Stenen, het dictaat van Welzijn en Geluk?

31-7-2012 12:30

Door Marina Meeuwisse

Foto: places where my loved ones live

 

'Een hoogst verwarde stadswijk, een stratennet, dat jarenlang door mij werd gemeden, werd voor mij op slag overzichtelijk toen op een dag iemand van wie ik hield er ging wonen. Het was alsof in zijn raam een schijnwerper stond opgesteld die de omgeving met lichtbundels ontleedde.' Walter Benjamin

 

Decennialang zijn er zorgen om de stad, zorgen om wijken waar veiligheid en leefbaarheid onder druk staan. Uiteenlopende wetenschappelijke disciplines buigen zich dan ook over de vraag op welke manier het ontwerp van de stad een positieve bijdrage levert aan de leefbaarheid van de stad. De ontwerpende disciplines, architectuur en stedenbouw én de sociale wetenschappen hebben elk hun eigen kijk op die problematiek en dientengevolge een eigen arsenaal aan oplossingen om die problematiek te lijf te gaan. Ondanks alle inspanningen blijven de problemen hardnekkig bestaan.

 

In kwetsbare wijken van grote steden kent men een hardnekkige problematiek, waar veiligheid en leefbaarheid onder druk staan. Zo ook in Rotterdam. Zorgen om wijken, slechte huisvesting, beroerde leefomstandigheden zijn er sinds mensenheugenis. Dat verandert niet, wat wel verandert is de oorzaak die men toekent aan belabberde leefomstandigheden én de manier waarop men deze problemen te lijf gaat. Dat is in de vijftiger en zestiger jaren begonnen met de focus op de fysieke woonomstandigheden: verbetering van huisvesting en woningverbetering. In de zeventiger en tachtiger jaren is de aandacht verlegd naar de sociale en stedenbouwkundige structuur in de stad, waardoor de focus op bewoners kwam te liggen. In de negentiger jaren ligt de nadruk op scholing, versterking van de sociale cohesie en het tegengaan van verloedering en vervuiling van de woonomgeving. Begin 21ste eeuw domineren projecten van fysieke ‘upgrading’ van vastgoed en initiatieven, gericht op verbetering van leefbaarheid en sociale cohesie. Daarna neemt de snelheid toe waarmee men van inzichten verandert over de oorzaak van de problematiek: in 2007 verklaart het Rijk dat een combinatie van factoren, een opeenstapeling van sociale, fysieke en economische problemen aan de wortel van de problemen staat. In 2011 verklaart zij dat voortijdig schoolverlaten, hoge (jeugd)werkloosheid en criminaliteit de veroorzakers van de problematiek zijn.[i] Daarmee ligt de focus op sociale aspecten én ook op het bord van professionals in de sociale sector.

 

Een veel gehanteerde oplossing voor de hardnekkige problematiek is fysieke herstructurering: sociale woningbouw wordt vervangen door (dure) koopwoningen. Dit veronderstelt een positieve samenhang tussen het herschrijven van de gebouwde stad en verandering van sociale structuren. Deze veronderstelling is gebaseerd op het idee dat huishoudens met een hogere sociaal economische status eerder een positieve bijdrage leveren aan de habitat in de stad, dan huishoudens met een lagere sociaal economische status. Dit uitgangspunt reduceert sociale posities tot economische productieverhoudingen, terwijl het pas mogelijk is de structuur en het functioneren van de sociale wereld te verklaren wanneer men recht doet aan het kapitaal in al zijn verschijningsvormen (Bourdieu, 1989).

 

Culturele smaak is een uiting van de groep waartoe iemand behoort. Smaak die afhankelijk is van sociale klasse en de tijdsgeest: een specifieke periode en de omstandigheden in de maatschappij. Culturele smaak is te herleiden naar het cultureel kapitaal waarover burgers beschikken. De eigenschappen van cultureel kapitaal zijn afgeleid uit een combinatie van de ‘belichaamde staat’: verworven schema’s die perceptie, denken en handeling aansturen; de ‘geobjectiveerde staat’: cultuurgoederen en de ‘geïnstitutionaliseerde staat’: opleidingsniveau (Bourdieu, 1989). De symboliek en typologie van de gebouwde stad zijn cultuurgoederen en maken als zodanig deel uit van de geobjectiveerde staat van cultureel kapitaal.

 

Omdat ‘de belichaamde staat van het cultureel kapitaal vergt een vorm van inlijving die, voor zover zij inprenting en assimilatie veronderstelt, tijd kost die persoonlijk moet worden geïnvesteerd’ (Bourdieu, 1989: 125) is het zeer de vraag of verandering van de geobjectiveerde staat van het cultureel kapitaal (fysieke herstructurering) ook de belichaamde staat van het cultureel kapitaal verandert. Wetende dat in Rotterdam, op een totaal van 610.412 inwoners[ii], 223.741 inwoners met een niet-westerse achtergrond wonen, is de vraag legitiem of de problematiek in kwetsbare wijken wordt veroorzaakt door een toenemende culturele mix aan bewoners.

 

Het meest fundamentele verschil in opvattingen tussen culturen speelt zich af in opvattingen over de verhouding tussen groep en individu, Hofstede spreekt over de dimensie collectivisme versus individualisme. In de kern gaat het over een verschil van opvattingen over de basiseenheid voor een samenleving; is dat de familie (de groep) of het individu? Deze opvattingen bepalen voor een belangrijk deel op welke manier sociale orde in een samenleving wordt vormgegeven én ervaren. Individualistische culturen streven naar een unieke identiteit, leden van zo’n samenleving zien zichzelf als een geheel, onafhankelijk van de groep waartoe zij behoren. In collectivistische culturen vormen individuen een identiteit die harmonieus opgaat in de groep. Voor leden van zo’n samenleving is het individu zonder de groep incompleet. Bewoners uit niet-westerse landen scoren in het algemeen laag op individualisme: Turkije bijvoorbeeld scoort op die schaal 37 en Nederland 80[iii]. Omdat culturele veranderingen tijd kosten zullen deze culturele dimensies niet binnen één of twee generaties veranderen.

 

Daarom hebben jongeren. die opgroeien tussen twee culturen, gemeen dat ze moeten schakelen tussen eigen kring en buitenwereld. De buitenwereld verschilt wezenlijk van de eigen kring. Of dat nu is tussen traditioneel versus modern, tussen strenge regels of vrijheid, tussen veilig of onveilig. Zo krijgen Marokkaanse meisjes en jongens op grond van de invulling die hun ouders geven aan man-vrouw-verschillen, thuis een totaal ander cultureel kapitaal geserveerd dan in het cultureel kapitaal dat hen op school in het vooruitzicht wordt gesteld. Dat kan evenzo gelden voor de invulling van de manier waarop met autoriteit wordt omgegaan, met name voor jongeren van Antilliaanse afkomst die in Nederland opgroeien. Zulke verschillen beïnvloeden de belichaamde staat van het cultureel kapitaal en verschillende onderzoekers laten zien hoe dit zijn uitwerking heeft op het gedrag van stedelingen in de openbare ruimte.

Rubriek De intrinsieke stad

Marina Meeuwisse

Marina Meeuwisse combineert wetenschap en kunst. Vanuit wetenschappelijk oogpunt houdt zij zich bezig met perceptie, emotie, geheugen en fundamenteel onderzoek. Haar onderzoek focu...

Bekijk profiel