'The Rotterdam Blast'

30-1-2018 14:45

Door Gastauteur

Manuel Kneepkens over Rotterdam-Tribunalenstad & de vergeten strijd tegen kernwapens annex kruisraketten

In het Rotterdam van na de Tweede Wereldoorlog heeft een viertal spraakmakende tribunalen plaatsgevonden. Dat waren alle vier zogenaamde Tribunalen d’ópinion. Wat de procedure betreft sloten zij aan bij de prestigieuze Tribunalen van Neurenberg en Tokio. Maar anders dan die tribunalen, hadden ze geen juridische consequenties. Zij werden immers gesticht door collectieven van (vooraanstaande)  personen en niet door de VN. Zij ‘produceerden’ morele uitspraken.

De ‘moeder’ van dit soort Tribunalen is natuurlijk het Vietnamtribunaal, gehouden in Roskilde (Denemarken) in 1967, opgezet door Lord Russell, met medewerking van onder meer Jean Paul Sartre. Sindsdien heet dit soort tribunalen ook wel Russelltribunalen. Het Tribunaal van Roskilde beoordeelde (en veroordeelde) het optreden van de VS in de Vietnamoorlog.

Het Boekentribunaal

In 1949 vond in Rotterdam ter gelegenheid van de toenmalige Boekenweek het Boekentribunaal plaats, een literair pseudo-proces waarin niemand minder dan Anna Blaman, de bekendste Nederlandse schrijfster van dat moment, de gedaagde was. Het proces, opgezet door een aantal collega’s van haar, werd destijds uitgezonden op de radio door de VARA en vond plaats in het Rotterdamse Beursgebouw. Het is de geschiedenis ingegaan als een ongekend schandaal in de Nederlandse Letteren. Vooral de aanklager, Albert Helman, speelde een dubieuze rol. Anna Blaman, bij het verschijnen van Eenzaam avontuur een jaar daarvoor, al niet zuinig onder vuur genomen door recensenten van katholieke en gereformeerde zijde, voelde zich zeer geraakt door de welhaast nog onfatsoenlijker behandeling, die haar van de kant van uitgerekend haar collega’s, ten deel viel. Het werd gaandeweg ‘het Tribunaal’ genoemd, immers, steeds duidelijker werd dat niet het schrijverschap van Anna Blaman aan de orde was, maar haar lesbische geaardheid.

In 2006 is een reconstructie van dit wonderlijk proces opgevoerd in het Arminiusgebouw, op grond van een terug gevonden typoscript van het Boekentribunaal van 1949, onder regie van Fred van der Hilst, in een bewerking van Hans Sibarani. De rollen in het stuk werden vervuld door een aantal ‘Bekende Rotterdammers’, waaronder de toenmalige burgemeester Ivo Opstelten. Mij was de eer toegevallen de President van de Rechtbank te spelen. Was ik voor eenmaal tóch nog geworden, wat ik altijd gemeden heb als de pest: lid van de rechterlijke macht te zijn. Zij het, gelukkig, fake. Verder moeten hier genoemd het Indianentribunaal (november1980) en Het Watertribunaal – over de vervuiling van de Rijn (oktober1983).

Dan... Het Tribunaal voor de Vrede

Het Tribunaal waarbij ik zelf intensief bij betrokken was, was het Tribunaal voor de Vrede (inzake de plaatsing van kruisraketten). Inmiddels was namelijk het jaar 1984 (!) aangebroken. In Nederland laaide het Kruisrakettendebat op. Het viel mij op dat alles en iedereen over deze kwestie een mening had, behalve… mijn eigen beroepsgroep: de Juristen. Maar was er dan geen Tribunaal van Neurenberg geweest? Geen Tribunaal van Tokio? Bestond er dan niet een Genocideverdrag? Geen Conventie van Géneve? Silent leges inter arma?  Zwijgt het recht als de wapens spreken? Ik schreef toen twee artikelen op de Opinie-pagina van de Volkskrant over deze kwestie 'Plaatsing kruisraketten aanzet tot Genocide' en 'Kruistaketten in strijd met het Volkenrecht'. Ik kreeg respons van een tweetal comité’s in oprichting. Het ene comité, waarmee ik in contact kwam, wilde een Russell-tribunaal houden inzake de kruisrakettenkwestie en wel in Rotterdam – want dat was de Stad van Erasmus. Dulce bellum in expertis – zoet is de oorlog voor wie hem niet kennen.…en de gebombardeerde stad! Dat sprak mij aan. Het andere comité wilde een juridisch verbod op de plaatsing van kernwapens verkrijgen bij de (civiele)rechter door middel van een onrechtmatige daadsactie. Ook dat comité nodigde mij uit voor een gesprek. Ik had moeite met dat laatste plan, want ik vreesde dat er niet op tijd, dat wil zeggen vóór de behandeling van de kwestie in de Tweede Kamer in november 1985, een uitspraak van de rechter zou zijn. De molens van het recht malen nu eenmaal langzaam… Iets waarin ik, helaas, gelijk zou krijgen. Daarover later.

Ik besloot mijn energie in te zetten voor het Rotterdamse initiatief. Mede ook omdat Meindert Stelling beloofde zich volop voor dat initiatief in te zetten naast zijn inzet voor het andere comité. Dat was voor mij erg belangrijk. Want hij had veruit de meeste kennis van de mensen in beide comité’s inzake het oorlogsrecht. Luchtmachtkapitein Meindert Stelling had korte tijd gevlogen en was daarna beleidsmedewerker op Defensie geworden. Toen de maatschappelijke discussie over kernwapens oplaaide, raakte hij daarbij betrokken. Vanuit zijn protestants-kerkelijke achtergrond legde hij de nadruk op ethische vraagstukken. Toen Meindert bemerkte dat zijn collegae op Defensie daar niet gevoelig voor waren, wees hij erop dat de van huis uit christelijke ethiek van de rechtvaardige oorlog in elk geval had geleid tot verdragen inzake het humanitair oorlogsrecht. Verdragen, die beperkingen oplegden aan het militair geweld, waarvan onder geen enkele omstandigheid mocht worden afgeweken. Uit het humanitair oorlogsrecht trok Meindert de consequentie, dat iedere militair rechtens verplicht is om te weigeren mee te werken aan de inzet van kernwapens. Zoals Saulus ooit Paulus werd, zo werd de beroepsmilitair Meindert Stelling de militante atoompacifist Meindert Stelling.

Het Tribunaal van de Vrede begon uiteindelijk op donderdag 19 september 1985 in de Laurenskerk.

Is de plaatsing van kernwapens (kruisraketten) in strijd met de regels van het internationaal volkenrecht, dat de burgerbevolking geen doelwit mag zijn van een militaire aanval?

Deze en nog veel meer volkenrechtelijke vragen kwamen dus aan de orde in ons Tribunaal, gevormd door onafhankelijke, vooraanstaande rechtsgeleerden. Het beoogde een objectieve toetsing van het kernwapenbeleid aan onder meer het Nederlandse recht,  met name de Grondwet en het Volkenrecht.

Uitdrukkelijk werd het rechtsbeginsel Audi et alteram partem  - ‘hoor ook de andere kant’ - toegepast. Zowel de critici als de verdedigers van het kernwapenbeleid (waaronder de oud-secretaris van de NAVO Joseph Luns) werden gehoord. Het streven was dus om het Tribunaal een uitspraak te laten doen met het oog op de peildatum van 1 november 1985, waarop het Nederlandse kabinetsbesluit tot het al dan niet plaatsen van 48 kruisraketten in Woensdrecht zou plaatsvinden.

Uniek aan het Rotterdamse Tribunaal was dus de nog niet eerder uitgevoerde toetsing van het gebruik van atoomwapen aan het volkenrecht.

Te noemen valt onder andere het Landoorlogreglement uit 1907, het Genocide verdrag (ter voorkoming van volkenmoord) van 1948, de Conventies van Genève én de Beginselen van de Tribunalen van Neurenberg en Tokio, waar respectievelijk de Duitse en Japanse regering en hun trawanten werden veroordeeld voor hun misdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan deze Beginselen wordt iedereen - dus niet alleen regeringsleiders en militairen - geacht zich te houden. Zo luidt een van de uitspraken van Neurenberg dat iedere burger de plicht heeft te voorkomen dat er misdrijven tegen de vrede. worden gepleegd. Te vrezen valt dat deze verregaande burgerplicht ook heden nog de meeste burgers van Nederland onbekend is. Het Tribunaal had twee doelstellingen:

A. Het objectief toetsen van het kernwapenbeleid, in samenhang met de militaire strategie, die op inzet van deze wapens is gebaseerd, aan het Nederlands, Belgisch recht en het Volkenrecht

B. Het objectief  bijdragen aan de meningsvorming over deze zaak bij het publiek, het parlement en de regering. Voor deze taak stonden acht rechtsgeleerden van naam onderleiding van. prof. Jacqueline Soetenhorst- Savornin Lohman.

De toenmalige Burgemeester van Rotterdam, Bram Peper, verrichtte de opening. ‘Voor elke man, voor elke vrouw voor elk kind,’ zo zei hij in zijn openingswoord, ‘hebben wij een dodelijke voorraad van vier ton TNT – een vrachtwagen vol voor een gezin van vijf personen. Niemand kán meer volhouden dat een dergelijke wapenvoorraad nog iets te maken heeft met de bescherming van onze levens en onze eigendommen.’

Het Tribunaal begon met de verklaring van getuige Jozef Luns, toen net secretaris generaal van de NAVO af. Zijn komst naar het Tribunaal leverde de nodige publiciteit op. De plaatsing is nodig om de geloofwaardigheid van de Navo te blijven verzekeren, aldus Luns. Hij legde een link tussen de vredesbeweging en de Sovjet Unie en schilderde de VS als beter af dan de Sovjet Unie: de Amerikanen richten uitsluitend op militaire doelen, terwijl de Russen zich op civiele doelen richten, wat oorlogsrechtelijk zwaar verboden is. Dit laatste werd bijgesteld door polemoloog Hylke Tromp, die er zijn verbazing over uitsprak, dat Luns niet scheen te weten, dat van die duizenden NAVO-doelen in de Sovjet Unie er slechts tweehonderd niet in civiel gebied lagen… Vervolgens kwamen er zaken als ‘besluitvorming in crisissituaties’ en ‘hoe Nederland er na een atoomaanval voor zou staan’ aan de orde. Ook waren er een tweetal getuigen die de atoomaanval op Hiroshima hadden meegemaakt. Renée Schäfer als Nederlands krijgsgevangene aldaar en de Japanner Yosihihiro Tsutsui. Deze huppelde als vierjarige jongetje op een wandeling met zijn familie wat voor de ander uit. En bevond zich vlak voor de Bank van Japan, een van de weinige stenen gebouwen in Hiroshima, toen de bom viel. Zijn familie achter hem werd weggevaagd, maar Tsutsui had enige bescherming van het bankgebouw. Hij overleefde de atoomaanval daardoor, maar zat wel vol littekens van zijn talloze medische operaties, want de gevel van de bank was over hem heen gevallen. Hij werd vergezeld door twee monniken van de Crusui-sekte. Een Boeddhistische sekte, consequent geweldloos, waarvan hij lid was. Die monniken waren in goudgele gewaden gekleed. Ik nam ze mee naar de tentoonstelling Fenomena, die toen juist gehouden werd in het Park onder de Euromast. Daar werden de monniken door de Rotterdamse jeugd aangesproken met: ‘Hé, Bagwhan!’ Daar gingen ze opmerkelijk serieus op in. Na een tijdje begreep ik dat ze net als ooit vér voor hen Willibrordus de Lage Landen als … een bekeringsgebied beschouwden. Nederland een heidens land. Helemaal onzinnig is die visie natuurlijk niet. Enfin… De polemoloog Hylke Tromp wees er verder op dat er van de beheersbaarheid van kernwapens in de praktijk weinig terecht zou komen. In de praktijk immers zou er niets terecht gaan komen van de procedures, die men had opgesteld. Er was veel te weinig tijd om iedere Navo-partner te consulteren. Het kwam er uiteindelijk op neer, dat de VS besliste.

De juridische beoordeling van de militaire situatie werd door Meindert Stelling verwoord. Daarbij werd aangehaakt bij de conclusie van de Verenigde Naties inzake kernwapens: dat de mensheid voor de keuze stond òf overgaan tot ontwapening óf de vernietiging onder ogen zien. De conclusie was dat kernwapens strijdig waren met de Grondwet, omdat de taakopdracht daarin van de krijgsmacht is: bescherming van de samenleving (en dus niet de vernietiging daarvan…). Maar ook omdat de kernbewapening onverenigbaar is met het verbod op genocide, aangezien dat verbod niet alleen daadwerkelijke genocide strafbaar stelt, maar ook voorbereiding tot.  Bovendien waren kernwapens onverenigbaar met humanitair oorlogsrecht, dat bij het gebruik van kernwapens zonder meer zou worden geschonden. Kernbewapening moest volgens Stelling worden aangemerkt als het treffen van voorbereidingen tot genocide en oorlogsmisdaden. In juridische termen: als samenspanning tot genocide en misdaden tot de vrede.

Zelf wees ik het Tribunaal op het Verdrag van Tlatelolco, dat een kernwapenvrije zone instelde in Zuid-Amerika. Nederland had dat verdrag toentertijd ondertekend namens Suriname en de Nederlandse Antillen. Ik wees op de ongerijmdheid  dat het Koninkrijk der Nederland op het ene deel van zijn grondgebied zich tegen kernwapens had verklaard om vervolgens  op het andere deel van zijn grondgebied kernwapens te willen stationeren. Ik had mijn twee oudste kinderen mee genomen. Esther (9) en Sander (6)en bovendien Claartje (6) de dochter van Stijn Hogenhuis, mijn collega-docent aan de Erasmusuniversiteit. Ik vertelde dat ik die kinderen bij mij had om te benadrukken dat ik hier niet alléén stond voor mijn eigen generatie, maar vooral óók voor de volgende. Mijn opmerking over Claartje, na de introductie van Esther en Sander als mijn kinderen: ‘En dit is Claartje, die is niet van mij… Maar daar sta ik hier ook voor.’ verwekte enige hilariteit.

De voorzitter van het ICTO (Comité voor Tweezijdige Ontwapening) Janssen van Raay, zei de mening van de Paus te delen: massavernietigingswapens zijn immoreel, maar …aanvaardbaar, zolang zij de vrede dienen. Wat voor criteria je moet gebruiken om vast te stellen of een wapen de vrede dient of niet, kon de ICTO-voorzitter ons niet vertellen. De voorzitter van het IKV (Interkerkelijk Vredesberaad) Van Putten ergerde zich aan de wijze waarop de regering Lubbers het besluit door het parlement wilde jagen. Liefst voor de verkiezingen, zodat een nieuw kabinet voor een voldongen feit werd gesteld. Van Putten zei hierover: ‘De NAVO is opgericht om de democratie te beschermen. Nu wordt de democratie uitgehold om de NAVO te beschermen…’ Dat het Nederlandse leger zich niet al te druk maakte over de gevolgen van een kernaanval, bleek wel uit het relaas van de vertegenwoordiger van de VVDM – de vereniging van dienstplichtigen - die een tip voorlas uit het Handboek Soldaat: ‘Laat je vallen vlug en plat, dan heeft de A-bom de minste vat!’

Aan het einde van de zaterdagmiddag trok het college zich terug voor de laatste beraadslagingen en maakt daarna de uiteindelijke uitspraak bekend. De meest harde uitspraak was die over kernwapens in verband met de Grondwet: de plaatsing van kernwapens in Nederland is in strijd met de Grondwet, indien  Nederland niet de macht bezit de inzet van deze kernwapens te blokkeren. Een verdrag dat een dergelijke plaatsing moet regelen, behoeft de goedkeuring van een tweederde meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer.

Deze uitspraak werd gevolgd door een luid applaus in de Laurenskerk.

De uitspraak van het College van het Tribunaal voor de Vrede kreeg veel aandacht in de media. Vooral de uitspraak dat het komende Kruisvluchtwapen-verdrag een tweederde meerderheid in beide Kamers behoefde. Zo’n royale meerderheid was immers niet voor handen... Vervolgens richtten Meindert en ik samen met Jan Willem Nieuwenhuizen, toen secretaris van de Remonstrantse Broederschap, de Nederlandse Vereniging van Juristen voor de Vrede op. Daarnaast bleef de stichting ‘ Tribunaal van de Vrede’. bestaan. De stichting steunde anti-kernwapen-activisten en ook twee civiele procedures tegen de staat. Ook geeft de stichting vier keer per jaar het blad ‘Procesnieuws’ uit.

In1993 publiceerde ik Het Bombardement van Rotterdam en de Normen (uitgave Ad. Donker, Rotterdam ), product van mijn inmiddels opgedane kennis van het humanitair oorlogsrecht.

En, zult u nu vragen, hoe is het dat andere (anti-)kruisraketten- initiatief vergaan, de rechtsgang bij de rechter? Helaas nog erger dan ik al voorspeld had. Na een vonnis  bij de rechtbank , en vervolgens een arrest bij het Gerechtshof, bereikte het initiatief de Hoge Raad. In 1989 (!) beweerde de Hoge Raad dat Geheime NAVO-procedures zouden waarborgen dat door de inzet van kruisraketten het internationale recht niet zou worden geschonden en dat dus …de kruisraketten mochten worden geplaatst. Een curieuze beslissing. Niemand kende immers die procedures, ook de Hoge Raad niet.

Het Tribunaal van de Vrede en de Vereniging Juristen voor de Vrede namen geen genoegen met dit arrest. Zij startten in 1992 een nieuwe procedure tegen de Staat, ditmaal gericht tegen praktisch iedere medewerking aan gebruik en plaatsing van kernwapens. De nieuwe procedure leidde tot een zo mogelijk nog erger arrest van de Hoge Raad dan het vorige. Dit arrest - het Kernwapen-arrest (ECLI: NL: HR : 2001: ZC3693 ) - heeft Meindert misdadig genoemd, omdat dit arrest stelt dat het onder bepaalde omstandigheden geoorloofd kan zijn de burgerbevolking te bombarderen. Dit mag nu juist nooit. Het verrichten van oorlogshandelingen jegens de burgerbevolking  is absoluut verboden (ius cogens). Tegen dit arrest heeft Meindert Stelling als advocaat vurig stelling genomen. Nomen omen est. Volgens de deken van de Haagse advocaten beledigend voor de rechtelijke macht. Hoe haal je het in je hoofd een arrest van de Hoge Raad der Nederlanden misdadig te noemen …’ De heren waren geschokt. Maar ja, Meindert spreekt nu eenmaal niet met meel in de mond

Inmiddels heeft het Hof van Discipline in hoger beroep Meindert Stelling hierom van het tableau van advocaten voor het leven geschrapt.

Een Beroepsverbod!

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het in het ‘Tribunaal Meindert Stelling’ toegegaan is zoals in het Tribunaal Anna Blaman. Niet het werk van Meindert - zijn  uiteenzettingen inzake het  oorlogsrecht -  zijn onderhavig aan kritiek geweest, maar zijn persoon.

Een lichtpuntje in dit alles.

Zojuist kreeg ik postkaart in de bus met een tekening van Len Munnik. Proficiat met uw strijd tegen de kernwapens. U hebt de Nobelprijs voor de Vrede gewonnen! Hoezo? Wel de Nobelprijs voor de Vrede is dit jaar (2017) toegekend aan ICAN (International Campaign to Abolish Nuclear Weapons). Jarenlang voerde ICAN actie voor een verbod op kermwapens. In juli dit jaar was het zover. 122 landen stemden in VN-verband voor een verdrag dat nucleaire wapens verbiedt. De landen beloofden dat zij geen kernwapens zullen ontwikkelen, bezitten of er mee zullen dreigen. Ze mogen ook andere landen niet helpen dat te doen. Zodra vijftig landen hebben geratificeerd treedt het verdrag in werking. (Let wel het verdrag is tot heden niet getekend door grote kernmachten als VS , Rusland, Frankrijk en Groot-Britannië. Ook VS-bondgenoot Nederland heeft dat niet gedaan…) ICAN bestaat uit 460 partner-organisaties wereldwijd , waaronder in Nederland… het Tribunaal voor de Vrede….en PAX. Met name PAX heeft een belangrijke rol gespeeld binnen het ICAN met het rapport ‘The Rotterdam blast’. Daarin worden nauwkeurig de gevolgen in kaart gebracht van de ontploffing van een kernbom van 12 kiloton (ongeveer de zwaarte van de bom die in 1945 Hiroshima verwoestte) in de haven van Rotterdam… van de duizenden doden die vallen in de eerste seconden en de chaos die ontstaat op snelwegen als de E25, E19, A15, en A29, doordat automobilisten verblind raken en er niets dan verkeersongelukken zullen gebeuren. En niet te vergeten, de onbewoonbaarheid van de stad, nog vele jaren later.

Tenslotte wil ik hier een stelling poneren. Zou het niet zinvol zijn als er een permanent ‘Tribunal d’opinion’ zou worden opgericht? Een college van hoogwaardige juristen, filosofen en anderen, waar zaken aan de orde kunnen worden gesteld die dringend een (moreel) oordeel behoeven en die elders niét of niét genoeg aan de orde (kunnen) komen?.

En het mooist zou natuurlijk zijn als dat Tribunaal gevestigd zou worden in  Rotterdam - de Stad van Erasmus! De gebombardeerde stad. De stad van The Rotterdam Blast.

Afbeelding / Wikipedia

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel