Stadslog's stemwijzer

18-2-2014 10:24

Door Stadslog Rotterdam

5 Q en A's aangaande de Rotterdamse gemeentepolitiek, die u hopelijk wijzer maken over 'het spel' vóór, óp en ná 19 maart

 

WAAROM KENNEN WEINIG ROTTERDAMMERS DE NAAM VAN EEN RAADSLID?

 

Raadsleden zijn geen hartstochtelijke volksvertegenwoordigers, maar kleurloze partijbeambten

 

Raadsleden zitten redelijk massief opgesloten in het ‘politieke bedrijf’ en dat bedrijf bevindt zich op de Coolsingel  40. Ze zijn vaak al blij als ze tijdig de relevante stukken hebben gelezen om vervolgens met fractiegenoten een gecoördineerd standpunt te kunnen innemen. Het houden van spreekbeurten, het ventileren van een visie op de stad en het veelvuldig ‘contact leggen’ met wat er leeft onder de bevolking, schiet er in deze deeltijdfunctie – laten we het mild formuleren – nogal eens bij in. Raadsleden zijn dus eerder kleurloze, met tijd woekerende en uiterst gehoorzame partijbeambten, dan geïnspireerde-mensen-die-het-volk-vertegenwoordigen. Vandaar dat er in het Rotterdamse geen raadslid in zicht is, die bij benadering een statuur of présence heeft die in de verste verte kan tippen aan die van, bijvoorbeeld, Pim Fortuyn.

 

MAAKT DE VERKIEZINGSUITSLAG ÉCHT WAT UIT?

 

Weinig, want de gemeenteraad wil slechts invloed op, pakweg, één-veertigste van de totale begroting

 

De begroting van de gemeente Rotterdam bedraagt jaarlijks zo'n 3,8 miljard euro. Voor het overgrote deel staat van tevoren (wettelijk) vast, waar die 3,8 miljard aan besteed gaat worden. De gemeenteraad heeft invloed op, pakweg, 40 procent van de totale begroting. Dat lijkt een behoorlijke som geld, maar schijn bedriegt. Als je de verkiezingsprogramma’s analyseert, dan kom je niet verder dan verschillen van 50 tot 150 miljoen: extra subsidietje hier, kortinkje daar, maar vooral retoriek zonder al te veel financiële  consequenties. Niet de politici, maar de ambtenaren zijn dus grotendeels 'eigenaar’ van die 40 procent op de totale begroting van 3,8 miljard. U koopt dus – helaas - vooral symboolpolitiek op 19 maart. We stemmen voor een bestuurlijk orgaan dat, grofweg, 4% van het totale budget wil beïnvloeden. In het bedrijfsleven staat zo'n percentage op de begroting doorgaans bij de post 'onvoorzien' of 'overig'. Wie dit gegeven tot zich door laat dringen, moet misschien wel concluderen dat Rotterdam niet zozeer een bruisende democratie is, maar eerder een strak geleid ‘concern’ waarvan de koers in hoge mate vastligt. De paar zeteltjes meer voor partij X of Y zijn vanuit het perspectief van dat concern, nogmaals, niet meer dan ‘peanuts’.    

 

WIE MAAKT NOG EEN HOKJE ROOD VANWEGE DE LOKALE PRESTATIE VAN EEN PARTIJ?

 

Lokale prestaties van partijen spelen een marginale rol in de campagne

 

Onderzoeken wijzen uit dat de situatie in de landelijke politiek voor een overgrote meerderheid van de kiezers bepalend is voor het uitbrengen van hun stem. Zelfs al zou een groeiend aantal kiezers de landelijke politiek relativeren of actief negeren en op plaatselijke partijen gaan stemmen -  waar de peilingen ditmaal óók op wijzen – dan nog wordt er zelden een keuze gemaakt vanwege de daadwerkelijke ‘track record’ van een partij op lokaal niveau. In Rotterdam doet Leefbaar Rotterdam nog wel een poging achterom te kijken en bepaalde misstanden of fouten onder de aandacht te brengen, maar de landelijke partijen, de PvdA voorop, doen amper aan reflectie, geven hun landelijke verhaal een plaatselijk sausje en dat is het dan wel zo’n beetje. Er lijkt geen enkele intentie bij de gevestigde partijen aanwezig te zijn om hun lokaal gevoerde beleid te verantwoorden, verdedigen of aan te prijzen. Wethouder Florijn (PvdA) deed in dit stuk op Stadslog zelfs de opmerkelijke uitspraak dat visie vertragend werkt en dat zijn partij liever standpunten ‘uitprobeert’ op Facebook. Tot slot: probeer er, voor de gein, maar eens achter te komen wat bijvoorbeeld het verschil van inzicht is tussen de grote partijen als het om economisch beleid gaat. Knappe jongen, die daar een betekenisvol onderscheid weet te ontdekken!

 

IS DE ROTTERDAMSE POLITIEK EEN TALENTENVIJVER OF EEN AMATEURGEZELSCHAP?

 

Het is lang geleden dat een Rotterdamse politicus smoel toonde en op het landelijk podium één wenkbrauw omhoog heeft gekregen, dus 'talentenvijver' kunnen we tot nader order doorstrepen

 

De tijden dat Rotterdam spraakmakende politici voortbracht, lijkt definitief achter ons te liggen. Het niveau van het Rotterdamse debat is dorps geworden. We praten over een poptempeltje, ja of nee? Over een Dance Parade, doen of niet doen? Of over een Nieuwe Kuip, wel of niet akkoord? De obsessie van burgemeester Aboutaleb met het veiligheidsissue zorgt er, bovendien, nou niet bepaald voor dat er vruchtbare grond ontstaat voor liberale of experimentele avonturen. Nee, alles verloopt binnen de lijntjes (de slogan ‘Rotterdam dúrft’ lijkt inmiddels op een andere planeet bedacht): niemand heeft meer de status of de visie die het de moeite waard maakt om er tegenin te gaan. Om niet in mineur te eindigen: als nog altijd nuchtere werkstad is het misschien wel heel logisch dat er geen baanbrekende visies uit de Rotterdamse politiek tevoorschijn komen en mogen we ons, wie weet zelfs een beetje terecht, in slaap wiegen met de gedachte dat we ‘niet te veel praten’, maar gewoon ‘dingen voor elkaar krijgen’. De laatste unaniem als talent bestempelde, Rotterdamse politicus – Dominic Schrijer – faalde als wethouder, is keihard uit het college gesmeten en gaat nu over parkeervakken, groenstroken en fietspaden in Zwijndrecht. Dat zegt wel wat.   

 

WEL OF NIET STEMMEN?

 

Misschien is het tijd voor een gewetensonderzoek en luidt de conclusie dat je als Rotterdammer in je dagelijkse doen en laten méér voor de stad kunt betekenen dan via het stemhokje

 

In de zogenaamde ‘participatiesamenleving’ lijkt het meer dan ooit een illusie om te denken dat je door te stemmen weer vier jaar rechtmatig achterover kunt leunen en de politiek de schuld kunt geven van verkeerde beslissingen en nog te begane staaltjes van mismanagement. Wij van Stadslog hechten meer waarde aan wat Rotterdammers in de tussenliggende periode in en voor de stad doen, dan welk hokje ze op 19 maart rood gaan maken. Neemt niet weg dat het prettig zou zijn als we van de vier grote steden niet wéér het laagste opkomstpercentage scoren en als politiek onverschillig de boeken ingaan. En dus zeggen wij, met het pistool op het hoofd: doe maar, stem maar, maar ga niet wachten op wat Coolsingel 40 beslist.   

 

Afbeelding / www.studenten.net

Rubriek Gastbijdrage

Stadslog Rotterdam

Bekijk profiel