Een brug te ver

27-5-2016 14:32

Door Daniël Dee

'En het moet menigeen zijn opgevallen hoe dikwijls kleine kinderen, met wonderlijke trefzekerheid, dichtregels lanceren.' schreef Gerard Reve in de verantwoording van zijn Verzamelde gedichten.

Sinds ik twee kinderen heb, kan ik dat alleen maar beamen.

Mijn oudste dochter riep mij eens op tweejarige leeftijd midden in de nacht. Toen ik in haar kamertje kwam kijken, zag ik dat ze haar hele ledikantje had ondergekotst. Omdat ze nog niet begreep wat haar was overkomen en daar al helemaal niet de woorden voor had zei ze: 'Papa, ik heb uit mijn mond gemorst.'

Laatst zat ik op de bank te werken achter mijn laptop. Mijn jongste dochter was in de kamer aan het spelen met de houten treintjes. Ik kan niet normaal typen; ik zit te rammen op de toetsen alsof ik de duivel zelve alsmede zijn ouwe moer aan het afranselen ben. Nadat ik even gestopt was met beuken, zei mijn jongste: 'Laat het nog eens hagelen, papa.'

En nog niet zolang geleden, toen we voor de open Mathenesserbrug stonden te wachten (open in de zin van dat schepen erdoor konden en al het andere verkeer moest wachten), zei ze: 'De brug past als een puzzelstukje. Dat er, tijdens het dichtgaan van de brug, een duif klem kwam te zitten en zo zijn kop werd verbrijzelde, heb ik haar maar niet laten zien.

Ik ben sowieso de laatste tijd bang voor bruggen. Net als Bob den Uyl bezit ik het dubieuze talent om praktisch overal bang voor te kunnen worden. Gelukkig trekken die angsten om de beurt een nummertje, zodat ik ze niet allemaal tegelijk voor mijn kiezen krijg. Heden ten dagen ben ik dus bang voor bruggen en treinen. En als ik een trein over een brug zie denderen wil ik niets liever dan achter het gordijn in een hoekje zitten grienen, terwijl ik mezelf in mijn eigen armen wieg.

Bang zijn voor bruggen is vrij onleefbaar wanneer je in een stad woont die louter bestaat uit eilanden, dat kan ik je wel vertellen.

Mijn angst voor bruggen heeft niets te maken met enige symboliek. Het gaat me niet om de fragiele verbinding met een ander. Dat vind ik juist prachtig, of om de dichter Martinus Nijhoff maar eens te citeren uit zijn beroemde gedicht De moeder de vrouw:

'Twee overzijden die elkaar vroeger schenen te vermijden worden weer buren.'

Het heeft evenmin iets te maken met een angst voor instortingsgevaar, waar Najib Amhali en zijn moeder last van hadden toen ze net in Nederland waren, zoals Amhali verhaalde in een van zijn cabaretvoorstellingen.

Mijn angst voor bruggen is een combinatie van doodsdrift en het gevoel van opgesloten te zitten. Uiteindelijk is het een existentiële angst, een angst voor mezelf en wat zich in de spelonken van mijn geest verbergt. Het is een irreële paniek, ik weet het. Er is simpelweg iets mis met de bedrading in mijn bovenkamer. Wanneer je bang bent voor alledaagse zaken dan ben je gewoon mesjogge, maar dat is mijn mening. Ik ben allang blij dat ik niet meer bang ben voor een afesloten wc-ruimte, zo'n open deur heeft mij vele gênante situaties opgeleverd. Hoe dan ook: het is de brug in het algemeen die momenteel niet bijdraagt aan mijn zen-zijn.

Dat werd weer eens pijnlijk duidelijk toen we op kraamvisite gingen bij een bevriend stel op Zuid. Om daar te komen, via de kortste route, moesten we over de Erasmusbrug. Halverwege die brug ging het stoplicht op rood en konden we niet verder, want de brug ging open, althans het uiteinde aan de Zuidkant. Als die brug opengaat dan duurt dat rustig een half uur. Zelfs de trambestuurder stapte uit om een sigaret te roken. En ik, ik schoot in de paniekmodus. Er flitsten maar twee gedachten door mijn hoofd: 'Ik mag niet van de brug springen.' en 'Ik ga nu van de brug springen.'. Dwangmatig bleven ze maar in mijn kop malen, heen en weer, als dat arcadespelletje Pong.

Hoe schattig de baby ook was, tijdens de visite voelde ik me niet op mijn gemak. Het idee dat ik straks weer over de Erasmusbrug moest maakte me bijkans misselijk.

Ik ben hier overigens helemaal vergeten te vertellen dat het bewuste stel van oorsprong uit Eindhoven kwam en dat wij langskwamen op de dag dat het er voor PSV om ging spannen. We hebben ze zodoende van de spannendste wedstrijd van het jaar beroofd. Ondanks het kampioenschap van PSV voelde ik me daar in de dagen die volgden nog schuldig over.

Op de terugweg zei mijn dochter uit het niets: 'Papa, je moet er gewoon geen aandacht aan besteden.'

Ik kon het idee niet van me afschudden dat ze zo nu en dan toch iets van mijn zenuwen oppikt. Soms kan poëzie ook troosten.

 

Afbeelding / rijnmond.nl

Rubriek D-day

Daniël Dee

Daniël Dee is een Rotterdamse dichter en schrijver. Hij publiceerde diverse dichtbundels, trad onder andere op bij Lowlands en Poetry International en maakte onlangs zijn proz...

Bekijk profiel