CUT THE CRAP

29-1-2014 00:08

Door Stefan van Hoek

“Goed, één trede naar beneden dan, meer niet,” mompel ik bezwerend als ik mijn deur op slot draai. Ik zie dat ik de volle vuilniszak met het gewicht richting de zijde van het trapgat heb geplaatst en dat het kreng het hazenpad dreigt te kiezen. Mooi dat zak en inhoud niet luisteren. Hoe verder beide naar beneden rollen, des te luider de kakofonie, vooral veroorzaakt door lege bierblikjes. En ik kan niet beweren dat ik in de stemming ben voor dit experiment van de Stichting Nieuwe Muziek. Ik heb namelijk haast, ben op weg naar de Kunstdagen in de Van Nelle Fabriek, waar de bekendmaking 'Galerie van 2014' zal plaats hebben.

Vloekend ga ik de zak achterna, die voor de deur van de benedenburen stil is komen te liggen. Ik hoor een hond aanslaan.

   “Stil maar, stil maar. Het is al goed,” zeg ik sussend, meer als teken voor de buren dat het gerucht me zeer spijt, maar dat stilte vanaf dit intermezzo weer de norm zal zijn, dan dat het ongenoegen van dat stomme beest me iets uitmaakt. Ik heb geweldig contact met mijn buren, namelijk: nauwelijks. En dat wil ik graag zo houden. Niet dat het vervelende mensen zijn. Of misschien zijn ze dat wel, maar dan hoef ik er zo min mogelijk van op de hoogte te zijn. Het contact met de buren wordt me bespaard tot een enkele keer dat ik er een in het trappenhuis tref en het gesprek beperkt blijft tot “Ha, buurman. Alles goed?” “Ja hoor, rustig.” En ieder leidt weer minstens een halve maand lang zijn eigen leven. Een volkomen contrast met commune De Zoete Inval die het in dit pand in het verleden was.

   De half doorzichtige vuilniszak, een relikwie van mijn vijftien weken vrijdagse dwangarbeid voor de gemeentelijke vuilnisdienst Roteb, is in ieder geval intact gebleven. Dus goed beschouwd was dit een handige oplossing, want ik heb mezelf ongeveer veertien treden vuilniszak dragen bespaard. Bovendien was het slechts een vuilniszak die onderaan de trap lag; niet ikzelf. En dat is in het verleden ook weleens anders geweest. Diverse keren al heeft de zwaartekracht bewezen dat ik hem niet moet tarten. Deed ik het toch: breuken, kneuzingen en scheuringen van ledematen waren het gevolg.

 

Ik dump de zak in de vuilniscontainer op de hoek van de Westblaak en het Eendrachtsplein. Het voetgangerslicht staat op groen, dus het lukt me in een bijna vloeiende beweging door te lopen naar de middenberm. Ik moet verderop, aan het begin van de Rochussenstraat, bus 32 pakken. Om 13.46 uur arriveert die, dan kom ik om 14.00 uur aan bij halte Roel Langerakweg. Daar moet ik uitstappen, de weg oversteken, de trap omhoog naar de Horvathweg nemen en dan is het nog zo'n vijf minuten lopen naar de Van Nelle Fabriek.

   Leo de Bie van Galerie Frank Taal zal me bij de ingang opwachten. Hij heeft een toegangskaart voor de Kunstdagen voor me weten te regelen. Galerie Frank Taal is overgebleven bij de laatste tien kanshebbers op de uitverkiezing tot galerie van 2014. Die uitverkiezing verloopt kennelijk via het Rivella-principe: 'wel een beetje vreemd'. Al een kleine twee maanden voordat het jaar daadwerkelijk is aangebroken, maakt men de galerie van 2014 bekend. Meer een aanmoedigingsprijs, dan gebaseerd op merites van het voorbije jaar, kennelijk. Whatever.

   Het voetgangerslicht aan de zijde van het Eendrachtsplein staat op rood. Ik houd in en grijp alvast naar mijn binnenzak om mijn ov-chipkaart uit mijn portefeuille te vissen. Een mens moet zijn tijd optimaal zien te benutten. Eruit halen wat erin zit. Zo lang duurt dat leven nu ook weer niet.

   Juist. Beter geformuleerd: onjuist. Ik beleef weer eens zo'n ongewenst eurekamoment waarop je te weten komt waardoor dat knagende gevoel voordat je je woning verliet ook weer werd veroorzaakt.

   Ik heb mij nogal staan uitsloven goed voor de dag te komen en bij wijze van hoge uitzondering kleren staan passen om vandaag in iets in de richting van naar op zijn paasbest neigend ten tonele te verschijnen. Broeken, overhemden, colberts en truien zijn alle afgevallen, maar ik heb wel een wat nettere jas aangetrokken. Mijn portefeuille zit in mijn wat onnettere jas, die nog aan de rugleuning van mijn bureaustoel hangt. En mijn portefeuille bevat op haar beurt weer mijn ov-chipkaart. Een moment overweeg ik dan maar een los kaartje te kopen. Eén probleem, misschien heel vreemd, maar ook mijn geld bevindt zich in mijn portefeuille. Ik moet dus terug naar huis, zal de bus missen, de volgende, die pas twintig minuten na de gemiste gaat moeten nemen, te laat bij de Van Nelle Fabriek arriveren en niet meer naar binnen kunnen, omdat Leo de Bie zich inmiddels ter bekendmakingsplichtplegingen van 'Galerie van 2014' heeft begeven.

   Ik voel in mijn zijzakken. Gelukkig heb ik mijn mobiele telefoon bij me. De eigenares van café Het Licht van mijn Leven zou ook naar de uitverkiezing gaan. Die is eigenlijk moreel verplicht me een lift te geven. Nog niet zo lang geleden zat ze vlak na openingstijd in haar kroeg opgescheept met een ontsnapte tbs'er. Zag ze de week erop bij Opsporing Verzocht, dat die fijne gozer werd gezochtHad zijn ex met meer dan veertig messteken om het leven gebracht.

   Ik was iets na de man binnengekomen. Het was op een donderdag, de dag dat ik haar altijd drie ansichtkaarten met een voorgeplakte postzegel kom brengen. Dat vindt ze fijn. Opent ze erna haar kleine adresboekje op een willekeurige pagina en schrijft vervolgens een kaart naar de persoon – familie, vriend of kennis – op de bladzijde in kwestie. Doet ze daarna nog twee keer. Alleen op donderdag.

Vervolgens moet ik de drie kaarten in de brievenbus verderop in de straat gooien. Eerst die voor Rotterdam en omstreken, dan de rest van Nederland. Nooit andersom. Daarna mag ik pas het terras gaan uitzetten, wat ik op andere dagen direct al doe. Een neuroot tot en met, dat wijf, met haar vaste volgordes. Zij is ook degene geweest die tevoren de verplaatsing van mijn huis naar de Van Nelle Fabriek heeft uitgezocht en naar me heeft gemaild. 13.46 uur. "Dat is dus veertien minuten voor twee uur 's middags," had ze er ter verduidelijking bijgeschreven.

   Nadat ik haar de ansichtkaarten had gegeven, zei ze direct dat ik het terras wel alvast uit kon gaan zetten. Vanwege het afwijken van haar gebruikelijke volgorde wist ik dat er iets niet in de haak was met die brogem aan de bar. Dus zette ik drie tafeltjes in de kroeg neer, in plaats van buiten. Vervolgens pakte ik ze weer op en klapte ze met extra misbaar in. Een eenvoudige truc als je het eenmaal doorhebt. Voor de leek intimiderend. Ik kantelde het eerste tafeltje een kwartslag, richtte het met het tafelblad op de man aan de bar en kneep met de binnenzijde van mijn bovenarmen de ondersteunen naar elkaar, waarna ik het tafeltje met slechts twee vingers aan de bovenzijde van het dichtgeklapte blad tillend tegen de leestafel zette. Een handigheidje dat een hele krachttoer lijkt en weliswaar Fingerspitzengefühl vereist; erg veel kracht vergt het niet.

   Toch wilde de tbs'er al na het tweede ingeklapte tafeltje afrekenen. Dacht misschien dat ie met een nog grotere lepwous dan hemzelf te maken had. Was de eigenares van Het Licht van mijn Leven van hem ook weer af. Niet dat ze toen al wist dat ie krankgevaarlijk was. Prettig gezelschap was hij ook niet. Zat de hele tijd over de rivaliteit tussen Cambuur en Heerenveen te ouwehoeren. Dat die erger was dan tussen de kakkerlakken en de joden. Dat er ook al vele malen meer doden bij waren gevallen, maar dat de Friese pers dat stilhield. Niet echt een onderwerp als je even rustig bezig denkt te kunnen gaan met het opmaken van de rekening van een dag tevoren.

 

“Ben je al onderweg?” vraag ik als ze heeft opgenomen.

   “Nee, ik zit nog in mijn pyjama. Het is pas kwart voor twee. Het begint om half drie. Dus over vier minuten ga ik onder de douche, ook gelijk mijn tanden poetsen. Mijn Braun elektrische tandenborstel geeft door drie korte stops aan dat er exact twee minuten zijn verstreken, dan heb ik nog vier minuten om mijn haar te wassen. Daarna droog ik me af, maak ik me op en kleed ik me aan. Heb ik nog anderhalve minuut nodig om in mijn auto te komen en te starten. De routeplanner geeft aan dat ik dan om iets voor half drie, veertien uur zevenentwintig, bij de Van Nelle Fabriek ben. Van Nelleweg 1, 3044 BC. Die stomme ANWB-planner meldt trouwens dat ik na bijna anderhalve kilometer de tweede afslag op de rotonde naar de Weena moet nemen. Maar het is hét Weena. Daar kan ik zo ziek van worden. Het Weena is onzijdig. Weten ze dus niet bij de ANWB. Terwijl zij er voor moeten zorgen dat mensen via de kortste route op het juiste tijdstip op de plaats van aankomst zijn. Onbegrijpelijk.”

   Christusmeziele, wijf, denk ik bij mezelf. Jij zal in een file komen te staan. Je compleet vooruit berekende leven naar God. Toch prijs ik me gelukkig dat zij nog in haar pyjama zit en besef tegelijkertijd dat ikzelf ook een neurotische mafkees ben. Me zwakzinnig druk maken over het feit dat ik om twee uur met Leo de Bie heb afgesproken, terwijl ik inderdaad net zo goed om half drie kan aankomen.

 

Op hét Weena stap ik bij haar in de auto. Ik had mazzel. Ze wilde dat ik duidelijk zichtbaar aan het begin van de busbaan zou staan. De busbaan was wel vernieuwd, van nieuw asfalt met markering voorzien, maar nog niet in gebruik genomen. Net als de halte. Dus ik had mijn fluorescerend oranje overgooiertje, dat nog resteert van mijn dwangarbeid bij de Roteb, niet hoeven aantrekken. Ze had me sowieso wel herkend. Er stond verder niemand op een bus te wachten en alle autoverkeer meed, als voorgeschreven, de busbaan.

   Als ze pal voor me is gestopt, opent ze niet direct de deur aan passagierszijde, maar draait eerst het raampje naar beneden.

   “Ik ga daar niet met je voor lul lopen, hoor. Trek dat ding uit, gebakje dat je der ben.”

   Ik doe het oranje hesje uit en gooi het in de prullenbak achter me.

 

“Hier,” zegt ze, als ik naast haar zit en duwt me een A4-tje in mijn handen. “Lezen en aangeven welke richting we op moeten. Tot het eind van het Weena weet ik de weg uit mijn hoofd.”

   “Ga na 2,1 kilometer schuin de Burgemeester Meineszplein op,” lees ik voor. Het ANWB heeft inderdaad wat moeite met lidwoorden. “Houd na 0,6 kilometer links aan op de Beukelsweg.” Ik ben het spoor nu al bijster. Ik heb geen idee wat links aanhouden in de praktijk betekent. Volgens mij zijn daar in mijn leven buschauffeurs voor uitgevonden. Buschauffeurs die het verschil tussen links aanhouden of links afslaan of links doorrijden kennen. In een bus zit ik om naar buiten te kijken. Op het Burgemeester Meineszplein stuur ik haar dan ook al een andere richting dan de voorgeschrevene op. Maar: ik heb een plan. We gaan de Mathenesserbrug over en dan direct naar beneden bij de Mathenesserdijk. Vervolgens rechtsaf Spangen in, dan zorgen dat we zo snel mogelijk weer rechtsaf slaan om op de Spangesekade te komen en na linksaf te hebben geslagen naar de Van Nelle Fabriek te rijden.

   “Helemaal niks heb ik aan je,” roept ze en maakt de derde half opgerookte sigaret sinds het Weena uit, in de asbak tussen ons.

   Ik heb gezegd dat we hier rechtsaf moesten slaan. In de praktijk blijkt dit echter een woonerfachtige straat te zijn, die ons met vier keer afslaan in een hoek van negentig graden terug brengt op de weg waarop we al reden. Weet ik veel? Ik dacht dat we linea recta naar de Spangesekade reden, maar sinds de daar neergezette nieuwbouw is de verkeerssituatie kennelijk veranderd.

   “Jij wilde om veertien uur zevenentwintig bij de Van Nelle Fabriek zijn,” dien ik haar van repliek. “Dus deze korte Spangen-sightseeing-onderbreking was nodig. Anders zijn we te vroeg.” Altijd gezeik met dat mens. De postzegels zijn iets te ver naar links, rechts, onder of boven, of zelfs in twee richtingen foutief voorgeplakt op de donderdagse ansichtkaarten. Terrasstoelen en -tafels staan per definitie verkeerd gepositioneerd, want volgens haar mogen die helemaal tot aan het eind van de ronding van de grote, grens afbakenende metalen punaises in het trottoir, waar ik de breedste doorsnede van de punaise als het uiterste beschouw. Als ik haar in het weekend 's nachts help met glazen ophalen, door de drukte een paniekaanval krijg en besluit naar huis te gaan, had ik maar meer – 'dat heb ik nou al zo vaak tegen je gezegd' – glutamine moeten slikken. Koleertig. Dat wijf met haar Dokter Vogel-fetisj. Gaat nog aan de voedingssupplementen als het amputeren van haar kop de enige kans op overleven is. En als ik zonder kleerscheuren of welke averij dan ook een ontsnapt tbs'er de deur uit heb weten te krijgen, had ie achteraf eigenlijk best nog voor wat meer omzet kunnen zorgen.

 

Zonder omhaal weten we te parkeren op het grote terrein achter de Van Nelle Fabriek. Leo de Bie staat ons op te wachten bij de ingang. Hij heeft een stapel entreekaarten in zijn hand. Het wachten is nog op Frank Taal zelve. Maar niet lang. Al snel zien we hem in de verte komen aanlopen. In gezelschap van zijn zoon en zijn ex-vriendin. Dan komt ook een andere ex-vriendin aan op de fiets.

   Ik tel even en schat het aantal niet-exen iets lager in dan het aantal exen. Zelf ben ik ook een ex. Ex-buurman. Ik woonde eerst een maand met hem samen op zijn zolderkamer en werd later zijn buurman op dezelfde zolder in Huize De Zoete Inval.

   De inval was er dermate zoet dat Frank eens mijn kamer binnenliep met het uitspreken van de woorden 'stoor je vooral niet aan mij' en in mijn stapel cd's begon te zoeken, terwijl ik heel even gehumeurd opkeek en vervolgens verder ging met trachten een of ander gebakje voor één nacht op zowel zijn hondjes als haar wenken te bedienen. Achteraf heb ik er nog steeds spijt van dat ik destijds niet de tegenwoordigheid van geest had te antwoorden: 'Welnee, sorry dat we even afgeleid zijn door malkanders geslachtsdelen. Maar zoek rustig een muziekje van je gading uit.'

   Anderhalve minuut later hoorde ik All apologies van Nirvana uit zijn kamer schallen. Viel me nog mee dat hij de cd niet bij mij in de speler had geduwd. Een orgasme wist ik in ieder geval niet meer te krijgen. Maar dat kwam vooral doordat ik hem na All apologies in de keuken bezig hoorde. Hij was weer eens in mijn kastje aan het rommelen. Volgens mij moest hij weer een grote mok hebben om zijn koffie in te schenken. En de enige grote mok aanwezig was mijn Feyenoord-mok. De mok met de grote F op de zijkant. Hij had de week tevoren nog een koortslip gehad. Nou heb en had ik ook toen geen smetvrees, maar mooi dat ik het niet pikte dat hij de mok van de grote club met de grote F zou ontheiligen. Dus trok ik mijn geslachtsdeel nogal bruusk terug uit dat van het gebakje voor één nacht en stiefelde naar mijn kamerdeur. Door mijn plotsklapse actie meende háár geslachtsdeel me als een soort protest nog wat kutbabbels te moeten toevoegen, geluiden die tegenwoordig met het wat meer politiek correcte 'vaginamonologen' worden aangeduid, maar die ik hoe dan ook mompelend met een welgemeend 'cut the crap' beantwoordde. Ik had belangrijker zaken te verrichten; ik moest mijn mok veilig stellen.

   In de keuken kon ik de beker nog net uit Franks handen trekken. Hij stond al klaar om er koffie in te schenken. Dit was het moment waarop ik al een aantal weken had gewacht. Ik liep terug mijn kamer in en ging naar een losstaande doos. Ik zag dat het gebakje voor één nacht nog steeds op haar knieën met haar kont in de lucht op mijn bed zat. Ze had haar vaginamonologen gestaakt, hoorde ik gelukkig. Als ze nog even zo bleef zitten, kon ik na deze korte onderbreking zo weer met haar verder gaan.

   Ik hoefde niet te zoeken in de doos, wist precies waar de in toiletpapier gewikkelde mok die ik voor Frank had gekocht zich bevond. Ik haalde het papier ervan omheen, liep terug naar de keuken en duwde hem het drinkgerei in zijn handen. Het was net zo'n beker als de mijne. Maar waar zich op mijne in de rood-witte cirkel een grote F bevond, stond bij hem een hoofdletter H. In het ronde zwarte kader eromheen stond in plaats van 'Feyenoord' 'Herpes' en waar in mijn geval 'Rotterdam' stond, was in zijn geval 'Koortslip' gegraveerd.

   Dat zou hem leren van mijn spullen af te blijven in plaats van achteraf excuses aan te bieden.

 

 

Nota bene: de schrijver heeft weer eens ongegeneerd bestaande personen en fictie door elkaar gehusseld. Dit is het eerste deel van een langer verhaal.

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel