Rotterdam: boordevol foute standbeelden van foute mannen

15-10-2017 10:20

Door Gastauteur

Witte de With (en de discussie daarover) is het topje van de ijsberg, gelet op het overzicht van 'Foute Mannen' in Rotterdam, opgetekend door ons aller Manuel Kneepkens

In Amsterdam heet het Pretoriaplein al sinds jaar en dag Steve Biko-plein. Maar bij ons op Rotterdam-Zuid is de Pretorialaan in de Afrikaanderwijk tot heden ‘ongeschonden’…De Fout Verleden -discussie inzake straatnamen en monumenten in de openbare ruimte heeft tot recent – Witte de With –instituut! - blijkbaar geen rol gespeeld in Rotterdam

Alhoewel… zo’n drie jaar geleden richtte iemand zich tot de gemeentelijke straatnamencommissie en eiste dat de Rotterdamse straat genoemd  naar ‘een louche wapenhandelaar’ van naam diende te veranderen. Die louche wapenhandelaar bleek Prins Bernhard te zijn en de straat de Prins Bernhardkade in Hillegersberg. Het voorstel wist de pers te halen Maar de straatnamencommissie gaf geen krimp. De schavuit van Oranje behield zijn straat.

Nu is er dan commotie om het Witte de With-instituut, dat zijn naam wil veranderen. En, inderdaad, er zit hèèl veel wit in die naam! Wat te doen? Ach, konden we het instituut maar omdopen in Piet Zwart-instituut, naar de fameuze ontwerper Piet Zwart (bekendste wapenfeit: de Bruynzeelkeuken)… dan was dat ‘witheids’probleem gelijkradicaal opgelost. Maar, helaas, Piet heeft al zijn eigen instituut in Rotterdam, het Piet Zwartinstitute aan de Karel Doormanhof. Dus dat kan niet.

Het bezwaar gold officieel dan ook niet het vele wit in de naam, maar de figuur van admiraal Witte de With…(!)

De strafexpeditie van vlootvoogd Witte de With naar de Molukken loog er immers niet om. De plaatselijke bevolking werd systematische uitgemoord om plaats te maken voor nóg meer specerijenplantages. Maar de Witte de Withstraat omdopen, waaraan het Witte de With-instituut ligt ? De straat, twintig jaar geleden nog een louche straat was met een criminaliteitsprobleem, is intussen immers succesvol omgeturnd is tot hippe uitgaanstraat en als zodanig, ook buiten Rotterdam, een begrip. Beter daaraan niet te tornen.

En wat trouwens te doen met de Admiraal de Ruyterweg en de Kortenaerstraat? De Ruyter en Kortenaer eveneens twee vlootvoogden met een forse vlek op hun blazoen á la Witte de With.

En hoe zit het met onze beelden? Op Erasmus, van ’t Hoff en de Reus van Rotterdam, daarop valt niks aan te merken. Maar hoe is dat met Piet Hein, Pincoffs, Tollens, Kabouter Buttplug...? Deze Santa Claus met dildo, is een fictieve Amerikaan. Die kunnen we hier dus overslaan.

Anders is het met Piet Hein gesteld. Hij won toentertijd de zilvervloot… zonder een schot te lossen! Enkel het noemen van zijn naam was genoeg om de Spanjolen van schrik overboord te doen springen. Onvoorstelbare wreedheid was immers de reputatie van deze zeeheld. Misschien moet er een bordje bij zijn beeld in Delfshaven met daarop de volgende tekst: Het is niet alles zilver, wat er blinkt…. Zakenman Pincoffs heeft een standbeeld op Zuid van de hand van Willem Verbon. En er is ook nog een straat en een hotel naar hem vernoemd. Pincoffs heeft als gezaghebbend raadslid in Rotterdam ongetwijfeld ook goede dingen gedaan. De eerste grote havenuitleg ontstond dankzij hem. Maar die goede dingen worden toch behoorlijk overschaduwd door zijn frauduleus handelen, waarvoor hij door de Hoge Raad bij verstek werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Bij verstek, want de onverlaat wist tijdig te vluchten naar de VS, waarmee wij toentertijd geen uitleveringsverdrag hadden. Ook hier kan een klein bordje met een opsomming van Pincoffs foute daden (en goede…) geen kwaad.

Hoort Tollens in dit rijtje thuis? Zijn standbeeld, één van de weinige standbeelden voor een dichter in Nederland, prijkt in Het Park (Het Park onder de Euromast, wel te verstaan).  De in zijn tijd immens populaire volkspoëet, aan wie wij onder andere. het lied ‘Wien neerlands bloed’’ danken, is door de spotlust van de Tachtigers met zijn werk zwaar verguisd geraakt. Maar dat Tollens een bombastische dichter is, maakt hem nog niet tot foute man.  Tollens was óók verfindustrieel. Daar zit de pijn. In zijn loodwitfabriek kwam menig arbeider door loodvergiftiging om . Want van een schoon milieu had in die dagen nog nooit iemand gehoord. In Het Park staat ook nog een buste van Baden Powell, de uitvinder van de Scouting, maar óók… van het concentratiekamp. (Tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika )…

En, o ja, op de hoek van de Veerkade en de Westerkade staat… een beeld van de Russische tsaar Peter de Grote. Het is speciaal voor Nederland gemaakt door de Russische beeldhouwer Leonid Baranow. In 1997, het Tsaar Peter de Grote Jaar, schonk de Russische regering het beeld aan Nederland als blijk van waardering voor de 300-jarige betrekking tussen beide landen.

Nu hoefde het alleen nog maar ergens in Nederland geplaatst te worden. De voor de hand liggende plaats: Zaanstad… Maar Zaanstad weigerde het beeld! Waarom? Was het om de overbekende, flauwe Zaanse grap “Peter de Grote heeft nooit de huur van zijn huisje betaald. ‘Eerst maar eens die som gelds over maken! Plus rente!"? Nee, Tsaar Peter hàd in Zaandam al een beeld! Ook Amsterdam, waar tsaar Peter eveneens een poos gewoond heeft, weigerde. Peter de Grote was namelijk politiek bezien verre van brandschoon.

En toen kwam de Nederlandse regering leuren met het beeld bij het B&W van Rotterdam….Toenmalig wethouder Kombrink jubelde. Een gratis beeld! Daar moesten we toch allemaal voor zijn! Hij betrok zwaar van gezicht, toen ik in de raadscommissie Kunst en Cultuur hem de vraag stelde of de wethouder een standbeeld voor een grootschalig moordenaar wel passend vond? Amsterdam had blijkbaar gevonden van niet. Zeker, Peter de Grote had in zijn tijd veel voor de modernisering van Rusland betekend, maar was anderzijds ‘de Stalin van zijn tijd’ geweest. Want ik had die Tsaar eens in De Winkler Prins opgezocht. (Wikipedia moest toen nog worden uitgevonden…). De aanleg van de stad Sint Petersburg, hét favoriete bouwproject van de ambitieuze Tsaar, kostte een miljoen (!) arbeiders het leven. Zò slecht waren de werkomstandigheden. De andere bouwprojecten van Peter de Grote leverden gezamenlijk nog eens een miljoen doden op. Mijn tweede vraag luidde wat die Tsaar Peter dan wel met Rotterdam had gehad… Was de man bijvoorbeeld  er ooit wel eens geweest…? Antwoord: vast wel! Die man was immers dol op schepen. Nou dan moet je bij ons in Rotterdam zijn! Nee, historisch onderzoek was daarnaar niet gedaan. Daar was geen tijd voor geweest. Ik zei, dat ik daar toch op stond. Zuchtend verdaagde de wethouder de vergadering om in de tussentijd een ambtenaar het stadsarchief in te jagen. En wat mijn eerste vraag betrof: de wethouder bezwoer mij dringend dat soort van kritiek te staken!  Daar kwam alleen maar gedonder van! Een diplomatieke rel met heetgebakerd Poetin-Rusland was immers zo geboren. En… wij zijn Calimero en zij de Grote Beer...! De ambtenaar bracht het de volgende vergadering haast triomfantelijk. Tsaar Peter was in 1717 tijdens dienst tweede bezoek aan Nederland ( het eerste was in 1697) inderdaad in Rotterdam geweest. Liefst vier dagen lang! Er hielp geen moedertje lief aan. Het beeld van Baranow moest en zou naar Rotterdam.

De Russen, die het inmiddels uiteraard uiterst vreemd waren gaan vinden dat hun geschenk niet geplaatst werd in Zaanstad of Amsterdam, was inmiddels voorgehouden, dat plaatsing in Rotterdam, de stad met de Grootse Haven Ter Wereld (toen nog wel!) juist extra eerbetoon betekende voor de Grootste Tsaar Aller Tijden. Ze slikten het. Een diplomatiek incident was voorkomen. Dankzij russofiel  Rotterdam. Sindsdien kijkt Tsaar Peter bij ons op de Westerkade uit over de Maas… alsof het de Newa is! En het beeld van Tsaar Peter heeft  onverwacht bewezen nog enige zin voor Rotterdam te hebben ook!  En wel voor de Rotterdamse homobeweging. Die kon dankzij het Tsaa Peter-beeld mediageniek protesteren tegen Poetins anti-homo wetgeving tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji… door het beeld roze te verven!

Achteraf bezien past het Tsaar Peter-beeld eigenlijk naadloos in de dubieuze traditie die Rotterdam er op nahoudt inzake zijn beelden. Die zijn er namelijk enkel voor … Mannen! Rotterdam is een Mannenstad.

In Rotterdam heeft namelijk geen enkele Rotterdamse een standbeeld. Zelfs de vermaarde Kaat Mossel niet. De gouden Flora op de Weena en De Maagd van Holland zijn symbolische vrouwenfiguren. Die tellen dus niet. En Anna Blaman dan? Van Anna Blaman staat er een standbeeld aan de Heemraadsingel…van haar motorfiets! 

En Fanny Blankers-Koen dan? Het beeld van Fanny is net zo’n soort geschenk aan de stad Rotterdam  - ditmaal van een of andere rijke zakenman – als het beeld van de Tsaar: an offer you can’t refuse. Zij is hier niet geboren noch heeft zij hier ooit gewoond.

En koningin Wilhelmina dan, waarvan een beeld van de hand van Charlotte van Palland staat bij Het Park? Wilhelmina was koningin der Nederlanden. Ze had niks specifieks Rotterdams. Haar beeld had bij wijze van spreken net zo goed in Alkmaar kunnen staan…

Wat de Mannen betreft, zijn het dus tot overmaat van ramp voor het merendeel ook nog eens de standbeelden van... Foute Mannen. Piet Hein, Pinckoffs , Tollens, Baden Powell, Tsaar Peter…

En hoe zit het dan met Pim Fortuyn...?

Aan het beeld van de laatste, een buste, kleeft zelfs een héél bijzondere fout!... Het mist… de onderbuik. Uitgerekend het menselijk lichaamsdeel waar Pim nogal eens een beroep op placht te doen.

Afbeelding / www.stadsarchief.rotterdam,nl/fortuyn-beeld

 

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel