'Alles van waarde is Wehrmacht'

25-2-2018 09:00

Door Gastauteur

Dichter en ex-politicus Manuel Kneepkens over het dichterlijke in de politiek en de politiek in de poëzie, en dan met name in die van de onlangs 'ontmaskerde' Lucebert  

Eén van de meest bekende dichtregels van Lucebert (Amsterdam, 1924 – Alkmaar, 1994) is 'Alles van waarde is weerloos' uit het gedicht 'De zeer oude zingt'. Die zin staat in grote neon-letters op de dakrand van de Willem de Koning-academie.


alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

 

Lucebert was de voorman van de zogenaamde 'Vijftigers', een groep experimentele dichters, die meer dan vijftig jaar geleden veel stof deed opwaaien in de Vaderlandse letteren. In 1949, ten tijde van de Politionele Acties, debuteerde hij met het politiekgeëngageerde gedicht 'Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia'. Die bekende dichtregel van hem is vaak geparafraseerd. Ook door mij. In optimistische zin: Alles van waarde is weerGAloos. Pessimistisch geparafraseerd kom je uit op‘van alles is weer waardeloos’ ; variant die sinds 1997 aan een kunstbroedplaats-gebouw in Rotterdam-Zuid hangt. En het tegenbeeld, dus, van “Alles van waarde is weerloos” op de gevel van de Willem de Kooning academie.

Voor mij persoonlijk heeft nog een andere regel van Lucebert veel betekend, namelijk: “Lyriek is de moeder van de politiek”. Ik denk in deze dagen veel aan die regel, nu Jos Verveen de partij Stadsinitiatief Rotterdam heeft opgericht. Een partij in hoge mate vergelijkbaar met mijn Stadspartij Rotterdam. Een lokale sociaal-creatieve partij. Werkend vanuit het aloude, ‘Erasmiaanse’  adagium: pediculus in pelle, in pulte sal. ‘Luis in de pels, zout in de pap’. Kritisch en creatief. Kritische tegenover megalomane plannen van de gemeente, zoals vandaag de dag een nieuw, duur, totaal overbodig voetbalstadion op Zuid, en creatief wat het bevorderen van initiatieven van onderop betreft. Jos heeft mij diepgelukkig gemaakt door mij als lijstduwer te vragen. Daarmee is tevens een link gelegd naar die good old Stadspartij, die van 1994 tot 2006 in de raad ‘kritisch en creatief ‘aanwezig was...

Want eigenlijk lag die Lucebert-regel ten grondslag aan de stichting van de Stadspartij Rotterdam. Die partij had ikzelf de Poëtische Partij willen noemen. Maar mijn medestichters, de misdaadverslaggever van wijlen het Vrije Volk (en horecadeskundige) Jim Postma; de stedebouwkundige Hans van Heel en Hans Ramaer, fractievoorzitter van de lokale partij in de toenmalige deelgemeente Hilligersberg–Schiebroek, vonden dat al te ludiek. Ook mijn voorstel om de partij… de Partij van de Aardbei te noemen, een speelse uithaal naar de toentertijd in Rotterdam oppermachtige Partij van de Arbeid, in onze ogen sleets  geworden, haalde het om dezelfde reden niet. Niettemin is het oorspronkelijke concept Poëtische partij altijd in het reilen en zeilen van de Stadspartij blijven doorschemeren. Niet alleen had de partij een dichter als lijsttrekker, ze had ook een dichter als lijstduwer: Jules Deelder. En verder stonden op de lijst de dichteres Jana Beranová en de dichters Rien Vroegindeweij en Jan Oudenaarden. Zonder die literaire inslag in de Stadspartij was het Marten Toondermonument er nooit gekomen en ook niet de Bint- plaquette in de Saftlevenstraat ter ere van Bordewijk, de schrijver van Karakter, dé Rotterdamse Roman bij uitstek. Al evenmin als de aanleg van de Brandgrens- een literair-historisch project.

De gedachte, dat de dichter hoort bij te dragen aan de poëtiseren, lees: intense humanisering van de samenleving, en dus niet alleen aanwezig te zijn op papier, maar ook een politiek-maatschappelijke rol dient te vervullen, is overigens allerminst nieuw. Allereerst valt natuurlijk te noemen Goethe, de poëetpoliticus van Weimar. En de Engelse dichte Shelley, dé inspirator van de Tachtigers  (‘De dichter is de niet-erkende wetgever van de samenleving’) . Van de Tachtigers dienen genoemd: Herman Gorter en Frederik van Eeden (het Walden-experiment! ). En later Henriëtte Roland Holst-van der Schalk. En de in het Fries schrijvende dichter Pieter Jelles Troelsta, jarenlang de leider van de SDAP. Ooit dichtte hij:

                    De wrâld yn! Striid mei ’t swurd der poesij!

                     De wereld in! Strijd met het zwaard van de poëzie!

Aan hem wordt ik altijd herinnerd als ik in de metrolijn naar Spijkenisse zit. Dan roept steevast een nasale RET-damesstem:  

                 Halte Troelstralaan. Pas op! Links uitstappen!

Een ware readymade.

In de jaren twintig en dertig had je Hendrik Marsman, de dichter die verlangde  naar een samenleving ‘in bezield verband’. Maar die ook de vertaler van Nietszche’s Also sprach Zarathoestra was… en duidelijk onder diens invloed stond. De Uebermensch, bijvoorbeeld, valt bij Marsman duidelijk te herkennen. Zo dichtte Marsman over de ‘Verhevene’, die drinkt uit ontzaggelijke schalen’ en over een “Heerscher –over atoom en kosmos beide’ etc. De aanbidding van Nietzsche is groot, al te groot geweest in de periode voor de Tweede Wereldoorlog, met als pijnlijkste voorbeeld ‘de dichter’ Mussolini, die als lijfspreuk had vivere pericolosamente, een regelrechte vertaling van Nietzsche’s motto Gefährliches leben. Zonder Nietzsche is de opbloei van het vooroorlogse rechtspopulisme, met als virulente tak het fascisme en later het nóg meer virulente nationaal –socialisme, dan ook nauwelijks goed te begrijpen. Of het huidige rechtspopulisme in Europa, in Nederland vertegenwoordigd, na wijlen Pim Fortuyn, door Wilders en Thierry Baudet – en in ‘verdunde’ mate door  Leefbaar Rotterdam - zich van de schaduw van het vooroorlogs rechtspopulisme heeft weten te ontdoen... ik zou willen dat ik die vraag positief kon beantwoorden. Mij is de scheidingswand tussen het Nederlands rechtspopulisme en ‘fascisme light’ te dun.

De jonge Lucebert, zo blijkt uit Hazeu’s biografie, bewonderde Marsman en in diens kielzog Nietzsche. Lucebert ziet de Duitse filosoof als ‘de wegbereider van een grote nieuwe cultuur en een nieuwe gemeenschap'…Tamelijk onnozel. Maar precies zoals Marsman het zag, die daardoor neigde tot het Mussolini–fascisme. Maar zijn vriend Ter Braak – ook al zo’n Nietzschebewonderaar-  en zijn jeugdvriend Arthur Lehning hielden hem (met moeite) aan de goede kant. Ter Braak’s essay ‘Politicus zonder partij’ dient hier genoemd. Ook daarop kan men mijn ‘Dichter mét partij’ als een antwoord zien. In onze eigen tijd mag ik verder trots wijzen op de dichter Vaclav Havel, onder wiens leiding Tsjechoslowakije zich van het Stalinisme wist te bevrijden en die zijn land vervolgens diende als president. Door al deze dichters heb ik mij geïnspireerd gevoeld. Met name dus Lucebert!

De klap kwam dan ook hard bij mij aan. Namelijk de onthulling in Wim Hazeu’s Lucebert-biografie, dat de (jonge) Lucebert midden in de Tweede Wereldoorlog niet onvrijwillig, maar vrijwillig is gaan werken in Duitsland. En dat hij van daaruit brieven scheef aan Tiny Koppijn (!), waarin hij zich enthousiast betoont over de Führer, zich bovendien antisemitisch uitlaat, en die brieven als klap op de vuurpijl ondertekent met Sieg Heil!

De dichter heeft dat feit heel zijn leven lang verborgen weten te houden. Al was er een andere dichter, Bertus Aafjes, die er blijkbaar iets over heeft aangevoeld. In een artikel in Elseviers Weekblad (in 1952) schrijft die:

Lees ik Luceberts poëzie dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnengemarcheerd, een totalitair stelsel van rauwe gevoelens en instincten met de laarzen aan van een verschrikkelijke uniformiteit uit zich in het dwangmatig Sieg Heil van woorden als oe, a, en urinoir.

Het artikel pakte desastreus  uit voor… Bertus Aafjes. De vergelijking van de Experimentele dichters met de SS werd, zo vlak na de Tweede Wereldoorlog, uiterst onkies bevonden. Aafjes, de gelauwerde dichter van de ‘Voetreis naar Rome’, had van toen af afgedaan.

Ik plukte de regel ‘de lyriek is de moeder van de politiek’ uit het gedicht School van de Poëzie. Dat gedicht begint met de regel ‘ik ben geen lieflijke dichter ’ en de paukenslag komt in de derde strofe:

ik bericht, dat de dichters van fluweel/ schuw en humanistisch doodgaan/ voortaan zal de hete ijzeren keel / der ontroerde beulen muzikaal opengaan

IJzeren kelen? Beulen ? Dat zijn weinig vreedzame termen. Dat zijn woorden van kil geweld. Hier geeft Lucebert mijns inziens een clou in zake zijn verleden weg. Ik kon deze dichtregels voorheen na het mij zo aansprekende ‘de lyriek is de moeder van de politiek’  nooit goed plaatsen. Nu wel. En ik verwerp ze. Want voor mij is de poëzie een humanisme, een typisch geweldloze activiteit. De ware dichter is de geestelijk verwant van Gandhi en Martin Luther King en nièt van een geweldsaanbidder als Marx (‘geweld is de baarmoeder van de revolutie’ ) of een meedogenloze als Nietzsche. 

Moet de regel op de Willem Koning-academie nu vervangen worden door ‘alles van waarde is Wehrmacht’, wat een cynische grappenmaker in zijn spotlust ons nu voorstelt? Nee, natuurlijk. Die regel blijft recht overeind.

Lees ik Lucebert ’s poëzie nu anders? Ja, een aantal gedichten wel.  Hier speelt wat mij eerder bij Achterberg is overkomen. Ik lees diens‘ ‘dode vrouwen’-poëzie anders, sinds ik weet dat hij zijn hospita heeft omgebracht. Maar een gedicht als De koe, geheel vrij van ‘dode vrouwen’ gemurmel en oergeestig, is en blijft kostelijk. Het is een ware klassieker

Laat ik poëtisch eindigen. Laat ik Luceberts poëzie beantwoorden met de mijne. Met een gedicht aan hem gewijd.

<gedicht>

Waarom zijn wij Beeldend Kunstenaar?

Om in eenvouds verlichte watere
niet
kopje onder  te gaan!

Het gaat ons immers om Schoonheid…

Maar Schoonheid heeft toch haar gezicht verbrand?

Ach, een schroeiplekje, hier en daar
voornamelijk op de linkerwang… So what!

Zie beeldende kunst liever
als
Poëzie met andere middelen …

een ordeverstoring van verf en terpentijn
aan de horizon

van deinende VOC-schepen, bv.
bolle zeilen blanke almacht
bruin geteerde bruiden van de Borobodoer…

(Zinkt
daar Gods Vlaggenschip op de rede van Batavia?
Wat een macaber, vuurrood visioen!)

Ach, Lucebert, door jou… gaat zelfs ons zien   
van ‘de visser van ma yuan’ 
van Au!

Afbeelding / www.wikipedia.org

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel