LUIERPARTY

25-7-2013 15:27

Door Stefan van Hoek

 

Esmeralda schildert. En bepaald niet onverdienstelijk. Maar ik vind het niet prettig dat ze iedere keer als ze heeft gedronken en ik haar tegenkom in café De Schouw zo dicht tegen me aan komt staan. Dan fluistert ze in mijn oor dat we nu toch echt eens iets met elkaar moeten beginnen. Tenminste, fluistert, ze denkt dat ze fluistert, maar doordat alcoholgebruik invloed heeft op de buis van Eustachius gaan beschonken mensen vanzelf harder praten. Daardoor krijgt haar mededeling dat haar biologische klok nu wel erg hard aan het tikken is geslagen – Esmeralda loopt tegen de veertig – vanzelf de geestelijke uitwerking van een op ontploffen staande tijdbom en mag de rest van de cliëntèle meegenieten van haar vrijpostigheid.

 

Als we onze genetische eigenschappen zouden verenigen, zouden we een klein genie op de wereld zetten, is ze van mening. Zelf ben ik van mening dat ik het recht niet heb een wezen met het leven en de dood op te zadelen. Compleet nutteloos. Ik zou mijzelf geen dag langer in spiegel of winkelruit durven aankijken. Vader worden staat voor mij gelijk aan uitgestelde moord met voorbedachte rade. De mens is het enige levende wezen – tenminste, voor zover de mens kan inschatten – dat het besef heeft wat ie kan aanrichten met dat geneuk. Namelijk: het geven van een leven gevuld met bewustzijn, gevolgd door de grote gelijkmaker: de dood. De nutteloosheid ten top.

 

Esmeralda begrijpt mijn beweegredenen wel – hoewel er letterlijk eigenlijk sprake is van stilzitredenen – maar ze is van mening dat ik mijn eigen kijk te veel op die van een mogelijk door mij verwekt kind projecteer. Het is helemaal niet gezegd dat het kind er dezelfde hyperrealistische (haar woorden) levensvisie op nahoudt als ik. Daar heeft ze gelijk in. Het voortbrengsel zou voor circa vijftig procent over mijn eigenschappen beschikken en voor de rest over die van de vrouw. Dan kan het dubbeltje de goede of de verkeerde kant op vallen. Of het is niet erg zwaar op de hand, wandelt door het leven over de geijkte paden van opleidingen en diploma's, en vervult later braaf zijn rol als consument. Of het kind zou dermate geniaal zijn dat het al op jonge leeftijd tot de conclusie kwam dat het op het ondermaanse weinig te zoeken had, zich naar het Prorail-spoor begeven, het hoofd op een rail te rusten leggen en de eerst aankomende trein zijn werk laten doen.

   Nog sociaal ook. Machinisten, conducteurs en andere spoormedewerkers schijnen van 'een schoon geval' te spreken als er bij een zelfmoordenaar alleen het hoofd is afgereden. De rest van het lichaam kan eenvoudig de lijkzak ingeschoven worden. Een heel verschil met de patatoorlogsaus van een suïcidant die zich letterlijk voor een trein gewórpen heeft. Bovendien zorgt 'een schoon geval' ervoor dat het oponthoud wegens opruimwerkzaamheden beperkt blijft en het treinverkeer zo spoedig mogelijk weer op gang is.

 

Esmeralda vindt het krijgen van een kind iets wat groter is dan jezelf. Het is de natuur. Ook die mening pareer ik met groot gemak. Het is ook de natuur dat water van het hoogst naar het laagstgelegen punt stroomt. Als er in Rotterdam nooit zou zijn ingegrepen, zouden Esmeralda, ik en ons eventueel voortbrengsel nog in een moerasdelta leven. Dijken, molens en gemalen zijn de pil, het spiraaltje en de sterilisatie van het polderlandschap.

 

En er is nog iets anders, misschien wel het meest belangrijk: hoewel ik Esmeralda zo objectief mogelijk beschouwd eigenlijk best een mooie vrouw vind, heeft ze iets ondefinieerbaars, waardoor ik me absoluut niet tot haar aangetrokken voel. 'De klik ontbreekt,' om eens een uitdrukking te gebruiken van diverse vrouwen die mij afwezen, waarna ik me diep verontwaardigd voelde en ze stuk voor stuk een tyfushoer vond. Het ligt niet eens aan haar postuur; hoewel ze vrij klein is, is dat voor mij niet bezwaarlijk. Het is – dus zo ondefinieerbaar nu ook weer niet – het ontbreken van iedere vorm van sletterigheid in haar lach. Wellicht is ze in werkelijkheid de beste pijpster ter wereld, vindt ze het waanzinnig geil hard aan haar rode krullenbos te worden getrokken, terwijl ze anaal wordt genomen; haar lach maakt de uitstraling van moeder Maria tot die van een breezersletje.

 

Toch voel ik haar nu met haar hand over mijn kont wrijven en hoe ze poogt haar been om het mijne te kronkelen. Vanzelfsprekend ergert ze me daarmee. Ik draai me een kwart slag, buig me iets voorover en fluister in haar oor: “Voorafgaand aan een fetisjparty zomaar geblinddoekt in een luier uit een auto gegooid worden met blik en veger, naar de overkant van de straat moeten lopen en dan op die party de hele avond op mijn knieën zittend de boel moeten schoonmaken. Dat vind ik dus niks. Laat mij lekker in de buitenlucht slechts in een luier wandelend op koopavond over de Lijnbaan naar die party gaan. Geef me zo'n Rotebgrijper en een vuilniszak mee, dan kuis ik de boel onderweg ook nog. Niet geblinddoekt, want met zo'n doek voor mijn ogen zie ik geen vuil liggen, moet ik alles op de tast doen en rol ik straks zo de Koopgoot in. Daar hebben ze hun eigen schoonmaakdienst al. Dus alleen over de Lijnbaan. Mét een plastic plasbroekje over mijn luier, want van die loerende blikken van het winkelend publiek zal ik best de zenuwen en dus enige aandrang krijgen. Mijn eigen urine opruimen met die grijper of met blik en veger wordt me wat al te arbeidsintensief. Ik ben me daar geen masochist, zeg. Wat denk je wel?”

 

Ze staat me aan te kijken of ze hier ter plekke aan de bar een kind met me wil maken. En weer zie ik die alle lust verzengende lach.

 

 

Afbeelding/www.comicbookmovie.com

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel