Baantje of belofte?

24-3-2018 22:06

Door Gastauteur

Het zijn niet de inhoudelijke overeenkomsten of verschillen die doorslaggevend zijn bij coalitieonderhandelingen in Rotterdam, maar de persoonlijke verhoudingen en ambities, zo betoogt Jos Verveen van Stadsinitiatief Rotterdam.

De verkiezingen zijn geweest, het campagnegeweld is achter de rug en het schaken kan beginnen. Anders dan wat vaak wordt gedacht, zijn het niet de inhoudelijke overeenkomsten en verschillen die doorslaggevend voor het eindresultaat van de onderhandelingen zijn. Dat zijn de persoonlijke verhoudingen en ambities. Ook in het bedrijfsleven worden deals gesloten en verschillen overbrugd als de verhoudingen goed zijn. Effectieve onderhandelaars verdiepen zich in de belangen van de partners aan tafel. En die kennis gebruiken ze als de persoonlijke verhoudingen goed zijn en ze feitelijk niet zonder de ander kunnen. De officiële zakelijke belangen kunnen totaal anders zijn dan iemand haar of zijn persoonlijke belangen. Een algemeen directeur kan hechten aan een fusie of overname omdat zij of hij graag leiding wil geven aan het grootste concern in die sector, ook al is de deal zelf helemaal niet zo gunstig voor het bedrijf. De financieel directeur kan zijn spreadsheets misbruiken om zich fel tegen een bepaalde overname te keren omdat zij of hij weet dat er waarschijnlijk ook wordt afgesproken dat de financieel directeur van de over te nemen partij waarschijnlijk, als onderdeel van de deal, de nieuwe financieel directeur van het nieuwe concern wordt. Die laatste is dus voorstander. En met lokale politieke onderhandelingen is het niet anders, hoewel de kans op uitglijders groter is. Niet alleen omdat persoonlijke ambities en die van de partij elkaar in de weg kunnen gaan zitten tijdens de onderhandelingen, maar ook omdat gebrek aan ervaring met onderhandelingen bij lokale partijen parten kan gaan spelen.

Wat is de situatie?

Er ligt een uitslag. Leefbaar is de grootste met 11 zetels. Daarna volgen vijf partijen met ieder 5 zetels: VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Denk heeft 4 zetels. CDA, Nida en SP hebben ieder 2 zetels en CU/SGP, PvdD en 50plus ieder 1 zetel. Er zijn verschillende opties. Er kan een rechts college gevormd worden met Leefbaar, VVD, CDA en CU/SGP, aangevuld met D66 of GroenLinks. In totaal komt deze variant uit op 24 van de 45 zetels, nét iets minder krap dan de 23 zetels van de vorige coalitie. Er kan ook een brede coalitie worden gevormd met Leefbaar en VVD aan de rechterkant, PvdA en GroenLinks aan de linkerzijde en D66 in het midden. Die variant komt uit op 31 zetels, maar heeft als nadeel dat alle partijen behalve Leefbaar kwetsbaar zijn omdat deze coalitie feitelijk ook met één partij minder kan en dan op 26 zetels uitkomt. Ook is er een variant zonder Leefbaar mogelijk: VVD, CDA en CU/SGP op rechts, PvdA en GroenLinks op links, en D66 in het midden. Deze variant heeft met 23 zetels alleen wel een erg krappe meerderheid en bestaat ook nog eens uit 6 partijen hetgeen het extra kwetsbaar maakt. Maar onmogelijk is het niet. Waarom ik Nida, SP, 50plus, Denk en PVV niet meeneem in dit rijtje is vanwege hun omvang, gebrek aan (bestuurlijke) ervaring in Rotterdam of té uitgesproken kleur. De kans dat één van deze partijen aanschuift, acht ik daarom uiterst klein. Effectieve onderhandelaars kijken niet naar het korte termijn resultaat, maar naar de stabiliteit ervan. CDA en CU/SGP hebben zich in Rotterdam reeds bewezen als betrouwbare (onderhandelings)partners die hun afspraken nakomen. Dat moet bij die andere partijen nog maar blijken. Juist met een krappe meerderheid zullen ze dat avontuur niet aangaan.

Persoonlijke verhoudingen en belangen

Anders dan beelden suggereren, zijn de persoonlijke verhoudingen over het algemeen goed. Politici die al in de gemeenteraad zaten, hebben daarbij een voorsprong. Barbara Kathmann van de PvdA heeft het niet alleen in de debatten goed gedaan, maar staat bekend als een prettig persoon in de omgang en gepassioneerd politicus. Ze steekt haar mening niet onder stoelen of banken en dat kan heel prettig zijn omdat je weet wat je aan iemand hebt. Hetzelfde geldt voor Joost Eerdmans. Prettig in de omgang, je weet goed wat zijn stokpaardjes zijn, beeldvorming is belangrijk voor hem en voor uitwerking van deals moet je bij Maarten Struijvenberg zijn, de huidige wethouder van Werk en Inkomen. Maarten kan nogal stug zijn, maar fijn is dat je wel weet wat je aan hem hebt. En afspraak is afspraak. Ook hier onderhandelingstechnisch geen enkel probleem dus. CDA en CU/SGP zijn ook prettige onderhandelingspartners. Die hebben hun stokpaardjes, voor CDA zijn dat sport en gezinnen, en voor CU/SGP armoede. De lijsttrekker van CDA, Sven de Langen, nam het stokje over van wethouder Hugo de Jonge die door Den Haag werd geroepen en heeft als fractievoorzitter en wethouder, ondanks zijn jonge leeftijd, de nodige bestuurlijke ervaring. Ook CU/SGP heeft zich als een stabiele factor gepresenteerd in het Rotterdamse stadsbestuur. Na het overlopen van een raadslid van Leefbaar naar Nida in 2017 gaven zij gedoogsteun aan de coalitie in ruil voor een extra investering in armoede. Weliswaar is fractievoorzitter Setkin Sies opgevolgd door Tjalling Vonk als lijsttrekker, maar ook hij heeft zich in korte tijd gepresteerd als een prettig en betrouwbaar persoon die vooral denkt in belang van de stad en niet in eigen belang. De lijstrekker van de VVD, Vincent Karremans, is nieuw. Maar zijn partij heeft behoorlijk wat bestuurlijke ervaring in Rotterdam en in zijn nieuwe fractie zit Jan Willem Verheij die al enige tijd in de gemeenteraad zit. Bovendien heeft VVD een goede inhoudelijke campagne gevoerd en niet meegedaan aan het uitsluiten over en weer. Daar verdien je punten mee. Hij is amicaal in de omgang en oogt pragmatisch.

'Ik wil wethouder worden'

Niet voor niets heb ik GroenLinks en D66 bewaart voor het laatst, want die partijen zijn het meest kwetsbaar, D66 nog nét iets meer dan GroenLinks. Judith Bokhove, fractievoorzitter van GroenLinks heeft ruime ervaring in de gemeenteraad van Rotterdam. Eerst als nummer 2 achter het eveneens ervaren raadslid Arno Bonte en daarna als fractievoorzitter met Arno Bonte als secondant achter haar. Daar is dus sprake van stabiliteit. Aan de andere kant heeft GroenLinks echter weer geen recente bestuurlijke ervaring in Rotterdam. De fractie van D66 is volledig ververst. Dat kan een verrijking zijn, maar maakt het ook kwetsbaar voor onderhandelingspartners. Hoe gaan de nieuwe fractieleden zich gedragen? Ook fractievoorzitter Said Kasmi is volledig nieuw en heeft geen ervaring in de Rotterdamse gemeenteraad. En in de debatten kwam hij minder goed uit de verf, daar letten toekomstige coalitiepartners óók op. Want fractievoorzitters worden ook geacht het behaalde onderhandelingsresultaat met verve te verdedigen naar buiten toe en waar nodig voor elkaar in de bres te springen als het warm onder de voeten wordt. Ook sloot Kasmi, in het nauw gedreven door een landelijk tv-optreden van Pechtold, een samenwerking met Leefbaar uit, wat strategisch geen handige zet was. Judith Bokhove hield zich wijselijk op de vlakte en heeft daardoor meer credits bij alle coalitievarianten mét Leefbaar.

Maar er is iets anders wat GroenLinks en D66 nog veel kwetsbaarder maakt. En nee, dat is niet dat zij inwisselbaar zijn bij vrijwel alle varianten, behalve de (te) krappe variant zónder Leefbaar.  Wat deze partijen kwetsbaar maakt, zijn de persoonlijke ambities van hun fractievoorzitters. Said Kasmi van D66 heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij graag wethouder wil worden. Hij gaf zijn baan als directeur van het partijbureau van D66 in Den Haag en zijn zetel in de Provinciale Staten van Zuid-Holland op om zich volledig op Rotterdam te kunnen richten. Ondanks dat hij bij de interne verkiezingen van D66 de enige lijsttrekkerskandidaat was met wethoudersambities en D66-ers doorgaans hechten aan zuiverheid (“Je bent gekozen als volksvertegenwoordiger, niet als wethouder”), kozen D66-leden hem massaal als hun nieuwe lijsttrekker. Van Judith Bokhove is minder bekend dat zij ambities als wethouder van Rotterdam heeft, maar haar voordeel is dat ze niet nieuw is.

Onderhandelen is pokeren

Op lokaal niveau spelen ideologische verschillen nauwelijks een rol, hooguit in de beeldvorming. Een stad vraagt of pragmatische oplossingen voor maatschappelijke en sociale vraagstukken. Mijn voorspelling is dat niet de politieke overeenkomsten en verschillen het resultaat gaan bepalen, maar de mate waarin de persoonlijke ambities bij GroenLinks en D66 een sta in de weg worden. Niet voor anderen, maar voor zichzelf. Kies je voor je persoonlijke carrière of voor aan kiezers gedane beloftes, zoals Jesse Klaver in Den Haag? Om het eerste leidend te laten zijn, moet je sterk zijn. In die zin is onderhandelen ook te vergelijken met pokeren. Je opponenten ruiken angst en rekenen daar snoeihard mee af.

Jos Verveen is van Stadsinitiatief Rotterdam, een a-politieke partij van betrokken en deskundige Rotterdammers. Zij dragen oplossingen aan en houden de Rotterdamse politiek scherp. Als de zittende politici de komende 4 jaar te weinig waarmaken, zal Stadsinitiatief Rotterdam meedoen met de verkiezingen in 2022.

Afbeelding / www.pexels.com

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel