EET U HIERBIJ DEZE POEP VAN MIJ EENS

18-4-2016 10:01

Door Stefan van Hoek

'Zo. Daar zit ineens een stuk meer tijd tussen dan tussen de vorige biertjes die je kwam halen,' zegt Chris.

'Ja, ik ben inmiddels in een staat van tevredenheid geraakt,' antwoord ik.

'Dat is mooi. Aan ontevreden gasten hebben we niets. En aangezien ik wil voorkomen dat je tevredenheid afzakt...' Hij pakt het halveliterplastic uit mijn hand en vult het bij. Ik neem het aan en daal het trapje van de veranda naar de tuin weer af.

Niet zo raar dat er een stuk meer tijd tussen deze en de vorige pils zat. Sinds de vorige ben ik pas de gebruiker van een heuse halve liter. Daarvoor waren het kleine kloteplasticjes, waar volgens mij nog geen kwart liter in kon. Bovendien: ik kwam hier broodjenuchter binnen, dus ik moest sowieso eerst de nodige % binnen zien te krijgen om op mijn gemak te raken. Een gemak dat ik halverwege de halve liter mijn hersenen voelde binnensijpelen. Geen onrust meer door de vele mensen om me heen. Maar rust, gemak en, ja, zelfs een soort tevredenheid.

Vanmiddag is Ronnie Roteb getrouwd. In het olifantenverblijf van Blijdorp, waar zijn, tot voor vandaag zijn vriendin zijnde levensgezellin Sunny werkt, die door eenvoudig het geven van het jawoord inmiddels zijn echtgenote is. Zijn kersverse wettige wederhelft, dus. Zo worden huwelijken nogal eens voltrokken, door gewoon 'ja' tegen elkaar te zeggen. Het schijnt minder vaak voor te komen dat het in olifantenverblijven gebeurt.

Ik vraag me af of je partner direct je ex-vriendin wordt als ze met je in het huwelijk is getreden en je vrouw is geworden. Ik schijn vrij sterk te zijn in het mij afvragen van volstrekte overbodigheden.

Zelf ben ik niet bij de plechtige jawoordzegging aanwezig geweest. Ik ben weer eens ten prooi aan een meer dan geheel omgekeerd dag- en nachtritme. Op het tijdstip dat de kantoorklerk zijn vijfde bak koffie op zijn bureau zet, besluit dat hij nu wel voldoende heeft geprocrastineerd, al zijn kracht heeft weten te verzamelen om zich los te rukken van de sociale media en eindelijk een poging gaat doen te doen waarvoor zijn werkgever hem salarieert, doe ik mijn verduisteringslapje voor mijn ogen en leg mijn hoofd te rusten.

Het maakt me weinig uit, mijn omgekeerde dag- en nachtritme. Het is 's avonds een beetje opletten met de winkelsluitingstijden. Daarom slaap ik altijd in mijn kleren. Opdat ik even voor negenen direct kan opstaan en nog gauw wat boodschappen voor het diner in huis kan halen. Een kwestie van onmiddellijk rechtop als de smartphonewekker om half negen afgaat, snel een borstel door mijn haar, de grootste slapers uit mijn ooghoeken vissen, jas aan en de deur uit. Makkelijk zat. Of: 'pik in de kut-klaar-naar huis', hoe je het mechanisme ook omschrijven wil. Dat ik door mijn leefritme vanmiddag niet bij de huwelijksvoltrekking aanwezig heb kunnen zijn, is het betere kniesorenwerk. Lekker belangrijk. Ik ben er nu toch? Bovendien heb ik mijn absentie afgekocht door Ronnie vanavond direct na mijn arriveren, ongeveer anderhalf uur geleden, te feliciteren en hem een envelop met inhoud cadeau te doen.

 

Tijdens de eerste vijfentwintig jaar dat ik in Rotterdam woonde, kwam ik zeer bijna nooit in Charlois. Nu is het al voor de derde keer binnen een paar maanden. Vroeger schijnt de wijk een geweldige gribus te zijn geweest, iets waar ik de vorige keren en vanavond niets van heb gemerkt. Maar goed, dat valt me ook niet op als ik 's nachts na concertbezoek in Den Haag door de shariawijk naar station Hollands Spoor loop. Ja, 's nachts is het donker en dat is best eng, helemaal als er zich hier en daar mensen bevinden die je nog nooit tevoren hebt gezien, maar voor het overige: goed te doen.

Het was wel even zoeken voordat ik het juiste adres had gevonden. Ik had weliswaar de naam van de straat, maar niet het huisnummer meegekregen. Eigenlijk had ik verwacht dat de fuif in het grote gebouw zou zijn, dat ik bij het de hoek omgaan op het plein zag. Ik kon me niet voorstellen dat de mensen die ik de voordeur van een woning zag uitkomen op het huwelijksfeest van Ronnie Roteb waren geweest. Te middle of the road gekleed. Bij Ronnie Roteb denk ik aan bakkebaarden, kuiven op het hoofd van zowel man als vrouw, tatoeages tot zo ver de huid over het lichaam spant en BIER. Na een klein half uur in de buurt te hebben rondgelopen, besloot ik toch maar eens bij de bewuste voordeur te informeren of hier dan de festiviteiten ter ere van het huwelijk van Ronnie Roteb en zijn – inmiddels – vrouw Sunny plaatshadden. En inderdaad.

Door de keuken lopend ben ik eerst op de veranda en toen in de tuin beland. Twee buren hebben de ruimte in hun tuin óók ter beschikking gesteld, waardoor alle feestgangers een plek kunnen vinden. Charlois is dus eerder een commune dan een gribus. Ja ja, ik zal wel weer wat overdrijven. Dat krijg je nu eenmaal met schrijvers die volgaarne de hyperbool hanteren.

Maar laat ik nog eens een stevige teug bier nemen. Het feit dat tevredenheid zich in mijn bolletje heeft genesteld, wil niet zeggen dat ik niet nóg tevredener zou kunnen worden. Als ik door mijn knieën ben gezakt om het halveliterplastic naast me te zetten en weer overeind kom, zie ik dat Johnny Zuidhof langs me loopt, de drummer van de psychobillyband Batmobile. Ik ken hem slechts van een besloten, geheim Facebookgenootschap voor oudere jongeren, een soort internetsekte van voornamelijk mannen uit Rotterdam. 'Waarom je puberteit achter je laten als daar geen enkele reden toe is?' was er de norm. In weerwil van het feit dat hij de vijftig inmiddels is gepasseerd, is Johnny dan ook nooit 'John' gaan heten. Binnen het genootschap was het de sport elkaar zo grof mogelijk te beledigen. Eet u hierbij deze poep van mij eens. Ongeveer altijd gevolgd door een duim van de beledigde. Bij gebrek aan gradaties in duimen – er bestaat immers een grote verscheidenheid in beledigingen; van lieflijke tot werkelijk niet meer politiek correcte – heb ik het geheim genootschap tenslotte vaarwel gezegd.

'Ha, Johnny Zuidhof. Eindelijk eens in werkelijkheid,' groet ik hem. Had ik niets gedronken, dan had ik hem waarschijnlijk zonder iets te zeggen laten passeren. Met een afgepaste hoeveelheid % in mijn bloedbaan komt er echter zoiets merkwaardigs als spontaniteit in mij boven.

'Hé, jij bent Stefan van Hoek.'

Ik kan weinig anders doen dan dat beamen.

'Ik ben een fan van jou. Jij schrijft geinige verhalen.'

Merkwaardiger moet het niet worden. Het is niet zo zeer dat ik onder de indruk ben van het feit dat de drummer van Batmobile hier tegenover me staat en beweert fan van me te zijn. Ook al speelt die band al ruim dertig jaar over de hele wereld, van Japan via de Verenigde Staten, naar Rusland tot in Brazilië. Ik ben niet bepaald snel onder de indruk van een conduitestaat. Het bevreemdt me, omdat ik niet begrijp hoe het mogelijk is dát hij fan van me is. Op wat losse verhalen in boeken over Rotterdam en Den Haag na, is er nooit verhalend proza van me in druk verschenen. Hoewel ik Johnny meer dan voldoende intelligentie toedicht – humor is immers de hoogste vorm van intelligentie en over humor beschikt hij ruim voldoende – kan ik me niet voorstellen dat hij een groot fan is door het lezen van de talloze beschrijvingen van bouwprojecten die ik voor vakbladen schreef. Wel heb ik een aantal maal de omhoge duim van hem zien verschijnen bij een verhaaltje van mijn hand op internet.

Misschien hecht ik nog te zeer aan dodebomenpublicaties. Is dat de oorzaak van mijn onbegrip. Het feit dat ik nog nooit een heel werk door een uitgever uitgegeven heb gekregen en daar ook bepaald niet heel erg mijn best voor heb gedaan. Ik heb slechts dingesjes op internet geschreven, op het Rotterdamse medium Stadslog en als er werkelijk niets Rotterdams van te maken was op mijn eigen website. Of op de grote vergaarbak Facebook. Dingesjes onder miljarden dingesjes op het grote wereldwijde web.

'Jij schrijft echt goed, man,' gaat Johnny verder. 'Prachtig. Schitterend taalgebruik heb je.'

Ik kijk hem aan. Een vriendelijke gelaatsuitdrukking, onder het naar achteren gekamde grijze haar. Het karakteristieke grijze sikje onderaan zijn kin. Het sikje dat ik op het geheim internetgenootschap typenderwijs al heb afgeknipt, roze geverfd, in brand gestoken, de kleuren van de regenboog heb gegeven, weet ik wat nog meer. Als hij lacht, zie ik zijn zilveren tand. Die zal ik ook weleens als de tandarts in Marathon Man uit zijn gebit hebben verwijderd en vervolgens hebben omgesmolten. We vormden immers niet een geheim internetgenootschap om vriendelijk tegen elkaar te zijn. Eind van elke schoffering: de omhoge duim. Johnny gaf áltijd een omhoge duim. Al kan dat net zo goed een teken van waardering zijn geweest als een wenk om maar met het achterwerk op het stuk hand in kwestie te gaan zitten.

'Ik lees helemaal niet veel,' zegt Johnny, 'maar jij bent écht goed.'

Ik antwoord hem in gemeenplaatsen. Dat ik ook maar mijn best doe. Dat ik blij ben dat hij zo over mijn schrijfsels denkt. Toch weer iemand tevreden gemaakt. Doe ik het dus niet helemaal voor niets. Dat soort platgetreden shit.

'Ja, jou lees ik graag. En twee Belgen. Nou kan ik niet op hun naam komen. Ik heb te veel gezopen. Ik sta me hier belachelijk te maken. Die twee Belgen. Die ene met dat lange haar.'

'Herman Brusselmans,' ben ik blij dat ik nu een ter zake dienend feit kan opdissen. Brusselmans, de schrijver die me rondom mijn twintigste eindelijk weer aan het lezen én lachen kreeg, nadat ik een periode van maanden voornamelijk in de verte voor me uit had zitten kijken of de trein die niet voor je stopt nou eindelijk eens aankwam.

'Ja, Brusselmans. En die ander is Dimitri Verhulst.'

'Van Verhulst heb ik nooit iets gelezen,' antwoord ik hem. Dimitri Verhulst werd pas bekend op het moment dat ik nauwelijks nog proza las. Toen was de periode waarin ik zelf volop aan het schrijven was al aangebroken. Dat wil zeggen: als ik niet aan de % of herstellende van de % was. Tijdens actieve periodes van schrijverij deed kennelijk inderdaad de veronderstelde wijsheid 'schrijvers schrijven en lezers lezen' opgeld. Als ik schreef, las ik geen proza van anderen meer. De veronderstelde wijsheid zou je dus ook als een vorm van egocentrisme kunnen opvatten. Al had ikzelf meer het idee dat het bescherming tegen nóg meer beïnvloeding en kruisbestuiving was.

'Ze zeggen wel dat Facebook alleen maar tot nepcontact leidt,' gaat Johnny verder. 'Maar nou zie je maar weer dat je mekaar dankzij Facebook ook in werkelijkheid kunt leren kennen. Ik zou trouwens nog eens salt & vinegar chips voor je meenemen, als we met Batmobile in Engeland hebben gespeeld. Had ik je nog eens toegezegd.'

'O. Dat weet je gewoon nog,' antwoord ik verrast. Ik sta er van te kijken dat hij die belofte heeft onthouden. Op het geheim internetgenootschap beledig je elkaar zo grof, schunnig en politiek incorrect mogelijk. In het werkelijke leven onthoud je wat je hebt toegezegd.

'Binnenkort spelen we weer in Engeland. Dan neem ik chips voor je mee, want, ja, jij schrijft echt goed. Mooi taalgebruik heb je. Maar ik houd erover op. Ik heb te veel gedronken. Ik sta mezelf belachelijk te maken. Leuk je te ontmoeten. Maar dat zei ik geloof ik ook al.'

Ik antwoord dat het genoegen wederzijds was en stap wat opzij om hem voorbij te laten. Johnny mag dan te veel hebben gedronken, kennelijk nog niet voldoende. Hij loopt langs me en gaat in de richting van Chris, achter de bar in de keuken van het huwelijkspaar. Nog niet bepaald met een wankele tred, zie ik.

Als ik zelf te veel heb gedronken, heb ik een muur nodig om me tegen af te zetten, ga ik vervolgens wankelend via de stoep de straat over, bereik via de stoep aan de overzijde de gevels om steun te vinden, zet me af, volg schuin voorwaarts de tegenovergestelde richting en als ik dat maar lang genoeg volhoud, kom ik vanzelf thuis. Over jezelf belachelijk maken gesproken.

 

Parbleu. Dit is een noviteit. Ik ben bezig wakker te worden, realiseer me dat ik gisteren op het feest ter ere van het huwelijk van Ronnie Roteb ben geweest én dat ik dit maal niet ten prooi ben aan welke vorm van kater dan ook. Niet eens een kater light. Het moet komen doordat ik vrij laat met het bier begon, het bij bier heb weten te houden en ik al weer vrij vroeg ben gestopt, omdat ik op tijd met de bus terug naar de andere oever van de rivier moest om thuis te komen. Niet omdat ik me als een nipper heb gedragen. Nippers, volk dat %-houdende drankjes voor de smaak drinkt. Of erger nog: wijn uitspuugt. Als ik al eens drank uitspuug, is het omdat mijn systeem de wodka 's ochtends voor de vijfde achtereenvolgende dag op een nuchtere maag eenvoudigweg niet meer binnen houdt.

Ik denk na over Johnny's opmerking over Facebook. Dat het dus níet slechts tot nepcontact leidt. Ik ben het met hem eens. Sterker: het is een prima medium om een eerste schifting tussen mensen te maken. Het leeuwendeel belandt bij de negentig procent van de mensheid die sowieso de moeite van de omgang niet waard is. Pure luxe als je die kwalificatie thuis achter je beeldscherm al hebt kunnen maken. Scheelt een hoop vergeefse moeite en teleurstelling in het dagelijks leven. Bij het geheim internetgenootschap zaten nul mensen die ik tot de grote negentig procent mij onwelgevalligen rekende. De humor was er dusdanig dat je er niet de politiek mee in gaat. Toch verliet ik het op een bepaald moment wegens de ontbrekende gradatie aan duimen én een overdaad aan van het wereldwijde web geripte afbeeldingen met tekst. Ik houd niet zo van covers. Ben meer van het eigen werk. En ik ben niet zo van afbeeldingen met tekst ook. Cartoonisten, fuck 'em. Bijna altijd zijn die tekeningetjes excuses voor het niet snel genoeg op de volgende grap komen. Euh...euh...euh...denk...denk...denk...laat ik er maar wat poppetjes bij krabbelen. Tijd rekken, heet dat in het voetbal. Dat is ook de reden waarom die gasten van Charlie Hebdo zo'n beetje allemaal kapot werden geschoten. Gewoon gestraft voor het gebrek aan tempo in hun bijdehandheid. De rest is complottheorie.

Johnny's band Batmobile ken ik slechts zijdelings. Ik weet dat ze nog niet lang geleden hun 30-jarig bestaan hebben gevierd, met in het voorprogramma hun vrienden van 3 dead Mexicans on a Skateboard, de band van bruidegom Ronnie Roteb. Ze hielden de festiviteiten ergens middenin het West-Brabantse land. Voor mij als niet-automobielbezitter geen doen om daar te komen. Ik had wel nu en dan nog met een schuin oog gekeken of ik wellicht met iemand van het geheim internetgenootschap zou kunnen meerijden. Uiteindelijk was ik er echter in die periode juist met veel pijn en moeite weer in geslaagd om van de % te raken. Het plan om het 30-jarig bestaan van Batmobile te vieren had ik dus wijselijk het plan gelaten. Dat zou ongetwijfeld weer op een %-gelag zijn uitgelopen.

Ik zet mijn computer aan. Nu ik Johnny in werkelijkheid heb ontmoet, bekruipt me een merkwaardige mengeling van gêne en schuldgevoel over het feit dat ik niet goed bekend ben met hunnie der muziek en de stroming psychobilly. Ik denk dat de grote bas van bassist Eric Haamers bij mij telkens te zeer de associatie met jazz heeft opgeroepen.

Voordat ik Youtube afstruin, kijk ik op de Facebookpagina van Batmobile. Ik kom een lijst met de beste psychobilly-bands van de wereld tegen. Batmobile staat op de tweede plaats. Een wel uiterst eervolle tweede plaats, want op de eerste plaats staan The Cramps. En aangezien The Cramps sinds het overlijden van zanger Lux Interior in 2009 niet meer bestaan, is Batmobile dus de beste psychobillyband ter wereld. Kijk. Dat belooft wat.

Op Youtube stuit ik op een door Batmobile uitgevoerde cover van Ace of Spades van Motörhead. Ik ben niet dol op bands die covers spelen, maar ik ben dol op bands die covers beter uitvoeren dan het origineel. Nou is Ace of Spades in de oorspronkelijke versie al uiterst goed pruimbaar, Batmobile gooit er nog een slagje tempo bovenop. Zanger Jeroen Haamers is een typische shoegazer, zie ik direct. Maar dan in de compleet tegenovergestelde variant. Hoewel ook hij, net als Johnny Zuidhof, om en nabij de vijftig jaar oud moet zijn, is hij energiek alsof hij pas op 144-jarige leeftijd van zijn AOW mag gaan genieten.

De hoeveelheid clips en beelden van live concerten op Youtube verbaast me. Ik was ervan op de hoogte dat de band over de hele wereld optreedt; dit had ik niet verwacht. Na een avond Batmobile vanuit mijn bureaustoel ben ik om: zonder dat ik nu direct een kuif zal laten staan of mij bij de tattooboer onder zal laten inkten, kan ik stellen dat de muziek van deze band wel een soort van mijn kopje van thee is. Thee met wodka, als ik weer eens een periode aan de % ben.

 

Het is zo ver. Ook de vaderlandse publieke omroep is om. Batmobile krijgt de ruimte om op primetime twee nummers in de studio bij De Wereld Draait Door te spelen. Bertus en Leen van Schorem Haarsnijders & Barbiers hebben de eer de band bij het grote Nederlandse publiek te introduceren. Bertus en Leen zijn bekend van teevee sinds ze bij DWDD werden geïntroduceerd door – bekend van teevee – schrijver/journalist Hugo Borst. Nu mogen ze zelf als bekend van teevee anderen op teevee pluggen. Het selectiecriterium van de Gooise matras in een notendop.

Het optreden is niet minder dan legendarisch. Waar de presentator/snelbabbelaar/chronisch positivo tot dan toe jaren lang iedere band exact even enthousiast heeft bejegend, slaat hij in het geval van Batmobile nog een tikje verder door. Hij doet dat nog net niet met kreetjes van verrukking als 'dolletjes' of 'heremetijdje', maar er ontsnapt toch werkelijk een niet geheel in de geest van het psychobilly-genre luidend 'jeetjemiena' aan zijn keel. Al kan het ook zijn dat zijn 'jeetjemiena' voortkomt uit het indalend besef dat een bepaald tempo bij het spelen van psychobilly wél gepast is, waar het in het geval van voorlezen van de autocue vooral de indruk van desinteresse en onbeschoftheid wekt.

Na de televisie-uitzending raad ik Johnny via een Facebook-bericht aan om de volgende keer Batmobile-geluidsman Eddie live in de uitzending de chronisch positivo te lijf te laten gaan. Een televisieprogramma waarvan de presentator ruim een half miljoen euro per jaar verdient, heeft vast ook nog wel budget voor eigen geluidsmensen. Kortom: Eddie heeft dan zijn handen vrij om de presentator tandjes te laten tuffen. Alles voor de kijkcijfers. Bovendien wil dat de cd- en merchandiseverkoop van Batmobile vast nog wel wat stuwen. Van het boek Eus van Özkan Akyol waren na diens verschijnen in het programma de eerste vijf drukken verkocht voordat het ook maar in de winkel lag, omdat hij slechts uiterst nuchter normale antwoorden gaf op vragen van de chronisch positivo. Antwoorden die bij de presentator en diens kompaan Felix Rottenberg stompzinnig, wereldvreemd gelach vanuit de ivoren toren opwekten. Özkan Akyol was tijdens zijn jeugd een poosje een stouterd geweest en had daarover in de gevangenis een semi-autobiografisch boek geschreven, big deal. Als Akyols down to earth verschijning diens boek al tot een seller maakt, moet een rechtstreeks op prime time uitgezonden presentatorschrobbering wat betreft cd-persingen tot een veelvoud van de drukken van Eus kunnen leiden.

 

Dames en heren. Ik verkeer in de heuglijke omstandigheid dat ik een Facebook-bericht van de drummer van de beste psychobillyband ter wereld, Batmobile, heb ontvangen met daarin de mededeling dat hij zakken chips met salt & vinegar-smaak voor me heeft meegebracht. Zo dan. Nu voel ik me wél vereerd. Johnny heeft gewoon de moeite genomen om na een optreden in Engeland boodschappen voor me te doen.

Altijd als iemand iets voor me doet, heb ik de ziekelijke neiging onmiddellijk een wederdienst te willen verrichten. Een bier aan een bar krijgen, is een bier teruggeven; telkens als het barmeisje van mijn stamlokaal met haar reebruine ogen langer dan drie seconden in mijn blauwe heeft gekeken, spreekt het voor zich dat ik haar help met het terras opruimen; toen mijn moeder poogde me op de wereld te zetten en ik één blik op al dat fraais had geworpen, wilde ik terug naar binnen kruipen om haar vriendelijk te bedanken en als Johnny chips met salt & vinegar-smaak voor me heeft meegebracht, lijkt het me vrij normaal dat ik een biografie over zijn band schrijf.

Nou ja. Dat laatste is enigszins gehyperboliseerd. Nadat ik me op de hoogte heb gesteld van de overvloed aan Youtube-beelden en het aantal landen waar ze optreden, zie ik wel een mondiale afzetmarkt voor een biografie over Batmobile. Inclusief een Japanse vertaling. Een uitgever heb ik ook al op het oog. Die van stadsdichter Daniël. Hij heeft met zijn Groningse maat Karel pas een biografie voltooid over The Dutch Lumberjack, Peter Aerts, een K1-fighter. De vertaalrechten van dát boek zijn verkocht aan zowel Japan als de Verenigde Staten. Batmobile treedt ook op in zowel Japan als de Verenigde Staten, dus...lijkt me duidelijk...pik in de kut- klaar-naar huis.

 

'Je woont hier wel leuk,' open ik met een understatement en nee, ik ga hier niet vermelden waar Johnny Zuidhof woont. Dat leidt maar tot groupies aan de deur en aangezien de schrijver Stefan van Hoek geen groupies aan de deur krijgt, krijgt de drummer van Batmobile ook geen groupies aan de deur. Bovendien zouden groupies aan de deur de dagelijkse gang van zaken ten huize van de familie Zuidhof maar ernstig verstoren. Johnny is de enige niet die er domicilie houdt. Ook zijn vrouw en drie kinderen wonen er nog. Bij mij zou dat allemaal wat minder complicaties opleveren, aangezien ik in mijn eentje leef. Maar mijn deurbel doet het al jaren niet meer, dus indien er sprake van is geweest, hebben al die groupies op zoek naar de schrijver Stefan van Hoek vergeefs op het knopje staan drukken. Een geruststellende gedachte dat mijn bel het niet doet, want zo kan ik mezelf wijs maken dat er rijen groupies voor mijn deur hebben gestaan, die ik in het geheel niet heb opgemerkt.

'Wat die Japanse biografie betreft; je spreekt dus Japans,' steekt hij direct van wal, als we tegenover elkaar aan de grote eettafel naast de open keuken zitten. Johnny woont met zijn gezin in een pand met een behoorlijk strak interieur, zag ik bij het binnenkomen.

Ik kijk hem aan alsof hij klassiek tuba speelt en heb net te laat door dat hij me in de maling zit te nemen. Goed. Hierop was ik niet voorbereid. We zitten direct weer in de ondeugende ouderejongeren-modus.

'Maar even serieus,' gaat hij verder. 'Je mailde me vanwege die biografie over die K1-kampioen. K1 is bizar groot in Japan. De finale werd vaak in Tokyo Dome gehouden. Daar kunnen ruim 50.000 toeschouwers in. Is groter dan de Kuip. Mét een dak erop. Als wij in Japan spelen is dat hoogstens voor een man of vijftienhonderd. Dus over een Japanse uitgave van een biografie heb ik mijn twijfels.'

Dat zal lekker worden. Ik had nou zo graag op het eerste boek dat ik helemaal in mijn eentje had geschreven mijn naam in Japanse tekens zien staan. Om eens onorthodox te debuteren.

'En wat Nederland betreft,' gaat hij verder. 'Als jij een uitgever weet te vinden, dan wil ik daar natuurlijk aan meewerken. En de twee andere bandleden ook. Dat weet ik bijna zeker.'

Ik antwoord hem dat ik er contact over zal opnemen met de stadsdichter. Eens checken of die kans ziet het plan bij zijn uitgever binnen te manoeuvreren.

De rest van de middag betrap ik me erop dat ik kennelijk niet meer in staat ben een normaal gesprek met iemand te voeren. Al mijn intermenselijk uitgewisseld gesproken woord schijnt de vorm van een interview aan te moeten nemen, in plaats van dat het beperkt kan blijven tot het delen van plaisanterieën en vrijblijvende kout. Alsof alles een hoger doel moet dienen. Nou ja. Zo kom ik in ieder geval te weten dat Johnny van meerdere markten thuis is. Naast zijn bestaan als drummer monteert hij ook programma's voor televisie. Batmobile gaat nooit op tournee. Batmobile wordt gewoon uitgenodigd om in de meest verre buitenlanden te komen optreden. Japan, Brazilië, de US van A, Rusland, jeetjemiena nog aan toe. Ook het kappersvak in het algemeen en dat van haarsnijders en barbiers in het bijzonder passeert nog de revue.

'Als je wilt, kan ik je op de gastenlijst voor ons optreden in Baroeg zetten,' besluit Johnny het interview.

'Ja, te gek,' antwoord ik en voel me bij wijze van uitzondering toch weer iets naar vereerd neigend.

'Dan moet je wel echt komen. Er is maar een beperkt aantal plaatsen op de gastenlijst.'

'Spreekt toch voor zich?' gooi ik er een retorische tegenaan.

We staan op en lopen naar de voordeur om buiten nog een sigaret te roken. Er staat niemand met een telefoon of fototoestel. Toch leg ik mijn arm om zijn schouder, doe mijn duim omhoog en kijk – bij gebrek aan fans, groupies of professionele fotograaf – in de verte.

'Je woont trouwens niet erg psycho, in dat opgeruimde huis van je,' zeg ik ten afscheid, in een poging nog een punt te maken vanwege zijn opmerking over mijn vermeend machtig zijn van de Japanse taal.

'Jij bent ook niet erg psycho. We hadden om twee uur afgesproken. Je was nog geen drie minuten te laat,' countert hij.

We komen tot de conclusie dat je aan je afspraken houden juist érg psycho is, dat het in het geval van afspraken niet nakomen tijd wordt om wat anders te gaan doen, in de politiek te gaan of zo, en nemen ons voor contact te houden.

 

Ik heb een privé Facebook-bericht van Johnny gekregen. Ik sta op de gastenlijst voor het concert in Baroeg, bevestigt hij. Dat vind ik oké, maar ik heb nu een stevige kater en aangezien ik verdomd weinig te eten in huis heb – ja, alle chips zijn op – ben ik meer benieuwd naar hoe ik op zo eenvoudig mogelijke wijze een gezonde maaltijd in elkaar flans.

'Een pot gesneden rode bieten en een pot zure haring. Haringen in stukken snijden en gewoon door elkaar scheppen,' zo luiden zijn aanwijzingen.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik drop drie tabletten van tien milligram valium elk, wacht een half uur tot de Diazepam een donzen dekbed over mijn kater heeft gelegd en sla vervolgens op mijn gemakje de bieten en haring in.

Die week zal ik zijn recept drie keer opvolgen. Later in mijn bestaan zal ik tot gematigdheid raken en de inname tot circa eens per twee weken beperken. Je weet immers nooit of die beesten in levende staat niet al te dicht in de buurt van een gebarsten vat kernafval hebben gezwommen.

Af en toe lees ik dat Johnny heeft gereageerd als ik weer eens een verhaal op Stadslog heb geplaatst, als een van de weinige lezers die de moeite nemen te reageren. Maar als er dan toch iemand reageert, heb ik liever dat het de drummer van de beste band uit de niche-stroming psychobilly is dan een lid van het koninklijk huis. Geeft u mijn lintje maar aan de duif die me 's ochtends op de vensterbank altijd wakker komt koeren. Op voorwaarde dat ie voortaan op de vensterbank van Paleis Huis ten Bosch zijn muil gaat zitten open koeren.

 

Ik voel me alweer vereerd als Johnny de moeite heeft gedaan een netjes ingepakt shirt van Batmobile bij me door de brievenbus te duwen. Hij heeft zich zelfs de inspanning getroost twee keer bij mijn woning te verschijnen. De eerste keer kon hij er geen touw aan vastknopen welke brievenbus hij moest hebben, en, toegegeven, er is van mijn adres dan ook niet heel makkelijk chocopasta te maken. Het vierkanten bordje met het huisnummer erop ontbreekt en mijn naam bij de bel – die het toch niet doet – schittert ook door afwezigheid. Voor mezelf allemaal geweldig: zo blijf ik als 'de schrijver die nooit groupies binnenliet' door het leven gaan. Al ben ik de enige die van die geuzennaam op de hoogte is.

In onze Facebook-privéberichtwisseling valt me al snel op dat Johnny een liefhebber van ouderwets taalgebruik en overige archaïsmen is. Een 'klap voor je harses' is geen klap voor je harses, maar een 'muilpeer'. 'Slap gelul' wordt 'het uitwisselen van plaisanterieën en vrijblijvende kout'. Waarom 'moeite doen' als je je ook 'de moeite kunt getroosten'? En waarom gewoon het woord 'maar' gebruiken als daarvoor ook het ouderwetse 'edoch' voorhanden is? Dus stop ik in volgende verhalen wat extra archaïschmen.

Eén maal neemt Johnny zelfs de rol van eindredacteur op zich. Ik laat in een verhaal op Stadslog iemand zich de polsen overdwars open snijden. Johnny corrigeert en meldt dat je zoiets voor het juiste resultaat in de lengte doet. Ik ben het geheel met hem eens en aanvaard zijn aanwijzing dankbaar. Slechts schrijvers met te grote ego's zijn niet vatbaar voor eindredactie. Laat dat nou meestal omhooggevallen hobbyisten zijn, gegeven-paard-in-de-bek-kijkers.

 

Zo veel drinken als ik gisteravond heb gedaan, was niet slim, bedenk ik me, als ik tegen het eind van de middag wakker word. Hier had ik me nou net op verheugd. Voor het eerst naar Batmobile. In Baroeg ben ik ook nog nooit geweest. Nog op de gastenlijst ook. En dan een dag tevoren al pieken met inname. %-logistiek ronduit zwak.

Ik zie dat mijn handen beven, iets waar ik zelden eerder last van heb gehad. En we mogen stellen dat ik er op bedenkelijke wijze eer in stel een reputatie hoog te houden, waar het de %-inname betreft. Als ik met deze kater in de tram ga zitten, heb ik het openbaarvervoermiddel de rails uit getrild voordat ie aan de klim opwaarts tegen de Erasmusbrug heeft kunnen beginnen. Dus eerst wodka. Gewoon in de thee.

Na een half uur is de pot thee leeg. En uit de literfles wodka is ongeveer een derde verdwenen. Ik voel me weer het ventje en besluit vast voedsel tot me nemen over te slaan. Geen tijd meer voor. Ik wil naar Zuid. Maar eerst vul ik nog een halve literfles. Voor de helft met ijsthee en voor de andere met wodka, om ook de laatste rafelranden van mijn kater weg gedronken te hebben, voordat ik in Baroeg zal arriveren.

Het is begin oktober, met een temperatuur van eind augustus, merk ik als ik naar buiten stap. Ik besluit naar tramhalte Leuvehaven te lopen. Onderwijl lurk ik af en toe uit mijn fles. In de tram neem ik ook zo nu en dan een teug. Waarschijnlijk toch niemand die het opvalt, aangezien het een Aquarius-fles is. Sportdrank. Ik mag graag pretenderen een sportief type te zijn. Tevredenheid maakt zich van me meester. Zeker als ik bij de uitstaphalte naar het bijna lege flesje kijk en zie dat ik op mijn manier mijn bordje bijna netjes heb leeggegeten. En het wordt nog netter; wandelend van de tramhalte naar Baroeg neem ik de laatste slokken en laat het flesje afdalen in een afvalbak langs de Spinozaweg.

In Baroeg tref ik Lucky, een andere ouwe bekende uit de balsturige ouderejongerenclub. Hij biedt me een bier aan. Ik vraag of hij nog voor het muziektijdschrift schrijft.

Hij antwoordt ontkennend. En hij woont ook niet meer achter het centraal station, waar ik hem een paar keer opzocht in zijn stamkroeg om te biljarten of daar bij voorbaat al te lazarus voor te zijn. Eén keer heeft Lucky de keu uit mijn handen genomen, omdat hij in gedachten het biljartlaken al richting plafond zag krullen. Prettig, mensen die op je letten.

Tijdens het voorprogramma door Frantic Vermin komt Johnny ook nog even bij ons staan. Ik merk dat ik best hard ga op Frantic Vermin, maar ik lust nu nog wel een biertje. En tijdens Frantic Vermin lust ik nog een paar biertjes. Een verdomd goeie band is dat...en dan zijn ze klaar. Het is tijd voor de hoofdact: Batmobile!

 

Ik voel dat ik aan mijn schouder word geschud.

'Meneer, meneer. Wakker worden. Het is hier geen slaapplaats.'

Ik kijk opzij en zie dat er twee politieagentes naast me staan.

'Heeft u een legitimatiebewijs bij u, meneer?'

Langs de agentes heen zie ik dat ik voorbij station Lombardijen ben gelopen. En voor me is de tramhalte.

'Waar komt u vandaan, meneer?'

'BaroegBatmobile,' weet ik eruit te krijgen.

'En u heeft kennelijk behoorlijk wat gedronken.'

'Ja, waarschijnlijk, kennelijk. Anders was ik hier niet in slaap gevallen.' Ik ben mijn gevoel voor logica nog niet kwijt.

'Heeft u een legitimatiebewijs bij u?'

Ik heb alleen mijn ov-kaart bij me, maar daar nemen ze gelukkig genoegen mee. Dat scheelt me een boete van een kleine honderd euro.

'Waar moet u naartoe?' vraagt de ene en geeft me mijn ov-kaart terug.

'Naar het centrum. Kunnen jullie me niet even brengen?' begin ik nu zelfs ook al weer bijdehand te worden.

'Nee, wij hebben nog genoeg andere dingen te doen,' antwoordt haar collega lachend.

'Oké, dan ga ik de trein pakken. Fijne avond nog. En bedankt voor het wakker maken.'

'Voorzichtig onderweg naar huis, hè, meneer.'

De politie is mijn beste vriendin. Ik sta op van het bankje en begin in de richting van station Lombardijen te lopen. Voor mijn gevoel zonder te zwalken.

 

De volgende ochtend word ik wakker met een kater in viervoud: ik heb overmatig veel gedronken om gewoon te veel gedronken te hebben, ik heb het optreden van Batmobile gemist, Johnny heeft me voor Jan Lul op de gastenlijst geplaatst én ik ben de would-be biograaf van een band die ik nog nooit live heb zien spelen.

Ergens heb ik het idee dat ik iets nog eens opnieuw moet proberen.

Maar niet vandaag.

 

Onderschrift bij foto:

“Vijftigplussers hebben het imago inflexibel en vaak ziek te zijn.”

In het geval van sommige vijftigplussers valt dat echter reuze mee. Johnny Zuidhof vol overgave in actie tijdens Vestrock 2015.

Afbeelding / Leendert Photography

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel