Aan alles komt een eind, maar hoe daar mee om te gaan

28-9-2012 13:38

Door Daniël Dee

Ik was vijftien en nog helemaal puur en onschuldig (en tot mijn frustratie ook nog steeds maagd, maar dat terzijde) toen mijn opa stierf. Het was het vierde sterfgeval dat ik bij leven meemaakte. Een overgrootmoeder, een oma en een oom waren hem reeds voorgegaan. Mijn opa was wel de eerste overledene waarbij ik me realiseerde dat er een zeker protocol bestond omtrent sterven en begrafenissen, maar ik tastte volledig in het duister aangaande de gevoelens die je daarbij moest hebben. Ik bedacht dat vrolijkheid en lachen daar in ieder geval niet bij hoorden. Aan alles komt een eind, maar hoe daar mee om te gaan, leert niemand je.
Bij de begrafenis heb ik dan ook niet gelachen, wat me bij een andere gelegenheid uit zenuwen wel is overkomen. Ik heb ook wel eens iemand alle duivels uit de hel horen vloeken bij een begrafenis. Maar dat zijn twee compleet andere verhalen.
Mijn opa stierf plotseling in zijn gemakkelijke fauteuil. Hij zat thuis aan de koffie, zo is mij verteld. Er was bezoek. Ik stel me voor dat hij weer eens uiteenzette hoe hij dees of gene in de as wilde leggen. 'Ik kan het verbranden,' zei hij geregeld als hij het ergens niet mee eens was. Hij zuchtte nog eenmaal op die dag en viel in slaap; de eeuwige slaap.
Na de begrafenis was er nog een bijeenkomst in het huis van mijn opa, dat vanzelfsprekend niet meer zijn huis was. Ik ging daar niet heen. Wat had ik daar te zoeken? Ik was pas vijftien en ik dronk nog niet eens.
In plaats daarvan ging ik naar het squashcentrum, waar ik al een tijdje lid van was. Waarschijnlijk had mijn onderbewustzijn bedacht dat ik stoom moest afblazen. Mijn vaste squashpartner, klasgenoot en vriend (en tot zijn frustratie ook nog maagd) was er ook. Hij stond al op de baan een balletje te slaan. Ik opende de glazen deur. Ik voelde, met de deurklink in mijn hand, hoe de scharnieren van de deur strak kwamen te staan tegen de glazen wand. Zachtjes drukte ik verder en verder en voelde meer en meer spanning op de deur komen te staan. Daarna klonk er een ongelooflijk harde knal, waarna het een eeuwig moment muisstil werd. Ik stond met een deurklink in mijn hand, maar van de glazen deur of glazen wand was niets meer over. Om mij heen lagen duizenden stukjes glas.
Een ogenblik later kwamen spelers van andere banen kijken wat er gebeurd was. Iemand vroeg of wij niets mankeerden en mijn vriend lag op de grond van het lachen; hij kon niet meer staan van en niet meer stoppen met de slappe lach. Hij wel.

Rubriek D-day

Daniël Dee

Daniël Dee is een Rotterdamse dichter en schrijver. Hij publiceerde diverse dichtbundels, trad onder andere op bij Lowlands en Poetry International en maakte onlangs zijn proz...

Bekijk profiel