De uitvaart (2)

11-12-2014 09:55

Door Gastauteur

Dichter en ex-politicus Manuel Kneepkens beschrijft Rotterdams' meest groteske begrafenis van de 21-ste eeuw. Deel 2.  

 

Naast premier Kok zat een persoon, die ik niet thuis kon brengen. Het moest wel een hoogst belangrijk iemand zijn, dat hij zitten mocht zomaar naast de premier op de eerste rij.

Maar wie, o wie…?

Het viel me op,dat hij ‘een typische rooms gezicht’ had. Kruising Beel / Romme, zo ongeveer.

 

De drie gekazuifelden, voorop de bisschop van Rotterdam, traden nu binnen onder luid, bij mij niets dan nostalgie oproepend Gregoriaans gezang van het kerkkoor.

De drie werden, voorafgegaan door een stoet van acolieten (jongensmisdienaars). Met als hoofdacoliet een volwassene met een draagkruis voorop. Men ging in optocht de lijkkist ophalen, die nu klaarblijkelijk aan de kerkpoort gearriveerd was. Dit alles ging met kwistig gebruik van de wijwaterkwast gepaard en fors heen en weer geslingerd van de wierookvaten.

Omdat de kerkpoort nu openstond was het volk opeens in al zijn rauwheid te horen. Pimmetje! Pimmetje! Maar ook Feyenoord ! Feijenoord!

Nog pijnlijker was de kreet Melkert Moordenaar! Melkert Moordenaar! Het Gregoriaans van het zangkoor kon er nauwelijks tegenop.

Plots zag ik de hoofd-acoliet zich terug haasten over het middenpad. Hij boog zich voorover naar de onbekende figuur naast premier Kok.

Rooms gefluister.

En de onbekende stond nu haastig op uit de kerkbank, passeerde Kok en ging mee met de hoofdacoliet. Plots begreep ik wie de man moest zijn. De vertegenwoordiger van het Nederlands episcopaat, uiteraard, ene vicaris Die-en-die! Waarom hij naar voren, naar de bisschop aan de kerkpoort werd geroepen, kon ik vanuit de zijbeuk niet zien. Maar het werd al spoedig duidelijk waarom.

Achter de kist van hun Baasje was Fortuyns  butler verschenen met de creaturen, die de overledene wel zijn intiemste familieleden placht te noemen, de Cavalier King Charles- spaniëls Kenneth en Carla. Ooit spottend ‘de kutlikkertjes’ genoemd, door …of all people CDA-man Balkenende!

De butler wenste namelijk de kerk direct achter de kist betreden, samen met de hondjes! Dieren bij de H. Mis! Dat kon natuurlijk helemaal niet. 

Daarom dus dat die witpafferige vicaris naar voren was geroepen! Voor overleg.

Vicaris Bleekneus zag naar de hondjes, zag het grauw buiten de kerk onbehoorlijk opdringen. Hoorde het dierlijk Feijenoord! Feijenoord! geschreeuw! En vergat prompt dat op een of ander Concilie in vroeger tijden voor eens en altijd was uitgemaakt dat dieren geen ziel hebben…en dus ook niets bij een eucharistieviering te zoeken!

De hondjes mochten naar binnen.

Had Pim Fortuyn toch nog een soort van omwenteling tot stand gebracht! Want waar Sint Franciscus nooit in was geslaagd, de erkenning door de Kerk van Broeder Dier, was dat dus ‘Sint Pim’ gelukt. Paradoxaler kon niet. Iemand, die door een dierenactivist  om zeep was gebracht, gaf uitgerekend op de dag van zijn begrafenis de dieren hun ziel terug.

Onnodig te melden dat noch mijn vrouw, dochter van de (gereformeerde)  dominee van Reitsum ( Fr.),  noch de PvdA- raadsleden rondom mij enige sjoege hadden van de grote theologische ommezwaai in de r-k kerk die zich daar voor hun ogen voltrok…

 

Butler Herman en de hondjes dus naar binnen. Behoorlijk zenuwachtig dribbelden de laatsten naar voren. Een van hen hief zowaar zijn poot tegen de voorste kerkbank…

Dat moet Kenneth geweest zijn. Een Dame (Carla) doet zoiets niet.

De dienst verliep van dan af aan zonder verdere incidenten. Bisschop van Luyn was een routinier, dat kon je zien. Mijn aandacht werd meer en meer getrokken door priester nummer twee.

Een witharige man met een Punchkop,  exact zoals op de omslag van dat stokoude, satirische Engelse tijdschrift, die me op een of andere manier bekend voorkwam. Ik keek het boekje, dat ons inzake de mis, was uitgereikt eens in. Pastoor Berger bleek hij te heten… en plots wist ik het. Het was Louis Berger, de eeuwige Leidse student.

Het witte haar, dat medio jaren zestig nog ravenzwart was geweest, toen Louis de Breestraat onveilig maakte met zijn gigantische motorfiets, had mij op een dwaalspoor gebracht. Maar het was hem wel degelijk. Eigenlijk was Louis niets veranderd. Wat dikker, dat wel. Maar nog met zelfde verneukhoofd. De niet af te poetsen grijnslach op zijn gelaat, waardoor het leek alsof hij je constant in de maling nam.

Louis was toen ik in de jaren zestig in Leiden rechten studeerde, de laatste student geweest, de laatste èchte student van het ouderwetse, authentieke Leidse type! Zo had Louis een oppasser in dienst. Iemand, die Louis’ schoenen kwam poetsen, zijn pak schuierde, etc., en die Louis ’s morgens kwam wekken, als hij naar college moest. Klop, klop! op de deur van de slaapkamer.

‘Meneer Berger, het is half negen. Uw college staatsrecht begint om tien uur. Ik heb uw blauwe pak uitgehangen. Uw ontbijt staat klaar. Wilt u opstaan? Of is het gisteravond laat geworden en wilt u liever nog wat rusten? In dat geval maak ik een glas warme punch klaar plus twee aspirines .Dat heeft altijd goed geholpen.’

Meestal riep Louis, dat hij wilde blijven liggen. Wie in de kille maatschappij zat er op zijn afstuderen te wachten? Niemand toch?

De oppasser bracht dan Louis de punch op zijn bed om vervolgens diens beide honden,  Rottweilers, puur ras, uit te laten in het Plantsoen. Vervolgens ging hij dan Louis’ motorfiets nog glanzender poetsen dan hij al was.

Kortom, Louis Berger was een atavisme. Oppasser, dat was voor ons, andere studenten, een beroep uit de Oude Doos, zoals iets als lantaarnopsteker of varkenshoeder. Iets uit de tijd van Kneppelhout en Paaltjens. Geheel misplaatst in de swingin’ jaren zestig.

Louis Berger is op een bepaald moment een compleet nieuw leven begonnen. Hij ging theologie studeren en werd zowaar tot priester gewijd. Klaarblijkelijk werd zijn openlijke non-celibataire, lees: homoseksuele levenswijze met de mantel van de liefde bedekt. Blij als ze klaarblijkelijk waren, daar in de r-k kerk, dat er überhaupt nog iemand  priester gewijd wilde worden.

Op het moment van de uitvaart was Louis Berger pastoor van de parochie Pastoor van Ars in Loosduinen. De enige parochie in het bisdom Rotterdam, die , naar verluidt die financieel winstgevend is. Want… ’s Zondags kwam er heel het katholieke deel van het Corps Diplomatique-  Louis valt goed in  de Hogere Haagse kringen -  ‘een misje pikken’. In Loosduinen raakt, week in, week uit, de collecteschaal dan ook meer dan goed gevuld.

 

Plots vielen mij de overeenkomsten tussen Berger en Fortuyn op

 

Uitbundige levensstijl. Dandyisme. Homoseksualiteit.  Rashonden. Butlers. Traditioneel katholiek. Leven op te grote voet.  De aristocraat uithangen, maar het niet zijn….het was er allemaal. Hoe was het mogelijk.

’s Avonds  heb ik pastoor Berger eens opge-google-d .en ja hoor, direct raak:

'In de laatste maanden van zijn leven leek Pim Fortuyn tot de rooms-katholieke kerk van zijn jeugd terug te keren. Hij trad meermalen in tv-programma’s op samen met de Haagse conservatief-roomse pastoor Louis Berger. Fortuyn placht Berger liefkozend zijn biechtvader te noemen.'

 

Ite missa est! . De mis naderde zijn einde. Galmend orgelspel. Nu moest Pim Fortuyn enkel nog begraven. Dat zou gebeuren, tijdelijk, in Driehuis-Westerfeld, in afwachting van het transport naar Italië, naar zijn uiteindelijke Laatste Rustplaats.in Provenzano, waar hij bij leven zijn tweede huis had.

Het provisorische graf in Driehuis-Westerefeld is in de buurt van het monument voor Multatuli aldaar .

Het is de roeping van de mens om mens te zijn staat op dat monument. Dat woord past eigenlijk goed bij een begraafplaats. Het houdt immers en soort van ‘laatste oordeel’ in over hen, die ons ontvallen zijn. Hebben zij tijdens hun leven een positieve bijdrage geleverd aan het project ‘voortschrijdende humaniteit’ of juist niet?

Dat vind ik wat het optreden van Pim Fortuyn betreft, nog steeds een lastig te beantwoorden vraag.

 

Ite, missa est! Kist en kraaien begaven zich nu richting uitgang. De hoofdacoliet en de kleine acolieten erachter aan, dan de priesters. Dan de butler met de hondjes. Dan de familie. Dan het publiek.

 

Deel 1 van 'De uitvaart' lees je hier

 

Afbeelding / nl.wikipedia.org

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel