Ik kan me niets herinneren, maar het is een mooi verhaal

28-6-2012 12:24

Door Daniël Dee

Liefde is iets vanzelfsprekends, heeft Frank Zappa ooit in een interview gezegd. Vanuit dat gegeven moet je kunst maken, beweerde hij, want pas met dat gegeven kan je de kunst op een hoger plan tillen. Ik geloof dat ik zijn redenatie wel begrijp en dat ik het in zekere zin zelfs met hem eens ben. Toch ervaar ik het anders wanneer ik zelf schrijf. Mijn teksten hebben geen vanzelfsprekende basis van liefde. Juist het tegenovergestelde; zij ontstaan juist als bezwering van al mijn particuliere angsten.

In dat moeras van angsten bevindt zich ook de angst dat mijn vrouw me verlaat en dat ik weer in die doffe ellende van weleer zink. Met die immer sluimerende angst is mijn behoefte ontstaan om al mijn ervaringen met haar te documenteren. Als mijn vrouw niet meer van me houdt, dan heb ik tenminste die herinneringen nog. Helaas speelt mijn geheugen me daarbij parten.

Even terzijde: ik vind het leven nog steeds een doffe ellende (dat is dan ook direct – met grote stappen snel thuis – de verklaring voor mijn alcoholmisbruik), maar er is nu tenminste een vrouw in mijn leven die de scherpe kantjes er een beetje van afhaalt. Mijn vrouw is een vrouw waarbij ik thuis wil komen.

Even terzijde 2: in dit geval vind ik de term 'mijn vrouw' niet liefdevol genoeg. Er spreekt te weinig bewondering en te weinig schoonheid uit. Maar bij gebrek aan een betere term, zeker zonder te vervallen in clichés, zal ik het er toch maar bij laten. Niet alleen het geheugen loopt mank, ook de taal is gehandicapte hinkepoot. De mens is voorzien van belabberd gereedschap en daar hebben we het maar mee te doen.

De eerste keer dat ik mijn vrouw sprak (die toen logischerwijs nog niet mijn vrouw was), zaten we in een shoarmatent aan de Nieuwe Binnenweg. Het was ver voorbij bedtijd, maar we hadden nog honger. Hoe die tent heette weet ik niet meer. Vast iets in de trant van Bol Bol of Nefertiti. Dat is verder niet van belang. Het zou me overigens niet verbazen als die tent alweer is verdwenen. De omloop van vage toko's en belhuizen op de Nieuwe Binnenweg is niet bij te houden.

Eerder op de avond waren we, apart van elkaar, naar de bundelpresentatie van een gezamenlijke vriend geweest. Waar dichters zijn is drank aanwezig, dus het duurde niet lang of we waren behoorlijk aangeschoten. En vandaar dat we nog wat wilden eten, of beter gezegd: een vette bek halen.

Van die nacht, zoveel jaren geleden, kan ik me nu nauwelijks nog iets herinneren. Ik weet niet meer wat mijn vrouw droeg of waar we het over hebben gehad. Ik kan me alleen herinneren dat we veel pita's kaas bestelden. Het is jammer dat ik me zo weinig kan herinneren, want die nacht was de kiem van onze relatie. De vonk sloeg over, hoewel we dat prille gevoel die nacht niet hebben geconsumeerd in bed. Dat kwam pas later. Ik wil graag geloven dat we grappen maakten over het feit dat twee vegetariërs in een shoarmatent zaten. Maar dat is speculeren, mijn geheugen laat me, zoals gezegd, in de steek.

De mens die zichzelf wil definiëren noemt niet alleen zijn naam en vertelt ook niet wat zijn functie is ten opzichte van zijn medemens. Die zaken zijn volledig inwisselbaar. Hetzelfde geldt voor karaktereigenschappen. Wie zichzelf wil definiëren, doet dat aan de hand van herinneringen ophalen. Helaas zijn die herinneringen nooit te vertrouwen, waardoor we eigenlijk onszelf definiëren aan de hand van verhalen die we zelf hebben ingekleurd. De definitie van onszelf is dus altijd vals. We zijn blinde wezens tastend in het duister. Daarom vertrouw ik mensen niet die zeggen alleen in zichzelf te geloven. In zekere zin is het logischer in een heilig boek te geloven dan in jezelf. In de bijbel, de thora of in de koran staat tenminste zwart op wit wat er geloofd dient te worden. Om geheel andere redenen is het natuurlijk ook stupide om een heilig boek als leidraad voor het eigen leven te nemen, maar daar zal ik nu niet dieper op ingaan.

Toen ik deze overweging laatst aan mijn vrouw vertelde met daarbij mijn verlangen om nog eens te kunnen achterhalen wat we zoal zeiden op die bewuste nacht, zei mijn vrouw: 'En het ergste van die nacht is misschien nog wel dat mijn toenmalige vriend de rekening van die pita's kaas heeft betaald. Hij zei zelfs dat het overduidelijk was dat jij mij wel leuk vond.' Ik kon me niet meer herinneren dat haar toenmalige vriend bij ons aan tafel zat. Ik had hem reeds volledig gewist uit mijn persoonlijke verhaal.

Rubriek D-day

Daniël Dee

Daniël Dee is een Rotterdamse dichter en schrijver. Hij publiceerde diverse dichtbundels, trad onder andere op bij Lowlands en Poetry International en maakte onlangs zijn proz...

Bekijk profiel