De tijd doden tussen de zieken

30-7-2012 14:27

Door Daniël Dee

Om drie uur in de nacht lag ik nog wakker in bed. Weer. Sinds anderhalve maand lijd ik aan een vorm van insomnia, waarbij ik dagen achtereen niet in slaap kom en dan ineens ruim het klokje rond snurk. Het begint onderhand te wennen, maar ik wist dat ik ook deze nacht wederom niet de slaap zou kunnen vatten. Ik wilde daar mijn huisgenoten niet mee lastig vallen, dus zo zachtjes mogelijk gleed ik uit bed, trok ik mijn kleren aan en ging naar buiten.
Zonder bepaalde reden liep ik uiteindelijk het Erasmus MC binnen. In de helverlichte hal nam ik plaats op een van de legergroene bankjes. Aan een van de balies stond een dronken corpsbal met een bebloed gelaat. Hij schreeuwde: 'Ik heb hulp nodig. Volgens mij is mijn neus gebroken. Het doet pijn.'
De baliemedewerker zei op rustige toon: 'Even geduld. U wordt geholpen zodra er een arts beschikbaar is. Als u nu zo vriendelijk wilt zijn om een stap achteruit te doen, want u druppelt op mijn balie.'
Daarna zag ik een lijkbleke man die helemaal bezweet kwam binnengewandeld. Hij werd direct opgevangen en weggevoerd. Dat moest dus iets ernstigs geweest zijn, wat de baliemedewerkers direct herkenden.
Een man op leeftijd in een klassieke potloodventerregenjas kwam naast me zitten. In zijn hand had hij een plastic bekertje koffie.
Hij zei: 'Jij mankeert ook niets, hè?'
Ik zei: 'Hoezo?'
Hij antwoordde: 'Dat kan ik zien. Ik kom hier wel vaker.'
'Waarom bent u dan hier?' vroeg ik.
'In ieder geval niet voor de koffie,' zei de man en maakte een proostend gebaar met zijn plastic bekertje. 'Ik kan slecht slapen, net als jij, neem ik aan.'
Een trillende man in een korte broek werd met een brancard binnengereden.
'Jij denkt nu vast dat het erg druk is op de eerste hulp van dit ziekenhuis,' zei de man. 'Laat me je vertellen dat dit een gemiddelde nacht is. Ach, het is ook een grote stad waarin we wonen.'
Daarna zeiden we niet meer zoveel tegen elkaar. Er werd een bewusteloze vrouw binnengedragen. We probeerden zo af en toe te gokken wat iemand die binnenkwam zou mankeren. Verder ging onze conversatie niet.
Tegen kwart over vijf in de ochtend stond de potloodventerregenjas op.
'Kom, ik ga maar weer eens,' zei hij. 'Mijn vrouw zal zo wel wakker worden, dan moet ik haar ontbijt maken.
Ik volgde zijn voorbeeld. Bij de uitgang zagen we een prosituee met een bont en blauw gezicht de draaideur door komen.
'Die heeft pas een zware nacht gehad,' zei de potloodventerregenjas en hij stak een hand op bij wijze van afscheid. 'Ik vermoed dat wij elkaar hier in de nachtelijke uren nog vaker tegen het lijf zullen lopen.'
Eenmaal thuis ben ik in een heet bad gaan liggen tot een uur of acht. Daarna heb ik mijn dochter naar het kinderdagverblijf gebracht, maar uiteraard niet vooraleer ik me weer had aangekleed.
Nu sleep ik mezelf in een half hallucinatoire staat door deze dag heen. Ik vermoed dat ik vannacht wel weer eens zou kunnen slapen.

Rubriek D-day

Daniël Dee

Daniël Dee is een Rotterdamse dichter en schrijver. Hij publiceerde diverse dichtbundels, trad onder andere op bij Lowlands en Poetry International en maakte onlangs zijn proz...

Bekijk profiel