen objecten dat ze ons, als een soort morele gids, een bruikbaar zelfbeeld voorhouden.” Als je zo naar Rotterdam kijkt, raak je de kluts kwijt. Zelfs als je de beperking van een vierkante kilometer in het centrum aanhoudt en niet verder wandelt dan de gemiddelde toerist.

 

Fuck the human context?

Zo is het Weena in Rotterdam een presse-papier voor de herinnering aan het bombardement uit 1940. En tegelijk herinnert de architectuur van het Weena ons aan het belang van de economie in de stad. Het wijst ons al op de vergankelijkheid van het bestaan: de weerspiegeling van de kantoren reflecteren. Binnen is niet te zien wat er gebeurt. Fuck the human context? Over de Delfste Poort (het Nationale Nederlanden gebouw) schreef een Rotterdammer die aan mijn onderzoek meedeed: “Dit gebouw weet het zelf ook niet. Het spiegelt de wereld alsof het niet gezien wil worden.” Een ander schreef over het Weena; “Niet mooi omdat er weinig groen is en er is teveel beton in de hele stad. Er is niks over van het oude Rotterdam er moet ook historie zijn en niet alleen beton. Jammer dat ik in deze enge stad woon.”

 

Als je dan net met dit ‘bruikbaar zelfbeeld’, dat zich ergens tussen de vergankelijkheid van het bestaan en een stenen woestijn bevindt, geconfronteerd bent en richting de Lijnbaan wandelt wordt het er niet beter op (ik citeer Rotterdammers): “Kun je winkelen. Is er ongezellig en vuil.” “Op koopavonden wordt de sfeer hier wat grimmiger maar als alle winkels dicht zijn valt er geen kip te bekennen.” “Gemoderniseerde Lijnbaan. Geen verbetering. Leegstand.” Is dit een morele gids, een bruikbaar zelfbeeld waarmee we vooruit kunnen? Goed, we wandelen verder en belanden op de Mauritsweg, de plek waar je in één oogopslag de brandgrens kunt zien. Wederom citeer ik stadsgenoten: “Rust, statigheid, decoratief in de stad en tegelijkertijd buiten. Geen dynamiek maar rustgevende stilstand. Merkwaardig dat de singels altijd zo rustig zijn een verdwaalde visser, hondenuitlater, slenterende allochtonen voorbij haastende hardwerkende autochtone fietsers.” “Belangrijk dat de oude panden worden bewaard en niet worden vervangen door hoogbouw. Dit beeld is een goede mix van oud en nieuw. Een lerende stad.” “Oud en nieuw. Degelijke stijl tegenover torenhoog plastic. Ik weet niet of voortgang ook vooruitgang is.” “Een straat waar je vooral doorheen fietst. Ik heb er laatst op een terras gezeten maar vanwege het verkeer en de weinig loop was het niet zo heel leuk of bijzonder. De wolkenkrabbers op de achtergrond zijn prachtig en creëren een mooi contrast met de gelige gebouwen in de straat.” Is dit de architectuur die ons helpt te herinneren wie we zijn en wat we belangrijk vinden?

 

Ik weet het, in de wijken op Zuid ligt het anders, de sprong over de rivier is vanaf de jaren dertig gestaag doorgezet. Direct na de Tweede Wereldoorlog zijn nieuwe uitbreidingplannen voor de linker-Maasoever ontwikkeld om de woningnood op te vangen die was ontstaan door het bombardement.  Ik schets voor u even hoe zoiets in zijn werk kan gaan, op welke manier professionals werken aan de morele gids, het bruikbaar zelfbeeld dat de architectuur ons voorhoudt.

 

De wijkgedachte

 In 1943 stelde de directeur van de Dienst Volkshuisvesting te Rotterdam een groep samen met onder andere architect Willem van Tijen, een aantal ambtenaren uit de onderwijssector, sociale zaken en volksgezondheid, om onderzoek te doen naar de behoeften van mensen in de stad en de wijk (Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting, 2004). Van Tijen beschouwde de wijk als een natuurlijke eenheid, hij ging uit van een strikte scheiding tussen de arbeidersbuurten en de middenstandsbuurten. Voor een samenhangende gemeenschap of collectief moest er een natuurlijke eenheid aanwezig zijn, arbeiders en de middenstanders vormen geen natuurlijke eenheid. De woningen van de middenstanders en die van de arbeiders werden op aparte locaties gebouwd en niet in de wijk gemengd. Want het idee was dat een individu zich pas kan ontwikkelen als hij of zij onderdeel is van een in sociaal opzicht samenhangende gemeenschap of van een collectief van bewoners met een vergelijkbare sociaal economische status of levensfase. Het idee van de wijkgedachte, een koppeling tussen het idee van de gemeenschapszin en de ruimtelijke context, waarbij gemeenschapszin bijdraagt aan de leefbaarheid van een wijk (Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 2004) is binnen de Nederlandse geschiedenis voor het eerst toegepast in Zuidwijk. Ook in Pendrecht is dit idee uitgewerkt door Lotte Stam-Beese. We schrijven het jaar 1953, de wederopbouw is in volle gang. Er wordt vooruitstrevend gebouwd: woningen met 3 of 4 slaapkamers en een aparte woonkamer. Op de tekentafel van de architect tellen psychische en sociale condities mee. Open straten, veel groen, buurtwinkels, wijkwinkels, scholen, de tijd die nodig is om naar school te lopen: alles wordt gepland en berekend. Het eerste woonpad doet zijn intrede, autovrij zodat de kinderen kunnen spelen. De wijkgedachte viert hoogtij. Want als de bewoner uitgeput van het zware lichamelijk werk thuiskomt, moet hij tot rust kunnen komen in een ordelijke, vriendelijke wereld waar vrouw en kinderen de boventoon voeren. Zo dacht men over de stad van de toekomst.

 

Dit idee, gebaseerd op architectuur van de uitsluiting, is door de tijd ingehaald. Wijken met deze signatuur zijn nu ‘probleemwijken’ geworden. En weer buigen professionals zich over de tekentafel om nieuwe bouwputten te creëren, ter meerdere eer en glorie van…. Ja waarvan eigenlijk? Want wie bepaalt of het zelfbeeld van de stad en haar straten bruikbaar is? Wie houdt ons een morele gids voor? Is dat de professional, de stedenbouwkundige of de architect die het decor van ons dagelijks leven bepaalt? Is het de politicus die sociale problemen het hoofd denkt te bieden door fysieke herstructurering? Of zijn het de projectontwikkelaars die ergens gouden bergen hebben gespot?

 

Dit voorbeeld laat de beperking van de stedenbouw zien, het toont dat inzichten verouderen, dat de stenen de dynamiek van de sociale werkelijkheid niet kunnen bijbenen. Daarom stel ik voor om de stad te laten voor wat zij is. Wat we nodig hebben zijn curatoren en conservatoren, critici die autonoom en onbevooroordeeld de stad en haar bewoners in de context van gisteren, vandaag en morgen plaatsen.

 

Stop de professionals

Krimp het aantal bouwputten. Stop de professionals die denken te weten wat goed is voor de stad en haar bevolking. Accepteer dat wat er is, in al haar veelzijdigheid: de achterbuurten, de volgens-de-makelaar-top-locaties in Kralingen of Hillegersberg, de hoogbouw, de brandgrens, de oude wijken. De oplossing is geen bouwput.

Rubriek MM

Marina Meeuwisse

Marina Meeuwisse combineert wetenschap en kunst. Vanuit wetenschappelijk oogpunt houdt zij zich bezig met perceptie, emotie, geheugen en fundamenteel onderzoek. Haar onderzoek focu...

Bekijk profiel